Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BM8849

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-06-2010
Datum publicatie
23-06-2010
Zaaknummer
200904397/1/H1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 april 2008, voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), heeft het college van burgemeester en wethouders van Slochteren (hierna: het college) aan GEM Meerstad beheer B.V. vrijstelling verleend voor het bouwrijp maken van Deelplan 1 van Meerstad, een gebied gelegen tussen Harkstede, Slochteren en Groningen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200904397/1/H1.

Datum uitspraak: 23 juni 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Rotij Grondontwikkeling Oost B.V., gevestigd te Rijssen, Rotij Vastgoedontwikkeling B.V., gevestigd te Rijssen en [appellante a], gevestigd te [plaats],

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 11 mei 2009 in zaak nr. 08/529 in het geding tussen:

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Rotij Grondontwikkeling Oost B.V., gevestigd te Rijssen, Rotij Vastgoedontwikkeling B.V., gevestigd te Rijssen en [appellante a] , gevestigd te [plaats]

en

het college van burgemeester en wethouders van Slochteren

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 april 2008, voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), heeft het college van burgemeester en wethouders van Slochteren (hierna: het college) aan GEM Meerstad beheer B.V. vrijstelling verleend voor het bouwrijp maken van Deelplan 1 van Meerstad, een gebied gelegen tussen Harkstede, Slochteren en Groningen.

Bij uitspraak van 11 mei 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Groningen (hierna: de rechtbank) het door de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Rotij Grondontwikkeling Oost B.V., Rotij Vastgoedontwikkeling B.V. en [appellante a] daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben Rotij Grondontwikkeling Oost B.V., Rotij Vastgoedontwikkeling B.V. en [appellante a] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 juni 2009, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft GEM Meerstad beheer B.V. een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Rotij Grondontwikkeling Oost B.V., Rotij Vastgoedontwikkeling B.V. en [appellante a] hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting, gezamenlijk met zaken nrs. 200904429/1/H1, 200904395/1/H1 en <a target="_blank" href="http://200904396/1/H1">200904396/1/H1</a>, behandeld op 26 januari 2009, waar Rotij Grondontwikkeling Oost B.V., Rotij Vastgoedontwikkeling B.V. en [appellante a], vertegenwoordigd door mr. S.W. Knoop, advocaat te Zwolle, en H.P. Bijl, en het college, vertegenwoordigd door J.J. Jullens, ambtenaar in dienst van de gemeente, mr. A.J. Meeuwissen en A.S. Westra, zijn verschenen. Voorts is daar GEM Meerstad beheer B.V., vertegenwoordigd door mr. W.R. van de Velde, advocaat te Groningen, M. de Vries en A. de Vrieze, gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Bij uitspraak van heden, met zaak nr. 200806833/1/R1, heeft de Afdeling de tegen het besluit omtrent de goedkeuring van het bestemmingsplan "Meerstad-Midden" ingestelde beroepen, voor zover thans van belang, ongegrond verklaard. Dit bestemmingsplan is daarmee, voor zover thans van belang, in rechte onaantastbaar geworden. Het bestemmingsplan "Meerstad-Midden" voorziet, voor zover thans van belang, in het juridisch-planologische kader voor het bouwrijp maken van Deelplan 1 van Meerstad, waarop (ook) de vrijstelling betrekking heeft en is de titel voor de ruimtelijke ingreep waartegen Rotij Grondontwikkeling Oost B.V., Rotij Vastgoedontwikkeling B.V. en [appellante a] zich keren. Gesteld noch gebleken is dat Rotij Grondontwikkeling Oost B.V., Rotij Vastgoedontwikkeling B.V. en [appellante a] onder deze omstandigheden nog belang hebben bij beoordeling van de aangevallen uitspraak.

2.2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, voorzitter, en mr. M.W.L. Simons-Vinckx en mr. J. Hoekstra, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.W.J. Sloots, ambtenaar van Staat.

w.g. Bartel w.g. Sloots

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2010

499.