Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BM7101

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-06-2010
Datum publicatie
09-06-2010
Zaaknummer
200908093/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 januari 2008 heeft het dagelijks bestuur aan Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam een sloopvergunning verleend voor het slopen van twee loodsen op het perceel Nieuw Oranjekanaal 20 te Rotterdam (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200908093/1/H1.

Datum uitspraak: 9 juni 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de stichting Stichting "De Bonnen", gevestigd te Hoek van Holland,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 27 augustus 2009 in zaak nr. 08/4060 in het geding tussen:

appellante

en

het dagelijks bestuur van de deelgemeente Hoek van Holland (hierna: het dagelijks bestuur).

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 januari 2008 heeft het dagelijks bestuur aan Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam een sloopvergunning verleend voor het slopen van twee loodsen op het perceel Nieuw Oranjekanaal 20 te Rotterdam (hierna: het perceel).

Bij besluit van 25 augustus 2008 heeft het dagelijks bestuur het door Stichting "De Bonnen" (hierna: De Bonnen) daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 27 augustus 2009, verzonden op 8 september 2009, heeft de rechtbank het door De Bonnen daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft De Bonnen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 oktober 2009, hoger beroep ingesteld.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 mei 2010, waar De Bonnen, vertegenwoordigd door haar [voorzitter], bijgestaan door L.D. Vreugdenhil, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. K.I. Siem, werkzaam bij de gemeente Rotterdam, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De Bonnen betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat de ondertekenaar niet zelfstandig bevoegd was om namens De Bonnen in en buiten rechte op te komen.

Zij betoogt daarbij dat het bestuur van De Bonnen een praktische werkafspraak heeft gemaakt, vastgelegd in notulen van een bestuursvergadering, waaruit volgt dat de voorzitter en/of de secretaris gemachtigd is brieven namens De Bonnen te verzenden. Daarnaast betoogt zij dat bij eerdere formele contacten met het dagelijks bestuur nooit een machtiging is gevraagd.

2.1.1. Ingevolge artikel 2:1 van de Awb kan een ieder zich ter behartiging van zijn belangen in het verkeer met bestuursorganen laten bijstaan of door een gemachtigde laten vertegenwoordigen.

Ingevolge het tweede lid van dat artikel kan het bestuursorgaan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen.

Ingevolge artikel 6:6 van de Awb kan, indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, dit niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

2.1.2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid van De Bonnen is vastgelegd in artikel 7 van de statuten van Stichting "De Bonnen" (hierna: de statuten).

Ingevolge artikel 7, eerste lid, van de statuten, vertegenwoordigt het bestuur de stichting;

Ingevolge het tweede lid komt de vertegenwoordigingsbevoegdheid mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuursleden;

Ingevolge het derde lid kan het bestuur volmacht verlenen aan een of meer bestuursleden, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

2.2. Naar aanleiding van het door [voorzitter] namens De Bonnen ingediende bezwaarschrift heeft het dagelijks bestuur bij brief van 4 juni 2008 aan De Bonnen verzocht om voor 19 juni 2008 de statuten, alsmede een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel toe te zenden, waarbij is opgemerkt dat uit de stukken duidelijk dient te blijken dat de ondertekenaar van het bezwaarschrift bevoegd is tot het indienen van een bezwaarschrift. Het dagelijks bestuur heeft tevens aangegeven dat, indien uit de stukken blijkt dat de ondertekenaar van het bezwaarschrift niet bevoegd is, een machtiging toegezonden dient te worden waaruit blijkt dat de ondertekenaar van het bezwaarschrift gemachtigd is tot het indienen van een bezwaarschrift. Ten slotte heeft het dagelijks bestuur aangegeven dat, indien de gevraagde gegevens niet voor de gestelde datum zijn ontvangen, het bezwaarschrift op grond van artikel 6:6, van de Awb, niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Bij brief van 16 juni 2006 heeft [voorzitter], namens De Bonnen, de statuten, alsmede een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel toegezonden.

Op grond van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van artikel 7, tweede lid, van de statuten, kan namens De Bonnen een bezwaarschrift worden ingediend indien dit bezwaarschrift door twee bestuursleden is ondertekend. Hiervan was echter geen sprake, nu het bezwaarschrift van 15 januari 2008 alsook de aanvulling daarop van 19 februari 2008, alleen is ondertekend door [voorzitter].

Ingevolge artikel 7, derde lid, was daarvoor een volmacht nodig van het volledige bestuur. De werkafspraken waar De Bonnen op doelt zijn gemaakt in de bestuursvergadering van 27 november 2000. In de notulen van deze vergadering is aangegeven: "Voorts geldt de afspraak dat een uitgaande brief in concept wordt rondgestuurd, waarbij een ieder 2 x 24 uur de gelegenheid krijgt te reageren. Daarna gaat de brief officieel de deur uit.". Anders dan De Bonnen betoogt volgt uit deze werkafspraken niet dat de voorzitter en/of de secretaris een volmacht heeft om brieven namens De Bonnen te verzenden.

De omstandigheid dat in eerdere contacten met het dagelijks bestuur niet om een machtiging is gevraagd, betekent niet dat in dit geval niet om een geldige machtiging kon worden gevraagd.

De rechtbank heeft terecht overwogen dat [voorzitter] niet zelfstandig bevoegd was het bezwaar te ondertekenen. Het betoog faalt.

2.3. De Bonnen betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het dagelijks bestuur ten onrechte het bezwaar van De Bonnen niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat artikel 6:6, van de Awb een bevoegdheid en geen verplichting inhoudt, en het dagelijks bestuur in het onderhavige geval had moeten afzien van het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar van De Bonnen.

2.3.1. Het betoog faalt. Het dagelijks bestuur heeft De Bonnen in de gelegenheid gesteld het gebrek in de ondertekening van het bezwaarschrift te herstellen. Nu De Bonnen van die gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt, kon het dagelijks bestuur het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaren. De Bonnen heeft geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan het dagelijks bestuur daar in dit geval van had moeten afzien.

2.4. Omdat het betoog van De Bonnen met betrekking tot de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift faalt en de rechtbank reeds op deze grond het beroep terecht ongegrond heeft verklaard, wordt aan een beoordeling van de inhoudelijke gronden niet toegekomen.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Lodder

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2010

17-627.