Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN0455

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-07-2010
Datum publicatie
07-07-2010
Zaaknummer
200909813/1/H1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 augustus 2008 heeft het college [appellant] gelast om de op de percelen [4 locaties] (hierna: de percelen) aanwezige voorwerpen en goederen te verwijderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200909813/1/H1.

Datum uitspraak: 7 juli 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 10 november 2009 in zaak nr. 09/327 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Groningen (hierna: het college).

1. Procesverloop

Bij besluit van 15 augustus 2008 heeft het college [appellant] gelast om de op de percelen [4 locaties] (hierna: de percelen) aanwezige voorwerpen en goederen te verwijderen.

Bij besluit van 25 februari 2009 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 10 november 2009, verzonden op 12 november 2009, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 december 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 13 januari 2010.

Het college heeft een verweerschrift ingediend. Het heeft verder nog nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak aan de orde gesteld op 16 juni 2010.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge het bestemmingsplan "Bruilweering" is aan de percelen de bestemming "Volkstuinen-komplex" toegekend.

Ingevolge artikel 3, vijfde lid, van de voorschriften van het bestemmingsplan mogen de percelen slechts worden gebruikt overeenkomstig deze bestemming.

Ingevolge artikel 5.1.1, eerste lid, van de Groninger bouwverordening 2007, moeten open erven en terrein zich in een, in verband met hun bestemming, voldoende staat van onderhoud bevinden.

2.2. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat hij zijn percelen reeds heeft opgeruimd en het college zich op verouderde informatie heeft gebaseerd.

2.2.1. Dat de op zichzelf niet betwiste overtreding, als gesteld, ten tijde van het besluit van 25 februari 2009 was beëindigd, betekent niet dat de last of de handhaving daarvan in bezwaar niet rechtmatig was. Reeds hierom faalt het betoog.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Lodder

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2010

17-642.