Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BM5623

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-05-2010
Datum publicatie
26-05-2010
Zaaknummer
200908894/1/H3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBHAA:2009:BL7065, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 augustus 2008 heeft het Faunafonds het verzoek van [appellante] om een tegemoetkoming voor faunaschade gedeeltelijk afgewezen.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 7:12
Flora- en faunawet
Flora- en faunawet 65
Flora- en faunawet 84
Regeling vaststelling beleidsregels schadevergoeding Faunafonds
Regeling vaststelling beleidsregels schadevergoeding Faunafonds 2
Regeling vaststelling beleidsregels schadevergoeding Faunafonds 9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JNA 2010/5 met annotatie van Boerema
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200908894/1/H3.

Datum uitspraak: 26 mei 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te [plaats], gemeente Wormerland, waarvan de vennoten zijn [vennoot A], [vennoot B] en [vennoot C],

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 2 oktober 2009 in zaak nr. 09/2210 in het geding tussen:

[appellante]

en

het bestuur van het Faunafonds (hierna: het Faunafonds).

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 augustus 2008 heeft het Faunafonds het verzoek van [appellante] om een tegemoetkoming voor faunaschade gedeeltelijk afgewezen.

Bij besluit van 17 maart 2009 heeft het Faunafonds het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 2 oktober 2009, verzonden op 8 oktober 2009, heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 november 2009, hoger beroep ingesteld.

Het Faunafonds heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 april 2010, waar [appellante], vertegenwoordigd door [vennoot B], J. Osinga, en R.C. Tump, werkzaam bij de Jong en Tump Assurantiebemiddeling B.V., en het Faunafonds, vertegenwoordigd door mr. J.C.Q. Bult en H.G. Engberink, beiden werkzaam bij het Faunafonds, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 65, eerste lid, van de Flora- en faunawet (hierna: Ffw) worden bij algemene maatregel van bestuur beschermde inheemse diersoorten aangewezen, die niet in hun voortbestaan worden bedreigd of dat gevaar lopen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen soorten die:

a. in het gehele land schade aanrichten;

b. in delen van het land schade aanrichten.

Ingevolge artikel 83, eerste lid, aanhef en onder b, is er een Faunafonds dat tot taak heeft het in de daarvoor in aanmerking komende gevallen verlenen van tegemoetkomingen in geleden schade, aangericht door dieren behorende tot beschermde inheemse diersoorten.

Ingevolge artikel 84, eerste lid, wordt een tegemoetkoming als bedoeld in voormelde bepaling, slechts verleend, voorzover een belanghebbende schade lijdt of zal lijden aangericht door dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, en die schade redelijkerwijs niet of niet geheel te zijne laste behoort te blijven. Een tegemoetkoming wordt naar billijkheid bepaald.

Volgens artikel 2 van de Regeling vaststelling beleidsregels schadevergoeding Faunafonds, voor zover thans van belang, kan het bestuur van het Faunafonds de grondgebruiker op zijn verzoek een tegemoetkoming verlenen in door beschermde inheemse diersoorten aan de landbouw aangerichte schade met inachtneming van de in dit artikel gestelde voorwaarden.

Volgens artikel 5, eerste lid, wordt de hoogte van de door een of meer beschermde inheemse diersoorten aangerichte schade, zodra daaromtrent een definitief oordeel kan worden gegeven, door een aangewezen taxateur getaxeerd.

Volgens het derde lid, voor zover thans van belang, stelt de taxateur, met inachtneming van de door het bestuur vastgestelde taxatierichtlijnen, van zijn bevindingen een rapport samen en ondertekent dat. Bij de eindtaxatie overhandigt de taxateur het formulier "bevestiging taxatie grondgebruiker" aan aanvrager of deponeert het bedoelde formulier in de brievenbus van aanvrager. De aanvrager wordt gedurende acht dagen in de gelegenheid gesteld opmerkingen op het formulier "bevestiging taxatie grondgebruiker" bij het secretariaat van het Faunafonds kenbaar te maken.

Volgens artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, wordt geen tegemoetkoming verleend indien de schade is aangericht door een beschermde inheemse diersoort, welke krachtens artikel 65 van de Ffw bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen als diersoort welke in het gehele land veelvuldig belangrijke schade aanricht.

Ingevolge artikel 2 van het Besluit beheer en schadebestrijding dieren zijn de soorten genoemd in bijlage 1 bij dit besluit aangewezen als beschermde inheemse diersoorten die in het gehele land veelvuldig belangrijke schade aanrichten als bedoeld in artikel 65, eerste lid, onder deel a, van de Ffw.

In bijlage 1 is de Canadese gans opgenomen.

2.2. [appellante] heeft op 4 juli 2007 en 20 juli 2007 bij het bestuur een verzoekschrift tegemoetkoming faunaschade ingediend voor schade aan percelen grasland die is veroorzaakt door ganzen. Het Faunafonds heeft daarop de faunaschade laten taxeren door H.A. Kloosterboer, die op 13 juli 2007 heeft vastgesteld dat de faunaschade voor 50% door grauwe ganzen en voor 50% door Canadese ganzen is veroorzaakt. Deze resultaten zijn neergelegd in een taxatierapport van 12 september 2007 (hierna: het taxatierapport). In het taxatierapport is het totale schadebedrag vastgesteld op € 11.642,40.

2.3. Aan het in bezwaar gehandhaafde besluit heeft het Faunafonds het taxatierapport ten grondslag gelegd. Voorts is daarbij betrokken dat de Canadese gans is aangewezen als beschermde inheemse diersoort die in het gehele land schade aanricht als bedoeld in artikel 65, eerste lid, aanhef en onder a, van de Ffw. Deze aanwijzing brengt met zich dat de grondgebruiker alle toegestane middelen ter beschikking staan om schade door deze soort te bestrijden. Nu [appellante] niet alle mogelijke middelen heeft benut om de Canadese ganzen te bestrijden, heeft het Faunafonds het redelijk geacht dat de faunaschade die is aangericht door Canadese ganzen voor rekening van [appellante] blijft.

2.4. [appellante] stelt, onder verwijzing naar onder meer afschotlijsten van jagers die zijn percelen bejagen, verklaringen van jagers en omwonenden, en tellingen van Canadese ganzen door de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging, dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat 50% van de schade door Canadese ganzen is veroorzaakt. Hij stelt dat de schade voor 100% door grauwe ganzen is veroorzaakt.

2.4.1. In het taxatierapport is slechts vermeld dat de door [appellante] geleden faunaschade voor 50% door grauwe ganzen en voor 50% door Canadese ganzen is veroorzaakt. Op geen enkele wijze is aangegeven op welke bevindingen deze conclusie is gebaseerd. Derhalve ontbeert het taxatierapport een inzichtelijke motivering. Ook in het bij de rechtbank bestreden besluit is niet onderbouwd op welke wijze is vastgesteld dat de schade voor 50% door Canadese ganzen is veroorzaakt. In dat besluit staat alleen dat de taxateur tijdens zijn bezoeken op 13 juli 2007 en

12 september 2007 Canadese ganzen op de schadepercelen heeft waargenomen. Ter zitting bij de rechtbank en de Afdeling heeft het Faunafonds slechts in algemene termen de methode omschreven die de taxateur pleegt te hanteren bij het taxeren van faunaschade. Dit geeft echter geen inzicht in de wijze waarop in dit geval tot bovengenoemde verdeling is gekomen. Onder deze omstandigheden wordt [appellante] in ernstige mate beperkt in haar mogelijkheden de juistheid van de conclusie van het taxatierapport te bestrijden.

Gelet op het vorenstaande mocht het Faunafonds zich bij de besluitvorming niet op het taxatierapport baseren en berust het bij de rechtbank bestreden besluit niet op een deugdelijke motivering. Dit besluit komt wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb voor vernietiging in aanmerking. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

2.5. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 17 maart 2009 van het Faunafonds alsnog gegrond verklaren. Het Faunafonds dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.

2.6. Het Faunafonds dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 2 oktober 2009 in zaak nr. 09/2210;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van het bestuur van het Faunafonds van 17 maart 2009, kenmerk DRR&R/2009/1878;

V. draagt het bestuur van het Faunafonds op om een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

VI. veroordeelt het bestuur van het Faunafonds tot vergoeding van bij [appellante] in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 759,00 (zegge: zevenhonderdnegenenvijftig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VII. gelast dat het bestuur van het Faunafonds aan [appellante] het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 744,00 (zegge: zevenhonderdvierenveertig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. C.W. Mouton en mr. B.P. Vermeulen, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M.E.A. Neuwahl, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom w.g. Neuwahl

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2010

280-591.