Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BM4942

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-05-2010
Datum publicatie
19-05-2010
Zaaknummer
201000272/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 november 2009, zaaknummer 2009-008571, heeft het college besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Nijmegen bij besluit van 1 april 2009 vastgestelde bestemmingsplan "Groot Oosterhout" (hierna: het plan).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201000272/2/R2.

Datum uitspraak: 11 mei 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Toorank Productions B.V. en anderen (hierna in enkelvoud: Toorank), gevestigd te Ressen, gemeente Lingewaard,

2. [verzoekster sub 2] en anderen (hierna in enkelvoud: [verzoekster sub 2]), gevestigd te Ressen, gemeente Lingewaard,

verzoekers,

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 26 november 2009, zaaknummer 2009-008571, heeft het college besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Nijmegen bij besluit van 1 april 2009 vastgestelde bestemmingsplan "Groot Oosterhout" (hierna: het plan).

Tegen dit besluit hebben onder meer Toorank bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 januari 2010, en [verzoekster sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 januari 2010, beroep ingesteld. Toorank heeft haar beroep aangevuld bij brief van 27 januari 2010. [verzoekster sub 2] heeft haar beroep aangevuld bij brief van 27 januari 2010.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 januari 2010, heeft Toorank de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 januari 2010, heeft [verzoekster sub 2] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Toorank, [verzoekster sub 2] en Grondexploitatiemaatschappij Waalsprong Beheer B.V. (hierna: GEM) hebben nadere stukken ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 13 april 2010, waar Toorank en [verzoekster sub 2], beide vertegenwoordigd door mr. P.J.G. Poels, advocaat te Nijmegen, en het college, vertegenwoordigd door P.G.A.L. Evers, werkzaam bij de provincie, zijn verschenen. Voorts zijn als partij gehoord de raad, vertegenwoordigd door drs. E. Waterval en ing. U.L. van Wersch, werkzaam bij de gemeente Nijmegen, en GEM, vertegenwoordigd door mr. T.E.P.A. Lam, advocaat te Nijmegen, en P. de Wit, werkzaam bij GEM.

Buiten bezwaren van partijen zijn nadere stukken in het geding gebracht.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Niet in geschil is dat spoedeisend belang aanwezig is nu GEM voorbereidingen treft voor planontwikkeling en uitvoering van het plan.

2.3. Het plan biedt een juridisch-planologisch kader voor het deelgebied Groot Oosterhout van het uitbreidingsproject Waalsprong van de gemeente Nijmegen. Het plan beoogt de realisering van ongeveer 1.800 woningen met bijbehorende voorzieningen mogelijk te maken.

2.4. Toorank en [verzoekster sub 2] betogen dat het college ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plan en hebben in verband hiermee verzocht dit besluit geheel, of in elk geval met betrekking tot het plandeel dat hun bedrijfspercelen betreft en het plandeel met de bestemming "Woongebied (WG)" ten zuiden van hun bedrijfspercelen voor zover binnen de invloedssfeer van hun bedrijven, te schorsen.

Toorank en [verzoekster sub 2] stellen dat de bedrijfsactiviteiten ingevolge de in het plan toegekende milieucategorieën en gelet op de toegepaste inwaartse zonering ten onrechte niet langer zijn toegestaan. Voorts stellen zij dat de voorziene woningbouw te dicht bij hun bedrijven kan worden gebouwd en vrezen zij onomkeerbare gevolgen voor de bedrijfsvoering indien vergunning wordt verleend voor de bouw van deze woningen. Hun betoog ten aanzien van het plan als geheel heeft verder betrekking op het ontbreken van een milieueffectrapportage en de financiële uitvoerbaarheid van het plan.

2.5. Voor zover verzoekers stellen dat het plan moet worden gezien als het eerste ruimtelijke plan dat voorziet in de woningbouw overweegt de voorzitter dat ten behoeve van het woningbouwproject de Waalsprong, dat in totaal voorziet in ongeveer 12000 woningen, een milieueffectrapportage is uitgevoerd in 2002 en een aanvulling daarop is uitgebracht naar aanleiding van opmerkingen van de Commissie m.e.r. in 2003. Hierna is een aantal bestemmingsplannen vastgesteld ter uitvoering van het project. Verzoekers hebben hun stelling waarom desondanks het onderhavige plan in dit geval moet worden beschouwd als eerste ruimtelijke plan dat voorziet in het totale woningbouwproject niet nader onderbouwd.

Voorts is, mede gelet op de verklaringen hieromtrent van GEM ter zitting, onvoldoende aannemelijk geworden dat de door Toorank en [verzoekster sub 2] eerst ter zitting betwiste financiële uitvoerbaarheid van het plan niet is gewaarborgd.

Gelet op het voorgaande komen de verzoeken voor zover deze betrekking hebben op het plan als geheel niet voor inwilliging in aanmerking.

2.6. Ter beoordeling van de verzoeken voor zover betrekking hebbende op de bedrijfspercelen van Toorank en [verzoekster sub 2] en het plandeel, gelegen binnen de invloedssfeer van hun bedrijven overweegt de voorzitter het volgende.

De raad heeft het standpunt ingenomen dat de bestaande bedrijfsactiviteiten van Toorank en [verzoekster sub 2] onder het nieuwe plan kunnen worden voortgezet en dat, door de wijze van bestemmen van de bedrijven en de toegepaste inwaartse zonering van het bedrijventerrein, tevens een goed woon- en leefklimaat voor de nieuw op te richten woningen kan worden gegarandeerd. Het college heeft zich hier in het bestreden besluit bij aangesloten en heeft daarnaast gesteld dat de aan de gronden van Toorank gegeven bestemming aanvaardbaar is, omdat de bedrijfsactiviteiten al gedurende enige tijd gestaakt zijn.

2.7. De voorzitter gaat er gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting van uit dat beide bedrijven ter plaatse bestaande, legale bedrijven zijn. Voor zover dit, overigens eerst ter zitting door de raad ten aanzien van Toorank is betwist, overweegt de voorzitter dat de stukken, waaronder ook de zienswijzennota en het bestreden besluit, voor deze betwisting geen aanknopingspunten bieden. Hierbij kan onder meer worden gewezen op de op 22 september 2008 aan Toorank verleende revisievergunning voor het uitbreiden van de inrichting met de productie en opslag van whisky, waarin staat dat de aangevraagde uitbreiding niet in strijd is met het bestemmingsplan "Ressen 1975". Voorts is, mede gezien de daarvoor verleende douane- en milieuvergunningen, niet gebleken dat de verklaring van Toorank dat het bedrijf altijd als distilleerderij is ingericht en ter plaatse is gevestigd en in bedrijf is geweest, onjuist is.

Aan het feit dat de bedrijfsactiviteiten op dit moment al enige tijd gestaakt zijn kent de voorzitter evenmin betekenis toe. Hiertoe wordt overwogen dat aannemelijk is dat de reden dat de bedrijfsactiviteiten van de distilleerderij op dit moment uitsluitend bestaan uit opslag is gelegen in de onzekerheid omtrent de verdere planontwikkeling. Hierbij wordt er op gewezen dat Toorank al in de zienswijze van 5 november 2008 kenbaar heeft gemaakt de bedrijfsactiviteiten uit te willen breiden met de productie en opslag van whisky en hierbij heeft gewezen op de verleende revisievergunning. Dat Toorank vervolgens heeft gekozen voor het afwachten van de planprocedure gelet op de investeringen die met de voorgenomen bedrijfsuitbreiding zijn gemoeid acht de voorzitter niet onaannemelijk.

2.7.1. De voorzitter stelt voorts vast dat Toorank een bedrijf betreft dat volgens de bij de planvoorschriften behorende Staat van bedrijfsactiviteiten tot milieucategorie 4.2 behoort en [verzoekster sub 2] een bedrijf dat volgens die staat tot milieucategorie 2 behoort.

Ter zitting is desgevraagd door het college erkend dat de bedrijfsactiviteiten van Toorank ingevolge het plan niet zijn toegestaan en dat deze derhalve, anders dan waarvan in het bestreden besluit is uitgegaan, onder het overgangsrecht zijn gebracht.

Voorts is in het plan een vorm van inwaartse zonering opgenomen die tot gevolg heeft dat de bedrijfsgronden van de bestaande bedrijven worden opgesplitst in drie verschillende milieucategorieën, met als gevolg dat ook in zoverre de bedrijfsactiviteiten niet langer zijn toegestaan op de delen van de bedrijfsgronden met een lagere milieucategorie dan waartoe de beide bedrijven behoren. Ter zitting hebben het college en de raad desgevraagd niet inzichtelijk kunnen maken op welke wijze de bestemming van de overgebleven - soms smalle - stroken grond kan worden verwezenlijkt en hoe het onttrekken van deze gronden aan de bedrijfsvoering zich verhoudt tot het uitgangspunt dat bestaande rechten worden gerespecteerd.

2.8. Gelet op het voorgaande is, mede nu het college noch de raad de verwachting heeft uitgesproken dat de bedrijfsactiviteiten binnen de planperiode - eventueel door bedrijfsverplaatsing - zullen worden beëindigd, aannemelijk dat in de bodemzaak zal worden geoordeeld dat de bestaande rechten van Toorank en [verzoekster sub 2] ten onrechte niet voldoende bij de besluitvorming zijn betrokken.

Hiervan uitgaande is niet uitgesloten dat omtrent de goedkeuring van het bestemmingsplan ten aanzien van deze bedrijven opnieuw zal moeten worden beslist. Aangezien deze besluitvorming tot gevolg kan hebben dat de bedrijfsactiviteiten alsnog als zodanig moeten worden bestemd, dient, gelet op de bij deze bedrijven ingevolge de door de raad gehanteerde VNG-brochure behorende afstand van 300 respectievelijk 30 meter tot woonbebouwing, er vooralsnog van te worden uitgegaan dat ter hoogte van de voorziene woningen binnen deze afstand geen goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.

2.9. Voor zover de verzoeken tot schorsing van het bestreden besluit betrekking hebben op de bestemming van de bedrijfspercelen stelt de voorzitter vast dat het bestaande gebruik van deze percelen in afwachting van de behandeling van de beroepen onder het overgangsrecht kan worden voortgezet. In zoverre bestaat bij schorsing geen spoedeisend belang. Ten aanzien van de plandelen met de bestemming "Woongebied (WG)" bestaat aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.10. Het college dient ten aanzien van Toorank en [verzoekster sub 2] op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Gelderland van 28 november 2009, kenmerk 2009-008571, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan het plandeel met de bestemming "Woongebied (WG), zoals aangegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart;

II. wijst de verzoeken voor het overige af;

III. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Gelderland tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Toorank Productions B.V. en anderen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 913,45 (zegge: negenhonderddertien euro en vijfenveertig cent), waarvan € 874,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Gelderland tot vergoeding van bij [verzoekster sub 2] en anderen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 913,45 (zegge: negenhonderddertien euro en vijfenveertig cent), waarvan € 874,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

IV. gelast dat het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan verzoekers het door hen voor de behandeling van de verzoeken betaalde griffierecht ten bedrage van:

€ 297,00 (zegge: tweehonderdzevenennegentig euro) voor de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Toorank Productions B.V. en anderen, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen,

€ 297,00 (zegge: tweehonderdzevenennegentig euro) voor [verzoekster sub 2] en anderen, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen, vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S. Langeveld, ambtenaar van Staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Langeveld

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2010

317-602.