Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN0421

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-06-2010
Datum publicatie
07-07-2010
Zaaknummer
201004415/2/M2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 maart 2010 heeft het college aan [vergunninghoudster] een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het veranderen van een pluimveehouderij aan de [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 25 maart 2010 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201004415/2/M2.

Datum uitspraak: 28 juni 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker] en anderen, wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Lopik,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 18 maart 2010 heeft het college aan [vergunninghoudster] een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het veranderen van een pluimveehouderij aan de [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 25 maart 2010 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben onder meer verzoekers bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 4 mei 2010, beroep ingesteld. De gronden van dat beroep zijn aangevuld bij brief van 21 mei 2010.

Bij brief, bij de Raad van Sate ingekomen op 18 mei 2010, hebben verzoekers de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 21 juni 2010, waar verzoekers, vertegenwoordigd door [verzoeker] en bijgestaan door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door D.J.J. van Rens en ing. R.J.M.B. Derks, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht kan een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2.3. De bij het bestreden besluit verleende veranderingsvergunning ziet onder meer op de bouw van een nieuwe loods voor mestbewerking.

2.4. Ingevolge artikel 20.8 van de Wet milieubeheer, treedt, in afwijking van artikel 20.3, eerste lid, eerste volzin, een besluit als bedoeld in artikel 20.6, eerste lid, in gevallen als bedoeld in artikel 8.5, tweede lid, - waarin de vergunning betrekking heeft op het oprichten of veranderen van een inrichting, dat tevens is aan te merken als bouwen in de zin van de Woningwet - niet eerder in werking dan nadat de betrokken bouwvergunning is verleend.

2.5. Ter zitting is gebleken dat voor de geplande nieuwbouw binnen de inrichting nog geen bouwvergunning is verleend en ook nog niet is aangevraagd, zodat het geruime tijd zal duren voordat het besluit tot het verlenen van de veranderingsvergunning in werking kan treden. Gelet hierop is er geen onverwijlde spoed die het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.

2.6. Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening wordt derhalve afgewezen.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, ambtenaar van Staat.

w.g. Brink w.g. Van der Maesen de Sombreff

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2010

190-628.