Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN1096

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-07-2010
Datum publicatie
14-07-2010
Zaaknummer
201002601/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 december 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Roderweg, Liempde" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201002601/2/R3.

Datum uitspraak: 9 juli 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekers] (hierna tezamen in enkelvoud: [verzoeker]), wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Boxtel,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 15 december 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Roderweg, Liempde" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 maart 2010, beroep ingesteld. Bij deze brief heeft [verzoeker] tevens de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[belanghebbende] heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 29 juni 2010, waar [verzoeker], in de persoon van [verzoeker A], en de raad, vertegenwoordigd door R. Poort, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting [belanghebbende], vertegenwoordigd door mr. A.A.M. van der Aa, werkzaam bij Juridisch Adviesbureau Van der Aa, verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan voorziet in de mogelijkheid om een nieuwe woning met bijgebouw op te richten op het perceel van [belanghebbende] aan de [locatie 1]. [verzoeker] is eigenaar van het naastgelegen perceel [locatie 2].

2.3. Gebleken is dat [belanghebbende] een bouwvergunning heeft aangevraagd om de bouwmogelijkheden op zijn perceel te kunnen benutten.

Gelet hierop is met het verzoek om voorlopige voorziening een spoedeisend belang gemoeid.

2.4. Voor zover [verzoeker] heeft betoogd dat de besluitvorming van de raad met betrekking tot het plan onzorgvuldig zou zijn, is hiervan niet gebleken. Met name is niet gebleken dat de raad bij de vaststelling van het plan een onjuist beeld van de ruimtelijke gevolgen van het plan voor ogen heeft gehad.

2.5. Wat betreft de door [verzoeker] gestelde aantasting van het doorzicht tussen de percelen heeft de raad in redelijkheid het standpunt kunnen innemen dat door de met de bouw van de nieuwe woning samenhangende sloop van een dwars op de weg staande lange schuur de openheid naar het achtergelegen gebied wordt vergroot. Voorts bestaat gelet op de afstand tussen de woning van [verzoeker] en het plangebied geen aanleiding voor het oordeel dat sprake zal zijn van onaanvaardbare schaduwhinder. Verder is niet aannemelijk gemaakt dat de door [verzoeker] gewenste wijze van energieopwekking op zijn perceel niet meer mogelijk is.

2.6. Wat betreft de door [verzoeker] gestelde toename van wateroverlast is gebleken dat bij regenval het op het dak van de woning vallende hemelwater zal worden opgevangen en via de dakgoot en het riool zal worden afgevoerd. Gelet hierop acht de voorzitter niet aannemelijk dat sprake zal zijn van een onaanvaardbare verergering van de wateroverlast. Overigens is ter zitting naar voren gekomen dat de bestaande wateroverlast is ontstaan nadat [verzoeker] een voormalige sloot op zijn perceel heeft gedempt en de door hem aangebrachte drainage ter plaatse niet naar behoren functioneert.

2.7. Met betrekking tot de door [verzoeker] gestelde aantasting van de verkeersveiligheid door de ontsluiting van het perceel van [belanghebbende] overweegt de voorzitter dat aannemelijk is dat sprake zal zijn van enige toename van de verkeersbewegingen ter plaatse. De voorziene ontsluiting van de nieuwe woning van [belanghebbende] zal pal naast de ontsluiting van het perceel van [verzoeker] aan de Roderweg komen te liggen. [verzoeker] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de beperkte toename van afslaand verkeer ter plaatse van de oprit naar de nieuwe woning een verkeersonveilige situatie zal scheppen.

2.8. In hetgeen overigens door [verzoeker] nog is aangevoerd ziet de voorzitter evenmin aanleiding voor het oordeel dat het plan niet strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening en in verband hiermee in de bodemprocedure niet in stand zal blijven.

2.9. Gezien het voorgaande ziet de voorzitter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek dient te worden afgewezen.

2.10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Sloten w.g. Matulewicz

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2010

45-605.