Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN0449

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-07-2010
Datum publicatie
07-07-2010
Zaaknummer
200907599/1/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 juli 2007 heeft de korpschef het verzoek van [wederpartij] om informatie over alle in 2006 verleende verloven tot het voorhanden hebben van een vuurwapen gedeeltelijk ingewilligd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200907599/1/H3.

Datum uitspraak: 7 juli 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de korpschef van de politieregio Gelderland-Midden,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank) van 27 augustus 2009 in zaken nrs. 08/5381 en 09/199 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te [woonplaats]

en

de korpschef.

1. Procesverloop

Bij besluit van 11 juli 2007 heeft de korpschef het verzoek van [wederpartij] om informatie over alle in 2006 verleende verloven tot het voorhanden hebben van een vuurwapen gedeeltelijk ingewilligd.

Bij besluit van 1 december 2008 heeft de korpschef opnieuw beslissend het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de zogeheten Veronalijst verstrekt.

Bij uitspraak van 27 augustus 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 1 december 2008 vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de korpschef bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 oktober 2009, hoger beroep ingesteld.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 8 december 2008 (lees: 2009) heeft [wederpartij] de Afdeling toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).

Bij besluit van 25 februari 2010 heeft de korpschef opnieuw beslissend het door [wederpartij] gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaard.

[wederpartij] heeft een reactie op dit besluit ingediend.

De korpschef heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 april 2010, waar de korpschef, vertegenwoordigd door mr. Y.C. van der Meulen en mr. R.R. Berkhout, beiden werkzaam bij de politieregio Gelderland-Midden, en [wederpartij], vertegenwoordigd door mr. H. van Drunen, werkzaam bij Juridisch Adviesbureau Maury, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) kan eenieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.

Ingevolge het vierde lid verzoekt het bestuursorgaan, indien het verzoek te algemeen is geformuleerd, de verzoeker zo spoedig mogelijk om zijn verzoek te preciseren en is het hem daarbij behulpzaam.

Ingevolge het vijfde lid wordt een verzoek om informatie ingewilligd met inachtneming van de artikelen 10 en 11.

2.2. Bij het besluit op bezwaar van 1 december 2008 heeft de korpschef de gehele zogeheten Veronalijst verstrekt. Op deze lijst worden landelijk de gegevens over wapenverloven geregistreerd. Hierop staan de woonplaats, het geboortejaar, de reden van de aanvraag, de wapensoort, het wapentype, het merk, het kaliber, de datum van afgifte en de geldigheidsduur.

2.3. De rechtbank heeft, voor zover thans van belang, overwogen dat de korpschef ten onrechte niet heeft aangegeven waarom de op de lijsten ontbrekende informatie, zoals waartoe het verlof geldt, mutaties en eventuele beperkingen, niet openbaar kan worden gemaakt. De korpschef heeft voorts ten onrechte niet opnieuw beslist op het bezwaar gericht tegen het niet verstrekken van de geweigerde verloven, aldus de rechtbank.

2.4. De korpschef heeft tegen deze overwegingen aangevoerd dat de rechtbank er ten onrechte van is uitgegaan dat de aanduiding 'waartoe het verlof geldt' betrekking heeft op mutaties op een verlof. Voorts heeft de korpschef aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet meer beschikt over de mutaties op de verloven. Ten slotte heeft de korpschef betoogd dat [wederpartij] in bezwaar geen gronden heeft aangevoerd tegen zijn in zijn besluit van 11 juli 2007 ingenomen standpunt dat in 2006 geen wapenverloven zijn geweigerd en dat hij derhalve niet was gehouden daarover opnieuw te beslissen.

2.4.1. De Afdeling heeft met toepassing van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb kennis genomen van de geweigerde informatie.

De aanduiding 'waartoe het verlof geldt' ziet op het voorhanden hebben, dragen en vervoeren van wapens en munitie. De rechtbank heeft derhalve ten onrechte overwogen dat de aanduiding betrekking heeft op informatie waaruit blijkt dat een wapen in de loop van het jaar op het verlof is toegevoegd of ervan is afgevoerd.

De korpschef heeft gesteld dat deze mutaties niet op de verloven of de daarbij behorende bijlagen worden vermeld omdat bij een mutatie een nieuwe bijlage wordt gemaakt. De oude bijlage wordt niet bewaard, omdat het doel van een verlof is het aantonen van de actuele bevoegdheden van de verlofhouder. Dit komt de Afdeling niet ongeloofwaardig voor. [wederpartij] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de mutaties toch staan vermeld op de verloven met bijlagen, waarop zijn verzoek betrekking heeft. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat de korpschef onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de korpschef niet beschikt over mutaties op het verlof.

2.4.2. In het besluit van 11 juli 2007 heeft de korpschef gesteld dat in 2006 geen verloven zijn geweigerd. [wederpartij] heeft dit onderdeel niet bestreden in bezwaar en het beroep tegen het eerste besluit op bezwaar van 10 oktober 2007. Niet is gebleken dat hij dat niet eerder had kunnen doen. Dit onderdeel is derhalve niet meer in het geding. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat de korpschef ook opnieuw op het verzoek om afschriften van geweigerde verloven had moeten beslissen.

2.5. Het hoger beroep is gegrond.

2.6. Bij besluit van 25 februari 2010 heeft de korpschef, gevolg gevend aan de aangevallen uitspraak, opnieuw beslist op het door [wederpartij] gemaakte bezwaar. Dit besluit wordt, gelet op artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht, gelezen in samenhang met de artikelen 6:18, eerste lid, en 6:19, eerste lid, van die wet, geacht eveneens voorwerp te zijn van dit geding.

2.6.1. De korpschef heeft in dit besluit het bezwaar, voor zover het betreft de gegevens over waartoe het verlof strekt, gegrond verklaard en deze gegevens in de vorm van een cd-rom verstrekt. Voor het overige heeft hij het bezwaar ongegrond verklaard. Daarbij heeft hij overwogen dat aangezien wapennummers rechtstreeks herleidbaar zijn tot individuele verlofhouders, het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer aan de openbaarmaking daarvan in de weg staat. Voorts heeft de korpschef zich op het standpunt gesteld dat mutaties niet worden vermeld op een verlof of bijlage daarbij en dat in 2006 geen verzoeken om een verlof zijn afgewezen.

2.6.2. Ter zitting in hoger beroep heeft [wederpartij] het beroep tegen dit besluit ingetrokken.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep van de korpschef van de politieregio Gelderland-Midden gegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. W. Konijnenbelt en mr. B.P. Vermeulen, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom w.g. Van Tuyll van Serooskerken

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2010

290.