Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BM9643

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-06-2010
Datum publicatie
30-06-2010
Zaaknummer
200908609/1/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 februari 2008 heeft de minister geweigerd een document openbaar te maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2010/254 met annotatie van P.J. Stolk
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200908609/1/H3.

Datum uitspraak: 30 juni 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 30 september 2009 in zaak nr. 08/8929 in het geding tussen:

[wederpartij A], gevestigd te [plaats], en [wederpartij B] en [wederpartij C], allen wonend te [woonplaats], (hierna tezamen en in enkelvoud: [wederpartij])

en

de minister.

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 februari 2008 heeft de minister geweigerd een document openbaar te maken.

Bij besluit van 30 oktober 2008 heeft de minister het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 30 september 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 30 oktober 2008 vernietigd en bepaald dat de minister opnieuw op het door [wederpartij] gemaakte bezwaar moet beslissen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de minister bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 november 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden ervan zijn aangevuld bij brief van 7 december 2009.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

De minister heeft een nader stuk ingediend.

[wederpartij] en [belanghebbende] hebben toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 mei 2010, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. D.J. Hira-Tetar, werkzaam bij het ministerie, en [wederpartij], vertegenwoordigd door mr. E. Dans, advocaat te Rotterdam, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.

Ingevolge het vijfde lid wordt een verzoek om informatie ingewilligd met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 10 en 11.

Ingevolge artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege voor zover dit bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld.

Ingevolge artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.

Ingevolge het zesde lid is het tweede lid, aanhef en onder g, niet van toepassing op het verstrekken van milieu-informatie.

Ingevolge artikel 19.1a van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) wordt verstaan onder milieu-informatie: alle informatie, neergelegd in documenten, over:

a. de toestand van elementen van het milieu, zoals lucht en atmosfeer, water, bodem, land, landschap en natuurgebieden met inbegrip van vochtige biotopen, kust- en zeegebieden, biologische diversiteit en haar componenten, met inbegrip van genetisch gemodificeerde organismen, en de interactie tussen deze elementen;

b. factoren, zoals stoffen, energie, geluid, straling of afval, met inbegrip van radioactief afval, emissies, lozingen en ander vrijkomen van stoffen in het milieu die de onder a bedoelde elementen van het milieu aantasten of waarschijnlijk aantasten;

(…).

2.2. [wederpartij] heeft verzocht om openbaarmaking van de landbouwtellinggegevens van [belanghebbende] over het jaar 2007.

De minister heeft geweigerd die gegevens openbaar te maken op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob. Volgens de minister kan uit de landbouwtellinggegevens concurrentiegevoelige informatie worden afgeleid over de algemene bedrijfsvoering van [belanghebbende] waardoor zij onevenredig kan worden benadeeld. Volgens de minister dient dit belang zwaarder te wegen dan het belang van openbaarheid.

2.3. De rechtbank heeft overwogen dat de landbouwtellinggegevens moeten worden aangemerkt als milieu-informatie voor zover die gegevens betrekking hebben op de aantallen en soorten gehouden dieren en de mestopslag, omdat dit factoren zijn die het milieu kunnen aantasten. Nu de minister zijn weigering tot openbaarmaking uitsluitend heeft gebaseerd op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob en die bepaling ten onrechte is ingeroepen, ontbeert die weigering wettelijke grond, aldus de rechtbank. Daarnaast heeft zij overwogen dat de gegevens van feitelijke aard zijn en door de minister voor verschillende doeleinden aan verschillende instanties ter beschikking worden gesteld en dat het aannemelijk is dat dit gebeurt voor landbouwtellinggegevens van ieder agrarisch bedrijf. De minister heeft daarom volgens de rechtbank onvoldoende gemotiveerd waarom hij heeft geweigerd die delen van de landbouwtellinggegevens openbaar te maken die geen milieu-informatie bevatten.

2.4. De minister betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de landbouwtellinggegevens milieu-informatie bevatten. Volgens de minister is in artikel 19.1a van de Wm een limitatieve opsomming gegeven van gevallen en situaties waarin milieu-informatie aan de orde is en vallen daaronder geen gegevens die betrekking hebben op aantallen en soorten gehouden dieren of algemene informatie over de opslag van mest.

2.4.1. De Afdeling heeft met toepassing van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb kennis genomen van de inhoud van de landbouwtellinggegevens van [belanghebbende] over het jaar 2007. Die gegevens betreffen onder meer aantallen varkens, runderen en schapen en de mestopslag.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 4 november 2009 in zaak nr. 200900317/1/H3) dient, gelet op artikel 19.1a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wm, informatie over factoren die elementen van het milieu aantasten of waarschijnlijk aantasten, onderscheidenlijk informatie over activiteiten die op dergelijke factoren een uitwerking hebben of kunnen hebben, te worden aangemerkt als milieu-informatie. De Afdeling heeft in die zaak verder overwogen dat het houden van varkens gepaard gaat met stankoverlast en uitstoot van ammoniak, welke factoren elementen van het milieu aantasten of waarschijnlijk aantasten en dat gegevens over aantallen varkens wel gegevens zijn over een activiteit die een uitwerking kan hebben op de genoemde factoren. [wederpartij] betoogt terecht dat het houden van runderen en schapen en de opslag van mest eveneens gepaard gaan met stankoverlast en uitstoot van ammoniak. Daarom zijn ook gegevens over aantallen runderen en schapen en over mestopslag gegevens over activiteiten die een uitwerking kunnen hebben op de genoemde factoren. De rechtbank heeft daarom terecht overwogen dat de minister niet mocht weigeren deze gegevens openbaar te maken op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob, nu deze weigeringsgrond ingevolge het zesde lid niet van toepassing is op het verstrekken van milieu-informatie.

Het betoog faalt.

2.5. De minister betoogt voorts dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij de landbouwtellinggegevens aan een aantal instanties verstrekt en hij daarom niet mag weigeren de gegevens openbaar te maken. Volgens de minister worden de gegevens slechts aan een beperkt aantal instanties verstrekt en vindt verstrekking niet plaats op grond van de Wob. Voorts worden niet van alle agrarische bedrijven landbouwtellinggegevens verstrekt, aldus de minister. Openbaarmaking van de gevraagde gegevens leidt tot een verslechtering van de positie van [belanghebbende], omdat dan gegevens over zijn bedrijf openbaar zijn en die over andere bedrijven niet.

2.5.1. De rechtbank heeft niet onderkend dat de landbouwtellinggegevens, zo deze aan verschillende instanties worden verstrekt, niet worden verstrekt op grond van artikel 3, vijfde lid, van de Wob. Anderen dan de instanties waaraan de gegevens worden verstrekt kunnen daarom geen kennis nemen van die gegevens. De rechtbank heeft om die reden ten onrechte overwogen dat de minister niet mocht weigeren dat deel van de landbouwtellinggegevens openbaar te maken dat volgens haar geen milieu-informatie bevat omdat hij die gegevens aan verschillende instanties verstrekt. Het betoog van de minister is terecht voorgedragen, maar leidt niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak. Hiertoe overweegt de Afdeling het volgende.

2.5.2. [wederpartij] heeft in eerste aanleg betoogd dat de minister ten onrechte heeft geweigerd de landbouwtellinggegevens van [belanghebbende] over het jaar 2007 openbaar te maken. Volgens [wederpartij] zijn alle in de landbouwtellinggegevens vervatte gegevens milieu-informatie en mocht de minister daarom niet weigeren die gegevens openbaar te maken met een beroep op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob.

Landbouwtellinggegevens bevatten, naast de onder 2.4.1 genoemde gegevens, tevens gegevens over gewassen, cultuurgronden, grasland en de bedrijfsoppervlakte. Ook die gegevens bevatten informatie over factoren die elementen van het milieu aantasten of waarschijnlijk aantasten, onderscheidenlijk informatie over activiteiten die op dergelijke factoren een uitwerking hebben of kunnen hebben en dienen daarom te worden aangemerkt als milieu-informatie. Immers, met het telen van gewassen en het onderhouden van grasland en cultuurgronden zullen activiteiten zijn gemoeid die uitwerking kunnen hebben op factoren die elementen van het milieu aantasten, zoals het bemesten van gronden. Voorts bevatten de landbouwtellinggegevens persoonsgegevens. Slechts de persoonsgegevens die in de landbouwtellinggegevens zijn vermeld dienen niet te worden aangemerkt als milieu-informatie. Wat betreft de naast de onder 2.4.1 genoemde milieugegevens geldt dat het hoger beroep van de minister, ertoe strekkende dat de weigering deze gegevens te verstrekken voldoende gemotiveerd is op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob, ongegrond is reeds omdat deze weigeringsgrond ingevolge het zesde lid van dit artikel 10 niet van toepassing is op het verstrekken van milieugegevens. Wat betreft voormelde persoonsgegevens geldt dat de minister niet heeft gemotiveerd waarom hij openbaarmaking van de persoonsgegevens heeft geweigerd.

De rechtbank is, zij het op andere gronden, tot hetzelfde oordeel gekomen.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd met verbetering van de gronden.

2.7. De minister dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. veroordeelt de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit tot vergoeding van bij de [wederpartij A], [wederpartij B] en [wederpartij C] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. C.H.M. van Altena en mr. D. Roemers, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.J. den Broeder, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom w.g. Den Broeder

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2010

176-622.