Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BM7709

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-06-2010
Datum publicatie
16-06-2010
Zaaknummer
201001501/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 december 2009 heeft het college het wijzigingsplan "Gemert-Bakel Buitengebied 2006, Burgemeester Nooijenlaan 11 in De Rips" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201001501/2/R3.

Datum uitspraak: 7 juni 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 8 december 2009 heeft het college het wijzigingsplan "Gemert-Bakel Buitengebied 2006, Burgemeester Nooijenlaan 11 in De Rips" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 februari 2010, beroep ingesteld. Bij diezelfde brief heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 19 mei 2010, waar het college, vertegenwoordigd door E.L.A. Kramer en H. Niezen, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende], vertegenwoordigd door ing. B.H. Wopereis, als belanghebbende gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. [verzoeker] betoogt dat het college ten onrechte het wijzigingsplan heeft vastgesteld. [verzoeker] voert aan dat de bestaande overlast door de nertsenfokkerij als gevolg van haar uitbreiding wordt vergroot. In dit verband verzoekt hij om een nader onderzoek naar de gevolgen van de uitbreiding. Voorts vreest hij voor het ontstaan of overbrengen van dierziektes. Ook vreest hij dat de komst van meer personeel van de nertsenfokkerij de sociale verhoudingen ter plaatse zal aantasten. [verzoeker] beoogt met het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening het ontstaan van een onomkeerbare situatie te voorkomen.

2.3. Ingevolge de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt het ontwerp van het wijzigingsplan ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn zienswijzen over dit ontwerp naar voren worden gebracht bij het college.

Gebleken is dat [verzoeker] geen zienswijze over het ontwerp van het wijzigingsplan naar voren heeft gebracht bij het college.

Ingevolge artikel 8.2, eerste lid, onder c, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 6:13 van de Awb, kan beroep slechts worden ingesteld tegen het besluit omtrent wijziging van een bestemmingsplan door de belanghebbende die over het ontwerp van het wijzigingsplan een zienswijze naar voren heeft gebracht.

Dit is slechts anders indien een belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij niet tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht.

Niet gesteld of gebleken is dat deze omstandigheid zich in dit geval voordoet.

2.4. Gelet op het vorenstaande verwacht de voorzitter dat het beroep van [verzoeker] in de bodemprocedure niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.F.N. Pikart-van den Berg, ambtenaar van Staat.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Pikart-van den Berg

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 juni 2010

350-629.