Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN1075

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-07-2010
Datum publicatie
14-07-2010
Zaaknummer
200909684/1/H1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 juli 2007 heeft het college [appellant] handelend onder de naam [Camping] onder oplegging van een preventieve dwangsom gelast het perceel [locatie] te Sint-Oedenrode (hierna: het perceel) niet in gebruik te nemen als (mini)camping en/of accommodatie ten behoeve van logies en ontbijt totdat alle benodigde vrijstellingen, vergunningen en ontheffingen zijn verleend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200909684/1/H1.

Datum uitspraak: 14 juli 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], wonend te Sint-Oedenrode (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]),

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 6 augustus 2009 in zaak nr. 08/1642 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Sint-Oedenrode.

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 juli 2007 heeft het college [appellant] handelend onder de naam [Camping] onder oplegging van een preventieve dwangsom gelast het perceel [locatie] te Sint-Oedenrode (hierna: het perceel) niet in gebruik te nemen als (mini)camping en/of accommodatie ten behoeve van logies en ontbijt totdat alle benodigde vrijstellingen, vergunningen en ontheffingen zijn verleend.

Bij besluit van 4 maart 2008 heeft het college, voor zover hier van belang, het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 19 juli 2007 gehandhaafd, met dien verstande dat de last geen betrekking meer heeft op overtreding van de Wet op de openluchtrecreatie en de vergunningplicht ingevolge de Wet milieubeheer.

Bij uitspraak van 6 augustus 2009, verzonden op 19 augustus 2009, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 december 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 11 januari 2010.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 juli 2010 waar het college, vertegenwoordigd door mr. W.F.M. van Gurp-Steenbakkers, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), voor zover hier van belang, bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken.

Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, vangt de termijn voor het indienen van een beroepschrift aan met ingang van de dag na die, waarop de aangevallen uitspraak op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt.

Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, voor zover hier van belang, is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.

Ingevolge artikel 6:11, voor zover hier van belang, blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Ingevolge artikel 6:24, voor zover hier van belang, zijn die artikelen van overeenkomstige toepassing indien hoger beroep kan worden ingesteld.

Ingevolge artikel 8:79, eerste lid, voor zover hier van belang, zendt de griffier binnen twee weken na de dagtekening van de uitspraak kosteloos een afschrift van de uitspraak aan partijen.

Ingevolge artikel 8:37, eerste lid, voor zover hier van belang, geschiedt de verzending van een afschrift van de uitspraak bij aangetekende brief, tenzij de rechtbank anders bepaalt.

2.1.1. Blijkens het verzendbewijs van TNT Post is de aangevallen uitspraak op 19 augustus 2009 aangetekend naar [appellant] verzonden, zodat de termijn voor het indienen van het hoger beroepschrift ingevolge artikel 6:8, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24, eerste lid, van de Awb is begonnen op 20 augustus 2009 en geëindigd op 30 september 2009.

2.1.2. Het hoger beroepschrift is op 12 december 2009 ingekomen en derhalve niet binnen de termijn ingediend.

2.1.3. Bezien moet worden of de te late indiening van het hoger-beroepschrift in het voorliggende geval verschoonbaar is, als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb.

Niet gebleken is dat de rechtbank de op 19 augustus 2009 aangetekend verzonden uitspraak retour heeft ontvangen. Uit de verzendinformatie van TNT post is bovendien gebleken dat de zending op 21 augustus 2009 is uitgereikt. Het moet er derhalve voor worden gehouden dat de aldus verzonden uitspraak [appellant] destijds ook daadwerkelijk heeft bereikt. Weliswaar heeft de rechtbank op 30 november 2009, na een daartoe strekkend verzoek van het college, nogmaals een exemplaar van de uitspraak aan [appellant] toegezonden, maar daarmee is geen nieuwe termijn voor het instellen van hoger beroep aangevangen. [appellant] heeft zijn stelling dat de rechtbank de indruk heeft gewekt dat dit wel het geval was, niet met objectieve gegevens onderbouwd.

Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan een niet-ontvankelijkverklaring op grond van artikel 6:11 van de Awb achterwege dient te blijven is derhalve geen sprake.

2.2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. P.A. Offers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. V. van Dorst, ambtenaar van Staat.

w.g. Offers w.g. Van Dorst

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2010

357-593.