Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN1053

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-07-2010
Datum publicatie
14-07-2010
Zaaknummer
201003040/1/M2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 mei 2010 heeft het college een verzoek van [verzoekers] om handhavingsmaatregelen te treffen met betrekking tot een sportschool gelegen aan het Burgemeester van Fenemaplein 27 te Zandvoort afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201003040/1/M2.

Datum uitspraak: 6 juli 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekers], wonend te [plaats]

en

het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 4 mei 2010 heeft het college een verzoek van [verzoekers] om handhavingsmaatregelen te treffen met betrekking tot een sportschool gelegen aan het Burgemeester van Fenemaplein 27 te Zandvoort afgewezen.

Tegen dit besluit hebben verzoekers bezwaar gemaakt.

Bij brief hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 juni 2010, waar [verzoekers], in persoon, en het college, vertegenwoordigd door mr. M. Dur en E. Haverkamp, beiden werkzaam bij de milieudienst IJmond, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Healthclub Zandvoort B.V., vertegenwoordigd door [directeur], als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. [verzoekers] voeren aan dat het college ten onrechte niet heeft besloten tot het toepassen van handhavingsmaatregelen ten aanzien van de in de nabijheid van hun woningen gelegen sportschool, omdat zij onaanvaardbare geluidhinder in de avondperiode ondervinden vanwege het in werking zijn van ventilatiesysteem van deze inrichting. Daartoe betogen zij dat het college de specifieke omstandigheden die van invloed zijn op de akoestische situatie ter plekke van hun woning bij het doen van de geluidmetingen niet heeft onderkend. Voorts betwijfelen [verzoekers] of de geplaatste omkasting op het ventilatiesysteem een geluidreducerende werking zal hebben ten aanzien geluidemissie van dit systeem.

2.2. Het college brengt naar voren dat op 19, 20, 22, 23, 24 en 27 april 2010 ter controle de inrichting is bezocht. Tijdens deze bezoeken was het ventilatiesysteem niet in werking en heeft het college geen geluidmetingen kunnen verrichten. Tijdens deze bezoeken is derhalve geen overtreding van de in artikel 2.17, eerste lid, van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het activiteitenbesluit) geconstateerd. Het college stelt zich op het standpunt dat het dan ook niet bevoegd was tot het treffen van handhavingsmaatregelen.

2.3. In de considerans van het bestreden besluit is vermeld dat op 13 augustus 2009 is gebleken dat ondanks de door Healthclub Zandvoort getroffen maatregelen, namelijk het technisch buiten werking stellen van standen vier en vijf van het ventilatiesysteem, de in artikel 2.17, eerste lid, van het Activiteitenbesluit gestelde grenswaarden werden overschreden. Aan de inrichting is bij brief van 24 augustus 2009 verzocht om binnen vier weken dusdanige voorzieningen te treffen, zodat de inrichting aan de grenswaarden uit het eerdergenoemd artikel kan voldoen.

2.4. Healthclub Zandvoort heeft op 15 mei 2010 een omkasting op het ventilatiesysteem geplaatst. Het college heeft ter zitting naar voren gebracht dat niet valt uit te sluiten dan ondanks de omkasting de geldende geluidgrenswaarde in de avondperiode wordt overschreden. Een overschrijding van de geluidgrenswaarde voor de avondperiode en daarmee een overtreding van artikel 2.17, eerste lid, van het Activiteitenbesluit is echter vanwege onbruikbare geluidmetingen niet daadwerkelijk geconstateerd.

2.5. Nu het college het niet onaannemelijk acht dat met de plaatsing van de omkasting niet aan de in artikel 2.17, eerste lid, van het Activiteitenbesluit gestelde grenswaarde voor de avondperiode kan worden voldaan, had het op zijn weg gelegen om daartoe nader onderzoek te verrichten alvorens een besluit op het handhavingsverzoek te nemen. Dat vanwege omgevingsfactoren het lastig is om bruikbare geluidmetingen te verrichten, doet daar niet aan af. Het bestreden besluit is in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.

2.6. De voorzitter ziet dan ook, na afweging van de betrokken belangen, aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.7. Gelet op de in artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde heroverwegingsplicht geeft de voorzitter het college in overweging nader onderzoek naar de geluidbelasting in de avondperiode vanwege het in werking zijn van het ventilatiesysteem te verrichten.

2.8. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort van 4 mei 2010, kenmerk mdu/eam/2010-29073;

II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort tot vergoeding van bij [verzoekers] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 515,25 (zegge: vijfhonderdvijftien euro en vijfentwintig cent), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort aan [verzoekers] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Drouen

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 juli 2010

375.