Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BM9709

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-06-2010
Datum publicatie
30-06-2010
Zaaknummer
200903632/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 31 maart 2009 heeft de raad van de gemeente Eersel (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening motorcrossterrein De Ketelberg" (hierna: het plan) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200903632/1/R3.

Datum uitspraak: 30 juni 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Eersel,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 31 maart 2009 heeft de raad van de gemeente Eersel (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening motorcrossterrein De Ketelberg" (hierna: het plan) vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen (hierna in enkelvoud: [appellant]) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 mei 2009, beroep ingesteld.

De raad van de gemeente Eersel (hierna: de raad) heeft een verweerschrift ingediend.

Het openbaar lichaam Kempisch Bedrijvenpark (hierna: het openbaar lichaam), de raad en [appellant] hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 januari 2010, waar [appellant], bij monde van [appellant], en de raad, vertegenwoordigd door J. Borrenbergs, ir. M. Willekens en ir. R.A.A. Cornelis, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Voorts zijn daar als belanghebbenden gehoord het openbaar lichaam, vertegenwoordigd door mr. C. Burgemeestre en P.K. Tulner, en de motorcrossclubs De Kempen en Eersel, vertegenwoordigd door [gemachtigden].

2. Overwegingen

Het plan

2.1. Het plan voorziet in een ruimere geluidscontour voor het deel van het motorcrossterrein De Ketelberg dat ligt in de gemeente Eersel. Het plan is vastgesteld omdat bij het voorheen geldende bestemmingsplan geen rekening was gehouden met het organiseren van wedstrijddagen op het motorcrossterrein en om de planregels af te stemmen op de voorziene regeling voor de voorgenomen uitbreiding van het motorcrossterrein De Ketelberg op gronden in de gemeente Bladel. Deze uitbreiding houdt verband met de verplaatsing van het bestaande motorcrossterrein 'De Pan' in Bladel, dat thans is gesitueerd op gronden waar het Kempisch Bedrijvenpark is voorzien.

Ontvankelijkheid

2.2. De raad stelt zich op het standpunt dat [appellant] en anderen niet als belanghebbende bij het bestreden besluit zijn aan te merken, nu ter plaatse van hun agrarisch perceel slechts een geringe overschrijding van het toegestane geluidniveau optreedt, die nauwelijks enige invloed op dat perceel heeft.

2.2.1. Nu de geluidzone vanwege het motorcrossterrein zich mede uitstrekt over een deel van de gronden van [appellant] is naar het oordeel van de Afdeling sprake van een zodanige ruimtelijke uitstraling op hun gronden dat zij kunnen worden aangemerkt als belanghebbende bij het besluit tot vaststelling van het plan.

Procedureel bezwaar

2.3. [appellant] betoogt dat de ontwikkeling van het nabijgelegen Kempisch Bedrijvenpark en de daarmee verband houdende omlegging van de N284 ten onrechte niet zijn betrokken bij de beoordeling of ten behoeve van het plan een milieueffectrapport moet worden gemaakt.

2.3.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de Afdeling in haar uitspraak van 18 juni 2008, nr. 200702330/1 reeds heeft geoordeeld dat geen plicht bestaat tot het opstellen van een milieueffectrapport voor de door [appellant] genoemde ontwikkelingen.

2.3.2. Bij uitspraak van heden in zaak nr. 200901350/1/R3 heeft de Afdeling beslist over de beroepen tegen het besluit van de raad tot vaststelling van het bestemmingsplan "Kempisch Bedrijvenpark 2008", welk plan voorziet in aanleg van het Kempisch Bedrijvenpark, de omlegging van de N284 en de uitbreiding van het motorcrossterrein De Ketelberg. In die uitspraak heeft de Afdeling onder meer het betoog van [appellant] besproken dat het in de rede had gelegen een m.e.r. uit te voeren vanwege het bedrijventerrein, de omlegging van de N284 en de uitbreiding van het motorcrossterrein De Ketelberg. Gezien overwegingen 2.7.-2.7.3. van de uitspraak van de Afdeling in zaak nr. 200901350/1/R3 faalt het betoog van [appellant] dat de samenhang tussen het Kempisch Bedrijvenpark, de omlegging van de N284 en het motorcrossterrein niet in aanmerking is genomen bij de beoordeling van de vraag of ten behoeve van het plan een milieueffectrapport moet worden gemaakt.

Materiële bezwaren

2.4. Ook bij het onderzoek naar de gevolgen van het plan voor de luchtkwaliteit is ten onrechte niet bezien wat de gezamenlijke effecten van het Kempisch Bedrijvenpark, de omlegging van de N284 en het motorcrossterrein De Ketelberg zijn, zo voert [appellant] verder aan.

2.4.1. Volgens de raad is sprake van drie op zichzelf staande ontwikkelingen, ten aanzien waarvan geen reden bestaat voor een onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit van deze ontwikkelingen samen, waarbij de raad opmerkt dat met name de activiteiten op het bedrijvenpark en het motorcrossterrein op verschillende momenten plaatsvinden.

2.4.2. Ten tijde van het bestreden besluit waren geen onderzoeksresultaten beschikbaar waarop de aanname van de raad en provinciale staten dat de bij het luchtkwaliteitonderzoek van 26 juni 2008 niet meegenomen bronnen geen overschrijdingen van de luchtkwaliteitnormen tot gevolg zullen hebben, is gestoeld. Op dit punt is het bestreden besluit dan ook onzorgvuldig tot stand gekomen.

2.5. [appellant] voert voorts aan dat bij het akoestisch onderzoek dat is verricht ter berekening van de geluidscontour, rekening had moeten worden gehouden met hoogteverschillen in het motorcrossterrein. [appellant] betoogt dat vooral op wedstrijddagen onaanvaardbare overlast in zijn omgeving zal optreden. Ten onrechte is niet voorzien in een geluidswal of andere geluidsbeperkende maatregelen, zo voert [appellant] aan.

2.5.1. Volgens de raad is het akoestisch onderzoek op de juiste wijze tot stand gekomen, aan de hand van metingen op verschillende plaatsen op het motorcrossterrein, tijdens zowel trainingen als wedstrijden. De raad stelt zich op het standpunt dat het plan nauwelijks invloed heeft op het geluidniveau ter plaatse van het onbebouwde agrarische perceel van [appellant].

2.5.2. De resultaten van het akoestisch onderzoek dat is verricht om de gevolgen van het motorcrossterrein, inclusief de voorgenomen uitbreiding van dat terrein, in kaart te brengen, is neergelegd in het rapport 'Akoestisch onderzoek motorcrossterrein 'De Ketelberg', Onderzoek naar consequenties van samenvoegen MC Eersel en MCc Hapert' (Grontmij Nederland bv, 7 maart 2008). In dit rapport staat dat de geluidsuitstraling van het terrein naar de omgeving is bepaald conform de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999', in welk kader bronnen, bodemgebieden en ontvangerpunten zijn ingevoerd in het computermodel Geonoise v5.41. Op basis van een representatieve bedrijfssituatie is de geluidsbelasting berekend, zo staat in het rapport. De geluidscontour van 50 dB(A) is bepaald, uitgaande van wedstrijdsituaties in het weekend op landelijk niveau op zaterdag en zondag.

2.5.3. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat het akoestisch rapport zodanige gebreken vertoont dat de raad zich daarop niet in redelijkheid heeft kunnen baseren bij het nemen van het bestreden besluit. Gelet op de omstandigheid dat het akoestisch onderzoek volgt dat de gronden van [appellant] nabij de grens van de geluidscontour van 50 dB(A) liggen en nu de raad onweersproken heeft gesteld dat het gaat om onbebouwde grond die voor agrarische doeleinden wordt gebruikt, geeft het aangevoerde de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan, ook zonder verdere daarin opgenomen mogelijkheden om geluidsbeperkende maatregelen te treffen, niet leidt tot onevenredige geluidsoverlast op de gronden van [appellant].

2.6. Met betrekking tot de beoordeling van de ecologische kwaliteiten in de omgeving en de effecten op het landschap betoogt [appellant] dat ten onrechte is uitgegaan van de huidige situatie, nu de activiteiten op het motorcrossterrein voorheen grotendeels niet waren toegestaan.

2.6.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het motorcrossterrein De Ketelberg volgens het bestemmingsplan Buitengebied 1998 ter plaatse is toegestaan, zodat het bestaande motorcrossterrein als uitgangspunt kan worden genomen bij de beoordeling van de ecologische kwaliteiten.

2.6.2. Nu het vorige bestemmingsplan reeds voorzag in een bestemming ten behoeve van het bestaande deel van motorcrossterrein De Ketelberg, bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich bij de beoordeling van de ecologische en landschappelijke gevolgen van de voorgenomen uitbreiding niet in redelijkheid de bestaande ecologische waarden tot uitgangspunt heeft kunnen nemen.

Het betoog faalt.

2.7. [appellant] richt zich voorts tegen de ontheffingsmogelijkheid waarin het plan voorziet.

2.7.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de in het plan opgenomen ontheffingsmogelijkheid betrekking heeft op de bouw van nutsvoorzieningen, zodat gebruikmaking van deze mogelijkheid niet kan leiden tot meer motorcrossactiviteiten. Bovendien kunnen belanghebbenden bij een eventueel te verlenen ontheffing hun bezwaren in de daarvoor te volgen procedure kenbaar maken, aldus de raad.

2.7.2. Ingevolge artikel 32, lid B II, van de planregels zijn burgemeester en wethouders bevoegd ontheffing te verlenen van het in lid B I opgenomen verbod op het bouwen van gebouwen teneinde gebouwen voor telecommunicatie, water- en energiedistributie toe te staan met een bebouwde oppervlakte van maximaal 15 m² en een bouwhoogte van maximaal 4 meter, met inachtneming van de volgende bepalingen:

1. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad;

2. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in de omgeving aanwezige architectonische en/of cultuurhistorische waarden;

3. de verkeersveiligheid mag niet in het gedrang komen.

2.7.3. Het aangevoerde geeft de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad met het opnemen van voornoemde ontheffingsbevoegdheid onvoldoende gewicht heeft toegekend aan belangen van derden. Daarbij is van belang dat door de aan het geven van toepassing aan deze bevoegdheid verbonden voorwaarden gewicht is toegekend aan de belangen van derden, aanwezige architectonische en/of cultuurhistorische waarden in de omgeving en aan de verkeersveiligheid. Voorts is van belang dat met toepassing van deze bevoegdheid slechts gebouwen met beperkte afmetingen kunnen worden toegestaan die slechts voor een beperkt aantal doeleinden mogen worden gebruikt.

2.8. Hetgeen [appellant] voor het overige heeft aangevoerd, kan niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit.

2.9. De conclusie is dat hetgeen [appellant] heeft aangevoerd met betrekking tot het luchtkwaliteitonderzoek aanleiding geeft voor het oordeel dat het bestreden besluit is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb te worden vernietigd.

2.9.1. De Afdeling ziet in het hierna overwogene evenwel aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb in stand te laten.

De raad heeft het rapport "Integraal onderzoek luchtkwaliteit Kempisch Bedrijvenpark en wegomlegging N284 plus integratie van motorcrossterrein, KLC en industrie noordzijde" (Arcadis, 9 oktober 2009) ingediend, in welk rapport de resultaten van onderzoek naar de gezamenlijke effecten van het Kempisch Bedrijvenpark, de omlegging van de N284 en het motorcrossterrein op de luchtkwaliteit zijn beschreven.

Volgens de conclusies van het rapport blijkt uit het luchtkwaliteitonderzoek dat de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer niet in de weg staan aan de realisatie van het Kempisch Bedrijvenpark, de omlegging van de N284 en de uitbreiding van het motorcrossterrein. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat het luchtkwaliteitonderzoek gebreken vertoont.

2.10. Niet is gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep van [appellant] en anderen gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Eersel van 31 maart 2009 waarbij hij het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening motorcrossterrein De Ketelberg" heeft vastgesteld;

III. bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit geheel in stand blijven;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Eersel aan [appellant] en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, voorzitter, en mr. D.A.C. Slump en mr. M.W.L. Simons-Vinckx, leden, in tegenwoordigheid van mr. W. van Steenbergen, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Buuren w.g. Van Steenbergen

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2010

528.