Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN1064

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-07-2010
Datum publicatie
14-07-2010
Zaaknummer
201002568/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 februari 2010, no. PZH-2010-155167784A, heeft het college besloten over de goedkeuring van het bij besluit van 25 juni 2009 door de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn vastgestelde bestemmingsplan "Ridderveld".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201002568/2/R1.

Datum uitspraak: 7 juli 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker] en anderen, allen wonend te Alphen aan den Rijn,

verzoekers,

en

het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 9 februari 2010, no. PZH-2010-155167784A, heeft het college besloten over de goedkeuring van het bij besluit van 25 juni 2009 door de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn vastgestelde bestemmingsplan "Ridderveld".

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 april 2010, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 april 2010, hebben [verzoeker] en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 21 juni 2010, waar [verzoeker] en anderen, in de persoon van [verzoeker], zijn verschenen. Voorts is als partij gehoord de raad, vertegenwoordigd door mr. C.M.I. Logtmeijer, werkzaam bij de gemeente.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan heeft betrekking op het gebied Ridderveld dat aan de noordzijde van Alphen aan den Rijn ligt en een groot gedeelte van de bebouwde kom beslaat. Het plan is conserverend van aard, maar kent daarnaast ook gebieden met ontwikkelingsmogelijkheden.

2.3. Het verzoek heeft als eerste betrekking op de goedkeuring van de plandelen met de bestemming "Verkeers- en verblijfsgebied (VV)" voor de hofjes van de woningen aan de Schuberthof, Liszthof en Handelhof. [verzoeker] en anderen betogen dat op grond van deze bestemming de bestaande groenvoorzieningen kunnen worden veranderd in parkeervoorzieningen, terwijl de hofjes zich hier niet voor lenen en er bovendien geen sprake is van parkeerdruk in de wijk.

2.4. Ter zitting is van de zijde van de raad meegedeeld dat hij geen voornemen heeft om binnen afzienbare tijd de diverse groenvoorzieningen van de hofjes te veranderen in parkeervoorzieningen. Gelet hierop is naar het oordeel van de voorzitter niet gebleken van een spoedeisend belang.

2.5. Het verzoek heeft voorts betrekking op de goedkeuring van de plandelen met de bestemming "Verkeers- en verblijfsgebied (VV)" voor de gronden naast de hoekmeanderwoningen aan de Bartokhof, Schuberthof, Liszthof en Handelhof. [verzoeker] en anderen voeren aan dat de voetpaden ten onrechte zijn en kunnen worden gesitueerd tegen de zijgevels van deze woningen. Zij wensen dat tijdens de aankomende werkzaamheden aan de riolering de voetpaden worden verlegd, zodat deze niet langer direct grenzen aan de gevels.

2.6. De huidige voetpaden liggen tegen de zijkanten van de hoekmeanderwoningen. Ter zitting is van de zijde van de raad meegedeeld dat op korte termijn werkzaamheden aan de riolering zullen aanvangen en dat hierna de voetpaden opnieuw zullen worden aangelegd zodanig dat de eerste 50 centimeter vanaf de gevels als geveltuin kan worden beplant.

2.7. Naar het oordeel van de voorzitter is niet gebleken dat het opnieuw aanleggen van de voetpaden tot onomkeerbare gevolgen zal leiden, nu de ligging van de voetpaden nadien weer kan worden gewijzigd. Daarbij neemt de voorzitter in aanmerking dat blijkens de plankaart de gronden naast de hoekmeanderwoningen tot aan de perceelsgrenzen van de haaks daarop staande woningen de bestemming "Verkeers- en verblijfsgebied (VV)" hebben. Ingevolge artikel 11, eerste lid, aanhef en onder a, van de voorschriften zijn, voor zover van belang, de gronden met deze bestemming tevens bestemd voor voetpaden. Gelet op deze omschrijving in de voorschriften en gegeven de plankaart maakt het plan zowel de huidige ligging van de voetpaden langs de gevels, de door de raad aangegeven ligging met een geveltuin als de door [verzoeker] en anderen gewenste verlegging mogelijk. Gelet op het voorgaande is niet gebleken van een spoedeisend belang.

2.8. Het verzoek heeft ten slotte betrekking op de goedkeuring van de plandelen met de bestemming "Maatschappelijke doeleinden (M)" voor twee scholen gelegen ten zuiden van de Schuberthof en de Liszthof.

[verzoeker] en anderen betogen dat voornoemde plandelen groter zijn dan de feitelijke situatie, zodat een deel van de hoofdstructuur groen verdwijnt en ook de bestemming "Maatschappelijke doeleinden (M)" krijgt. Het onderhoud van het groen komt in handen van de schoolbesturen en doordat er hekken zijn geplaatst kunnen de gronden in gebruik worden genomen als schoolplein zodat het groen verdwijnt, aldus [verzoeker] en anderen.

2.9. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat er op de door [verzoeker] en anderen bedoelde plaatsen reeds hekwerken staan. Ter zitting is van de zijde van de raad meegedeeld dat gekozen is om de bestemmingsgrenzen van voornoemde plandelen overeen te laten komen met de eigendomsgrenzen van de scholen. De voorzitter verwacht niet dat in de bodemprocedure wordt geoordeeld dat het college niet in redelijkheid met dit door de raad gekozen uitgangspunt heeft kunnen instemmen. Binnen de hekwerken zijn aan de randen van de schoolterreinen groenvoorzieningen aanwezig. Het toekennen van de bestemming "Maatschappelijke doeleinden (M)" aan dit groen leidt naar het oordeel van de voorzitter niet tot onomkeerbare gevolgen, nu niet gebleken is dat zich hier waardevol groen bevindt. Gelet hierop is niet gebleken van een spoedeisend belang.

2.10. Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, ambtenaar van Staat.

w.g. Hoekstra w.g. Bechinka

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2010

371-634.