Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BM5602

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-05-2010
Datum publicatie
26-05-2010
Zaaknummer
200908054/1/H2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluiten van 26 juni 2008 heeft het dagelijks bestuur de besluiten van 27 juli 2006 en 31 juli 2006 tot verlening van subsidie in het kader van de Noordelijke Innovatie Ondersteuningsfaciliteit 2000 (hierna: de NIOF 2000) aan KMD Motoren ingetrokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200908054/1/H2.

Datum uitspraak: 26 mei 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KMD Motoren B.V., gevestigd te Meppel,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen (hierna: de rechtbank) van 3 september 2009 in zaak nr. 09/52 in het geding tussen:

KMD Motoren

en

het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland

1. Procesverloop

Bij besluiten van 26 juni 2008 heeft het dagelijks bestuur de besluiten van 27 juli 2006 en 31 juli 2006 tot verlening van subsidie in het kader van de Noordelijke Innovatie Ondersteuningsfaciliteit 2000 (hierna: de NIOF 2000) aan KMD Motoren ingetrokken.

Bij besluit van 8 december 2008 heeft het dagelijks bestuur het door KMD Motoren daartegen gemaakte bezwaar deels gegrond en deels ongegrond verklaard en de besluiten van 26 juni 2008 onder aanpassing van de motivering in stand gelaten.

Bij uitspraak van 3 september 2009, verzonden op 7 september 2009, heeft de rechtbank het door KMD Motoren daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft KMD Motoren bij brief, bij de Raad van State per fax ingekomen op 19 oktober 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 17 november 2009.

Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 april 2010, waar KMD Motoren, vertegenwoordigd door drs. W.R.M. Toering, werkzaam bij BBT Supportancy te Meppel en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door

mr. S.E. van der Heijden en drs. C. van Rosendal, beiden werkzaam bij het Samenwerkingsverband Noord-Nederland, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder c, van de NIOF 2000 wordt in deze regeling verstaan onder deskundige: degene die op grond van opleiding of ervaring geacht moet worden bijzonder gekwalificeerd te zijn voor het uitvoeren van een opdracht in het kader van een op grond van deze regeling gesubsidieerde activiteit, en onder onafhankelijk deskundige: een deskundige welke niet reeds werkzaam is of is geweest bij de ondernemer of het verband in de zin van onder a, derde onderdeel, waartoe de ondernemer behoort. Van deze eis kan slechts dan afgeweken worden indien de ondernemer aantoont dat buiten het verband waartoe de ondernemer behoort geen of onvoldoende specifieke deskundigheid beschikbaar is ten aanzien van het aangevraagde project.

Ingevolge artikel 13 kan, zolang de subsidie niet overeenkomstig artikel 18 van deze regeling onherroepelijk is vastgesteld, het verleningsbesluit worden ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger worden gewijzigd, indien:

a. het project waarvoor de subsidie is verleend niet of niet overeenkomstig het verleningsbesluit wordt uitgevoerd of zal worden uitgevoerd;

b. de subsidie-ontvanger handelt in strijd met de in deze regeling gegeven voorschriften of met de bij het verleningsbesluit opgelegde verplichtingen;

c. de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste en volledige gegevens tot een ander besluit op de aanvraag zou hebben geleid;

d. de subsidieverlening onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten;

e. conservatoir beslag is gelegd op het vermogen of op een deel van het vermogen van de subsidie-ontvanger.

Ingevolge artikel 18, eerste lid, wordt het subsidiebedrag vastgesteld op basis van de ten behoeve van het project gemaakte en betaalde subsidiabele kosten.

Ingevolge artikel 24, eerste lid, voor zover hier van belang, zijn subsidiabele kosten van ontwikkelingsprojecten kosten van het inschakelen van een onafhankelijk deskundige, alsmede materiaalkosten voor het bouwen van een prototype.

2.2. Bij besluiten van 27 juli 2006 en 31 juli 2006 heeft het dagelijks bestuur aan KMD Motoren subsidie verleend voor de kosten van ontwikkeling en de verkoop van gereviseerde scheepsmotoren in vier projecten. Het dagelijks bestuur heeft bij besluit op bezwaar van 8 december 2008 de besluiten van 26 juni 2008 tot intrekking van deze verleningsbesluiten gehandhaafd, omdat de door KMD Motoren ingeschakelde deskundige, Koning's Technisch Bedrijf B.V. (hierna: KTB), volgens hem niet als een onafhankelijke deskundige in de zin van de NIOF 2000 kan worden beschouwd, aangezien KTB voor KMD Motoren een aantal prototypes motoren ontwikkelt en, op basis van een licentieovereenkomst, door KMD Motoren ontwikkelde motoren verkoopt. Naar ter zitting is gebleken, heeft het dagelijks bestuur hieraan met name het bepaalde in artikel 13, aanhef en onder c, van de NIOF 2000 ten grondslag gelegd. Het dagelijks bestuur heeft de besluiten van 26 juni 2008 tot intrekking van de subsidieverlening niet gehandhaafd voor zover daaraan ten grondslag ligt dat deze zien op het verkrijgen van het wettelijk verplichte CCR fase 2-certificaat, hetgeen niet subsidiabel is. Het geschil spitst zich dan ook toe op de vraag of KTB kan worden beschouwd als een - onafhankelijk - deskundige in de zin van de NIOF 2000.

2.3. KMD Motoren betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het dagelijks bestuur KTB ten onrechte niet heeft aangemerkt als een onafhankelijk deskundige. KMD Motoren voert hiertoe aan dat KTB een zelfstandige onderneming is die volkomen onafhankelijk van haar is en dat bij de aanvang van de besprekingen tussen beide ondernemingen nog niet duidelijk was of er een positief testresultaat zou worden behaald. Dat een zakelijke vervolgafspraak zou worden gemaakt, indien een positief resultaat zou worden behaald, is volgens KMD Motoren niet meer dan logisch. De licentieovereenkomst dient volgens haar ter bescherming van haar intellectuele eigendomsrecht en niet om een financieel voordeel te geven aan KTB. Tevens voert KMD Motoren aan dat KTB niet de exclusieve rechten heeft op het bouwen van de motoren - en op dit moment ook geen motoren bouwt - en dat de finale test van de motoren wordt uitgevoerd door TNO, waarop KTB geen enkele invloed heeft.

2.3.1. Het dagelijks bestuur heeft in het besluit op bezwaar tot uitdrukking gebracht en ter zitting toegelicht dat van een deskundige in de zin van de definitiebepaling van artikel 1, aanhef en onder c, van de NIOF 2000 geen sprake is, indien de deskundige een financieel belang heeft bij de uitkomst van het te ontwikkelen product. Gelet op de doelstelling van de NIOF 2000 en de tekst van bedoelde definitiebepaling acht de Afdeling dit een juiste interpretatie van deze bepaling. De licentieovereenkomst leidt er toe dat KTB een financieel belang heeft bij een succesvolle ontwikkeling van de motoren. Daardoor is, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, niet meer enkel sprake van een op grond van opleiding en ervaring uitvoeren van een opdracht in het kader van een bepaald ontwikkelingsproject, maar moet KTB in wezen worden beschouwd als mede-ondernemer. KTB kan dan ook niet worden aangemerkt als een deskundige in de zin van artikel 1, aanhef en onder c van de NIOF 2000. Tevens heeft de rechtbank terecht en op goede gronden overwogen dat KMD Motoren bij het indienen van de subsidieaanvraag dan wel zo spoedig mogelijk daarna, melding had kunnen en moeten maken van de (voorgenomen) licentieovereenkomst. Het dagelijks bestuur heeft de besluiten tot intrekking van de subsidie bij het besluit op bezwaar dan ook terecht gehandhaafd.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.W. Mouton, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. Th.C. van Sloten, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, ambtenaar van Staat.

w.g. Mouton w.g. Dallinga

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2010

18-630.