Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN0425

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-06-2010
Datum publicatie
07-07-2010
Zaaknummer
201005695/1/M1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 april 2010 heeft het college aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Spar Express Egmond B.V. een last onder dwangsom opgelegd vanwege overtreding van artikel 2.17 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201005695/1/M1.

Datum uitspraak: 29 juni 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Spar Holding B.V., gevestigd te Zevenbergen, gemeente Bernheze,

verzoekster,

en

het college van burgemeester en wethouders van Bergen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 april 2010 heeft het college aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Spar Express Egmond B.V. een last onder dwangsom opgelegd vanwege overtreding van artikel 2.17 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit).

Tegen dit besluit heeft Spar Holding B.V. bezwaar gemaakt.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 juni 2010, heeft Spar Holding B.V. de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 21 juni 2010, waar Spar Holding B.V., vertegenwoordigd door mr. V.A.E. van Westing, advocaat te Nijmegen, F. Fernandez, en R. Westerveld, en het college, vertegenwoordigd door T. Nijman, B. Masselink en T. Mosch, allen werkzaam bij de Milieudienst Regio Alkmaar, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting [belanghebbende A], vertegenwoordigd door mr. E.C.W. van der Poel, advocaat te Alkmaar, en [belanghebbende B], als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. De voorzitter gaat er voorshands vanuit dat Spar Holding B.V. (hierna: Spar) het verzoek om een voorlopige voorziening mede namens Spar Express Egmond B.V. heeft gedaan.

2.2. Spar voert aan dat de plaats van de metingen vanuit het Velux-dakraam onjuist is, omdat volgens de Handleiding meten en rekenen industrielawaai de afstand van de gevel tot aan de geluidbron ten minste 2 meter moet zijn. Volgens Spar had inpandig moeten worden gemeten, omdat de geluidoverlast zich vooral in de woning voor zal doen, nu deze geen tuin of balkon heeft. Ook zou volgens Spar tevens na 23.00 uur moeten worden gemeten, omdat in de nachtperiode slechts één compressor in werking is. Verder is Spar van mening dat de toeslag voor tonaal geluid niet had mogen worden toegepast. Daarnaast voert Spar aan dat de gevelcorrectie ten onrechte niet is toegepast. Ten slotte was volgens Spar de windsnelheid te hoog om betrouwbare metingen te kunnen doen.

2.2.1. Het college voert aan dat in ieder geval, ongeacht de meetmethode, sprake is van een forse overschrijding.

2.2.2. Ingevolge artikel 2.17, eerste lid, aanhef en onder a, van het Activiteitenbesluit, voor zover thans van belang, geldt voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (Lar,lt), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, dat de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden.

De in tabel 2.17a aangegeven waarden bedragen voor het Lar,lt op de gevel van gevoelige gebouwen 50 dB(A) van 07.00 tot 19.00 uur, 45 dB(A) van 19.00 tot 23.00 uur en 40 dB(A) van 23.00 tot 07.00 uur.

2.2.3. De voorzitter overweegt dat de meting heeft plaatsgevonden in het Velux-dakraam, zodat geen gevelcorrectie nodig is, omdat geen gevelreflectie plaatsvindt. Ook overweegt de voorzitter dat artikel 2.17, eerste lid, van het Activiteitenbesluit bepaalt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op de gevel van gevoelige gebouwen niet meer mag bedragen dan de in tabel 2.17a genoemde waarden.

De voorzitter stelt vast dat er ook na 23.00 uur is gemeten. De voorzitter stelt tevens vast dat er drie keer een tonale piek is geconstateerd. Ten slotte stelt de voorzitter vast dat is gemeten toen geen stoorgeluid hoorbaar was.

Gelet op het vorenstaande acht de voorzitter het aannemelijk dat een overschrijding van de waarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau als bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, van het Activiteitenbesluit heeft plaatsgevonden.

Partijen, ook het college, hebben ter zitting aangegeven dat het aannemelijk is dat door het treffen van nadere maatregelen een oplossing voor de geluidoverlast gevonden kan worden. Spar heeft aangegeven dat zij bereid is hiervoor investeringen te doen, indien duidelijk is in hoeverre de waarden uit artikel 2.17, eerste lid, van het Activiteitenbesluit overschreden worden. Partijen zijn het er ter zitting over eens geworden dat Spar, in overleg met haar akoestische deskundige, een voorstel ter oplossing van het geluidprobleem zal voorleggen aan de Milieudienst Regio Alkmaar en dat ook de akoestische deskundige van de eigenaar van de naast de inrichting gelegen woning daarbij betrokken zal worden. Het college heeft ter zitting verklaard te zullen bevorderen dat op korte termijn een beslissing op bezwaar zal worden genomen.

2.3. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzitter, bij afweging van de betrokken belangen, aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.4. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Bergen van 21 april 2010, kenmerk MRA/2010.938 tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op het bezwaar, met dien verstande dat indien binnen die termijn wordt verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening, de schorsing doorloopt totdat op dat verzoek is beslist;

II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Bergen tot vergoeding van bij Spar Holding B.V. in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Bergen aan Spar Holding B.V. het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 298,00 (zegge: tweehonderdachtennegentig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A. Bijleveld, ambtenaar van Staat.

w.g. Brink w.g. Bijleveld

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2010

433.