Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN0482

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-07-2010
Datum publicatie
07-07-2010
Zaaknummer
200905544/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 juni 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Diepenheim" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200905544/1/R3.

Datum uitspraak: 7 juli 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], beiden wonend te [woonplaats],

gemeente Hof van Twente,

en

de raad van de gemeente Hof van Twente,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 16 juni 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Diepenheim" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 5 oktober 2009, beroep ingesteld.

[appellanten] en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 mei 2010, waar [appellanten], in persoon, en de raad, vertegenwoordigd door K. Lueks en J.E. Koetsier-Keizer, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ter zitting hebben [appellanten] de beroepsgrond aangaande het kunnen realiseren van een schuine kap op woningen ingetrokken.

2.2. [appellanten] betogen dat de voorgevelrooilijn voor hun woning aan de [locatie] in het plan ten onrechte gelijk loopt met de voorgevel. Zij wijzen er op dat de voorgevelrooilijn in het voorheen geldende plan op enkele meters afstand van de voorgevel lag. Aan de zijkant zijn de bebouwingsmogelijkheden volgens hen ten onrechte tot de zijdelingse perceelsgrens met 1 meter beperkt.

2.2.1. De verbeelding, voor zover hier van belang, kent aan het perceel [locatie] de bestemming "Woongebied" en de aanduiding "bouwvlak" toe.

Ingevolge artikel 15.1 van de planregels, voor zover hier van belang, zijn de voor "Woongebied" aangewezen gronden bestemd voor wonen.

Ingevolge artikel 15.2, voor zover hier van belang, dienen gebouwen te worden gebouwd binnen het bouwvlak.

2.2.2. Het plan heeft blijkens de plantoelichting in hoofdzaak een conserverend karakter. Aan percelen waarop bestaande woningen aanwezig zijn, is de bestemming "Woongebied" toegekend. De aanduiding "bouwvlak" geeft aan waar binnen deze bestemming gebouwen mogen worden gebouwd. De raad heeft er voor gekozen de aanduiding "bouwvlak" voor het perceel van [appellanten] zodanig op de verbeelding in te tekenen dat hun bestaande woning, voor zover grenzend aan de openbare ruimte, nauwelijks verder kan worden uitgebreid. De raad heeft hierbij blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting onder meer betrokken dat het vanuit verkeerskundig oogpunt niet wenselijk is de bebouwing te dicht op de weg te situeren. De raad heeft voorts in zijn oordeel betrokken dat [appellanten] geen concrete plannen voor de uitbreiding van hun woning hebben en dat de relatie tussen het bebouwingsbeeld en de openbare ruimte bescherming verdient. Hetgeen [appellanten] hebben aangevoerd, geeft geen aanknopingspunt voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid de aanduiding "bouwvlak" voor het perceel [locatie] op deze wijze heeft kunnen vaststellen. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat aan een voorheen geldend bestemmingsplan, waarvan de planologische mogelijkheden nimmer zijn gerealiseerd, geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. Voor zover [appellanten] hebben aangevoerd dat voor het perceel [locatie a] naast […] de planologische mogelijkheden niet zijn gewijzigd ten opzichte van het voorheen geldende plan overweegt de Afdeling dat de raad zich op het standpunt heeft gesteld dat deze situatie verschilt met de aan de orde zijnde situatie, omdat sprake is van een andere locatie en een andere woning met een andere ligging en andere maatvoering. Het aangevoerde geeft geen aanknopingspunt voor het oordeel dat de raad zich niet op dit standpunt heeft kunnen stellen.

2.3. Voor zover [appellanten] vrezen dat de bouwvergunningvrije carport en tuinafscheidingen op hun perceel niet als zodanig zijn bestemd, overweegt de Afdeling dat ingevolge artikel 3.25, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet ruimtelijke ordening, voor zover hier van belang, de regels van een bestemmingsplan buiten toepassing blijven voor zover deze betrekking hebben op het bouwen waarvoor krachtens artikel 43, eerste lid, van de Woningwet geen bouwvergunning is vereist. De raad heeft bij de vaststelling van het plan daarom terecht geen rekening gehouden met voormelde bouwwerken.

2.4. De conclusie is dat hetgeen [appellanten] hebben aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het bestreden plandeel strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep is ongegrond.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Taal, ambtenaar van Staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Taal

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2010

325-605.