Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BM5517

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-05-2010
Datum publicatie
25-05-2010
Zaaknummer
200909984/1/V1
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uitnodiging voor de zitting / verzending per fax onduidelijk / niet op andere wijze uitgenodigd

Uit de stukken blijkt dat zowel de vreemdeling als de staatssecretaris per fax zijn uitgenodigd voor de zitting op 22 september 2009. Op het zogenoemde 'communicatie resultatenrapport' van de fax die is gericht aan de staatssecretaris staat als resultaat "OK"; op dat van de aan de gemachtigde van de vreemdeling gerichte fax staat als resultaat de foutmelding "Geen antwoord". Uit het proces-verbaal van de zitting blijkt dat de staatssecretaris aldaar is verschenen. De gemachtigde van de vreemdeling is daar evenwel niet verschenen. De vreemdeling evenmin. Zij hebben zich ook niet afgemeld.

Nu uit de stukken niet blijkt dat de vreemdeling nog op andere wijze is uitgenodigd voor de zitting van 22 september 2009 en de vreemdeling stelt geen uitnodiging te hebben ontvangen, moet worden geoordeeld dat de rechtbank de aangevallen uitspraak heeft gedaan zonder dat was voldaan aan het bepaalde in voormelde wetsbepalingen, waardoor de vreemdeling niet de gelegenheid heeft gehad om haar beroep ter zitting bij de rechtbank toe te lichten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200909984/1/V1.

Datum uitspraak: 6 mei 2010

Raad van State

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling] (hierna: de vreemdeling),

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats 's Hertogenbosch, (hierna: de rechtbank) van 24 november 2009 in zaak nr. 09/11207 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie (hierna: de staatssecretaris).

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 maart 2009 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 24 november 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 22 december 2009, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. In grief 1 klaagt de vreemdeling dat de rechtbank heeft nagelaten haar uit te nodigen voor de zitting, zodat zij niet in de gelegenheid is gesteld haar beroep toe te lichten en in haar belangen is geschaad.

2.2. Ingevolge artikel 8:56 van de Algemene wet bestuursrecht worden partijen na afloop van het vooronderzoek ten minste drie weken tevoren uitgenodigd om op een in de uitnodiging te vermelden plaats en tijdstip op een zitting van de rechtbank te verschijnen.

Ingevolge artikel 8:52, derde lid, van die wet is artikel 8:56 niet van toepassing indien de rechtbank bepaalt dat de zaak versneld wordt behandeld. In dat geval bepaalt de rechtbank zo spoedig mogelijk het tijdstip waarop de zitting zal plaatsvinden en doet zij daarvan onverwijld mededeling aan partijen.

2.3. Uit de stukken blijkt dat zowel de vreemdeling als de staatssecretaris per fax zijn uitgenodigd voor de zitting op 22 september 2009. Op het zogenoemde 'communicatie resultatenrapport' van de fax die is gericht aan de staatssecretaris staat als resultaat "OK"; op dat van de aan de gemachtigde van de vreemdeling gerichte fax staat als resultaat de foutmelding "Geen antwoord". Uit het proces-verbaal van de zitting blijkt dat de staatssecretaris aldaar is verschenen. De gemachtigde van de vreemdeling is daar evenwel niet verschenen. De vreemdeling evenmin. Zij hebben zich ook niet afgemeld.

Nu uit de stukken niet blijkt dat de vreemdeling nog op andere wijze is uitgenodigd voor de zitting van 22 september 2009 en de vreemdeling stelt geen uitnodiging te hebben ontvangen, moet worden geoordeeld dat de rechtbank de aangevallen uitspraak heeft gedaan zonder dat was voldaan aan het bepaalde in voormelde wetsbepalingen, waardoor de vreemdeling niet de gelegenheid heeft gehad om haar beroep ter zitting bij de rechtbank toe te lichten.

De grief slaagt.

2.4. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De overige grieven behoeven geen bespreking. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. De Afdeling zal de zaak met toepassing van artikel 44, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet op de Raad van State, naar de rechtbank terugwijzen om door haar te worden behandeld en beslist met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

2.5. De Afdeling zal de proceskosten in hoger beroep vaststellen. De rechtbank dient omtrent de vergoeding van deze kosten te beslissen.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats 's Hertogenbosch, van 24 november 2009 in zaak nr. 09/11207;

III. wijst de zaak naar de rechtbank terug;

IV. stelt de door de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte kosten vast op een bedrag van € 437,00 (zegge: vierhonderdzevenendertig euro), en bepaalt dat de rechtbank beslist omtrent de vergoeding van deze kosten.

Aldus vastgesteld door mr. R. van der Spoel, voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. C.H.M. van Altena, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.S.D. Ramrattansing, ambtenaar van Staat.

w.g. Van der Spoel

voorzitter

w.g. Ramrattansing

ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2010

408.

Verzonden: 6 mei 2010

Voor eensluidend afschrift,

de secretaris van de Raad van State,

mr. H.H.C. Visser