Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN0451

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-07-2010
Datum publicatie
07-07-2010
Zaaknummer
200908795/1/H1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Op 21 januari 2008 heeft het college aan [belanghebbende] medegedeeld dat haar aanvraag om lichte bouwvergunning voor het aanbrengen van een reclame-uiting aan de gevel van het perceel [locatie] te Rotterdam (hierna: het perceel) niet in behandeling wordt genomen, omdat geen zodanige vergunning is vereist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Gst. 2010, 86 met annotatie van A.G.A. Nijmeijer
Module Ruimtelijke ordening 2010/2500 met annotatie van R. Sieben
Module Bouwregelgeving 2010/501
ABkort 2010/262
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200908795/1/H1.

Datum uitspraak: 7 juli 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellant B] (hierna tezamen in enkelvoud: [appellant]), beiden wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 8 oktober 2009 in

zaak nr. 08/3305 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.

1. Procesverloop

Op 21 januari 2008 heeft het college aan [belanghebbende] medegedeeld dat haar aanvraag om lichte bouwvergunning voor het aanbrengen van een reclame-uiting aan de gevel van het perceel [locatie] te Rotterdam (hierna: het perceel) niet in behandeling wordt genomen, omdat geen zodanige vergunning is vereist.

Bij besluit van 7 juli 2008 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 8 oktober 2009, verzonden op de volgende dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 november 2009, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [belanghebbende] een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 mei 2010, waar [appellant A] en [appellant B] en het college, vertegenwoordigd door mr. M.C. Rolle, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Woningwet wordt, voor zover thans van belang, voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde onder bouwen verstaan: het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

Ingevolge artikel 40, eerste lid, aanhef en onder a, is het verboden te bouwen zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende bouwvergunning, tenzij voor dat bouwen op grond van artikel 43 geen bouwvergunning is of was vereist.

2.2. [appellant] betoogt dat de rechtbank, door het standpunt van het college dat voor het aanbrengen van de reclame-uiting geen bouwvergunning is vereist, niet onjuist te achten, heeft miskend dat het gaat om verlichte rode letters.

2.2.1. De reclame-uiting bestaat uit een metalen zwart gespoten frame, waarop rode letters met daarin neonverlichting zijn aangebracht. De breedte is ongeveer 4,71 m, de hoogte ongeveer 20 cm en de diepte ongeveer 9,4 cm. Zij is aangebracht op de gevel ter hoogte van de grens tussen de begane grond en de eerste verdieping.

Het aanbrengen van de reclame-uiting is, gezien de aard en omvang ervan, geen bouwen in de zin van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Woningwet. De rechtbank heeft terecht, zij het op andere gronden, hiervoor geen bouwvergunning nodig geacht.

Het betoog faalt.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient, zij het met verbetering van de gronden waarop deze rust, te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, mr. H. Troostwijk en mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillissen, leden, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Van Heusden

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2010

163-640.