Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BM1801

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-04-2010
Datum publicatie
21-04-2010
Zaaknummer
200903918/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 maart 2009 heeft de raad van de gemeente Alphen-Chaam (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Kom Galder 2008" (hierna: het plan) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200903918/1/R3.

Datum uitspraak: 21 april 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Alphen-Chaam,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 maart 2009 heeft de raad van de gemeente Alphen-Chaam (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Kom Galder 2008" (hierna: het plan) vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 mei 2009, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 maart 2010, waar [appellant], in persoon, bijgestaan door mr. R.Th.J. van 't Zelfde, advocaat te Breda, en de raad, vertegenwoordigd door ing. M.M.W. Pijpers en mr. N.S.H. Körver, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan vormt een actualisatie voor de kern Galder en de buurtschap Kerzel van de gemeente Alpen-Chaam. Het plan heeft in overwegende mate een conserverend karakter. Met het plan is beoogd de bestaande legale situatie vast te leggen.

2.2. [appellant] betoogt dat in het plan ten onrechte alleen de woning [locatie 1] te [plaats] positief is bestemd en niet de overige op zijn perceel aanwezige bebouwing bestaande uit een ander woonhuis ([locatie 2]), een langgerekt gebouw met een woongedeelte ([locatie 3]) en een opslagruimte ([locatie 4]). Volgens [appellant] is in het plan het bouwblok ten onrechte te strak om de woning [locatie 1] gelegd en is aan de woningen [locatie 2 en 3] ten onrechte niet een woonbestemming toegekend maar de bestemming "Tuin-2". Hij voert aan dat ook deze woningen positief bestemd hadden moeten worden omdat het vorige bestemmingsplan het gebruik als woning toestond. De opslagruimte [locatie 4] wordt, aldus [appellant] - anders dan in een handhavingsbesluit van 22 augustus 2009 is gesteld - niet als administratiekantoor gebruikt maar uitsluitend voor de opslag van een aantal ordners, in welke ordners zich bescheiden van zijn voormalige bedrijf bevinden, en een computer. Ook dit gebruik dient positief te worden bestemd omdat het vorige plan dit gebruik toeliet.

2.3. Ingevolge het plan rust op het perceel van [appellant] ter plaatse van de woning [locatie 1] de bestemming "Wonen" met de aanduiding "vrij" (vrijstaande woningen) en op het overige deel van het perceel de bestemming "Tuin-2". Binnen de bestemming "Wonen" is één bouwblok opgenomen.

Ingevolge artikel 14.1 van de planregels zijn de voor 'Tuin-2' aangewezen gronden bestemd voor:

a. tuin;

b. de uitoefening van aan huis gebonden beroepsmatige activiteiten door de hoofdbewoner(s) van het hoofdgebouw tot ten hoogste 30% van het oppervlak van hoofd- en bijgebouwen tot een maximum van 45 m2.

In het geval het oppervlak van het bouwperceel groter is dan 750 m2, maar niet groter dan 1.250 m2, 60 m2,

In het geval het oppervlak van het bouwperceel groter is dan 1.250 m2, 75 m2,

met de daarbij behorende:

c..

d…

e..

f…

g. bouwwerken.

Ingevolge artikel 14.2.1, aanhef en onder a, van de planregels mogen op de in artikel 14.1 bedoelde gronden uitsluitend aanbouwen en bijgebouwen ten dienste van de bestemming 'Wonen' gebouwd worden;

Ingevolge artikel 14.4.1, aanhef en onder a, van de planregels wordt tot een strijdig gebruik van bouwwerken in ieder geval gerekend het gebruik voor:

a. de uitoefening van handel of dienstverlening, met uitzondering van aan huis gebonden beroepsmatige activiteiten als bedoeld in artikel 16.1, sub c;

b….

c. het wonen in bijgebouwen;

d. het gebruik van aanbouwen als afhankelijke woonruimte;

e. de uitoefening van aan huis gebonden bedrijfsmatige activiteiten in aanbouwen en bijgebouwen.

Ingevolge artikel 16.1 van de planregels, voor zover hier van belang zijn de voor 'Wonen' aangewezen gronden bestemd voor:

a. wonen;

b. woningen overeenkomstig de aanduidingen: vrijstaand,

vrijstaande woning(en);

c. de uitoefening van aan huis gebonden beroepsmatige activiteiten door de hoofdbewoner(s) van het hoofdgebouw tot ten hoogste 30% van het oppervlak van hoofd- en bijgebouwen tot een maximum van 45 m2.

2.4. Ingevolge het voorheen geldende bestemmingsplan "Galder-Kerzel" van de toenmalige gemeente Nieuw-Ginneken (hierna: het bestemmingsplan "Galder-Kerzel") rustte op het gehele perceel de bestemming "Woondoeleinden".

Ingevolge artikel 2, lid A, van de planvoorschriften mogen op gronden bestemd voor "Woondoeleinden" uitsluitend worden gebouwd:

1. vrijstaande en half-vrijstaande eengezinshuizen, met dien verstande, dat:

a. de oppervlakte van een bouwperceel moet bedragen:

- behorend bij een half-vrijstaande woning tenminste 300 m2

- bij vrijstaande woningen tenminste 450 m2;

b. eengezinshuizen, althans voorzoveel betreft het hoofdgebouw, uitsluitend mogen worden gebouwd binnen de op de plankaart aangegeven bebouwingsstroken;

c. bij half-vrijstaande woningen de afstand van het hoofdgebouw tot een zijdelingse perceelsgrens moet bedragen tenminste 2.50 m,

- bij vrijstaande woningen de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens moet bedragen tenminste 2.50 m;

d. de gezamenlijke grondoppervlakte van hoofdgebouw, aanbouwen en bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 150 m2, met uitzondering van bouwpercelen waarvan de oppervlakte groter is dan 300 m2, in welk geval de bedoelde oppervlakte niet meer mag bedragen dan 50% van het betrokken bouwperceel, waarbij het bebouwde oppervlak in geen geval meer mag bedragen dan 250 m2.

2…..

3. vrijstaande bijgebouwen bij de onder 1 bedoeld eengezinshuizen, met dien verstande, dat:

a. bij een huis meer dan één vrijstaand bijgebouw mag worden gebouwd;

b…

Ingevolge artikel 2, lid C, onder I, van de planvoorschriften is het verboden de opstallen te gebruiken op een wijze of voor een doel strijdig met de bestemming "Woondoeleinden". Onder zodanig gebruik van de opstallen wordt behoudens het bepaalde onder II, in ieder geval begrepen gebruik van de opstallen voor de uitoefening van enige vorm van handel en bedrijf of van enig beroep.

2.5. [appellant] is, eigenaar van de opstallen aan de [locatie 1] en [locatie 2, 3 en 4]. Hij is daar niet woonachtig, maar verhuurt de opstallen op zijn perceel. Alleen aan de woning op [locatie 1] is officieel een huisnummer toegekend. Aan de overige opstallen heeft [appellant] zelf (huis)nummers toegekend. De opstallen [locatie 2] en [locatie 3] worden gebruikt om te wonen door zelfstandige gezinnen. De opstallen [locatie 3 en 4] vormen samen één gebouw dat deels zelfstandig bewoond wordt ([locatie 3]) en waarin deels andere activiteiten plaatsvinden ([locatie 4]).

2.6. Ter zitting is komen vast te staan dat ter plaatse van het gedeelte van het perceel waar de opstallen [locatie 2, 3 en 4] zijn gelegen in 1956 een bouwvergunning is verleend voor het oprichten van een kippenhok. In 1962 is een bouwvergunning verleend voor het oprichten van een bergplaats. Vervolgens is in 1981 een bouwvergunning verleend voor het veranderen en vernieuwen van bergingen.

2.7. Ten aanzien van de opstallen [locatie 2 en 3] overweegt de Afdeling het volgende.

2.7.1. Vast staat dat geen vergunning is verleend voor het oprichten van woningen op de locatie waar de opstallen [locatie 2, 3 en 4] zijn gelegen en evenmin voor het verbouwen van het evenvermelde kippenhok en de bergingen tot woning. Er is derhalve geen sprake van bouwvergunningen die het gebruik als woning van de opstallen [locatie 2 en 3] legaliseren.

2.7.2. Niet in geschil is dat het gebruik als woning van de opstallen [locatie 2 en 3] in strijd is met de ingevolge het plan op deze gronden rustende bestemming "Tuin-2".

2.7.3. Het betoog van [appellant] dat het gebruik van de opstallen als woning mogelijk was onder het bestemmingsplan "Galder-Kerzel" en dat dit gebruik in het plan daarom ten onrechte niet positief is bestemd, faalt. Ingevolge het bestemmingsplan "Galder-Kerzel" was aan het gehele perceel van [appellant] de bestemming "Woondoeleinden" toegekend. Ingevolge de bij dit bestemmingsplan behorende plankaart waren alleen op het voorste aan de wegzijde gelegen deel van het perceel bebouwingsstroken opgenomen. Naar het oordeel van de Afdeling was gelet op het samenstel van voorschriften opgenomen in artikel 2 lid A, onderdelen a t/m d, van de planvoorschriften in combinatie met de uit de plankaart blijkende situatie met betrekking tot het bebouwingsvlak en de bebouwingsstroken op het perceel van [appellant] ter plaatse van de bestemming "Woondoeleinden" slechts 1 hoofdgebouw in de categorie vrijstaande en halfvrijstaande eensgezinshuizen toegestaan, dat binnen de bebouwingsstroken diende te worden gesitueerd. Buiten de bebouwingsstroken mochten uitsluitend aanbouwen en bijgebouwen worden opgericht. Alleen de woning [locatie 1] was binnen de bebouwingsstroken gesitueerd. Het bestemmingsplan "Galder-Kerzel" stond het dan ook niet toe dat op het perceel van [appellant] buiten de bebouwingsstroken meerdere gebouwen in gebruik waren als woning.

2.7.4. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat het gemeentebestuur voornemens is handhavend op te treden tegen het illegale gebruik als woning en de illegale verbouwing tot woning van de opstallen [locatie 2 en 3]. Bij besluit van 17 februari 2010 is, nadat een eerdere aanschrijving vanwege formele gebreken was ingetrokken, een hernieuwd handhavingsbesluit uitgegaan dat hiertoe strekt.

2.7.5. Gelet op het voorgaande heeft de raad zich terecht op het standpunt gesteld dat het gebruik van de opstallen [locatie 2 en 3] als woning illegaal was en heeft hij zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat dit gebruik - ook gelet op het conserverende karakter van het plan - niet positief behoefde te worden bestemd in het plan.

2.8. Ten aanzien van opstal [locatie 4] overweegt de Afdeling het volgende.

2.8.1. Ter zitting heeft [appellant] benadrukt dat opstal [locatie 4] uitsluitend wordt gebruikt voor de opslag van vijf dozen met ordners met bescheiden van zijn voormalige administratiekantoor en een kapotte computer en dat de opstal niet wordt gebruikt als administratiekantoor. [appellant] heeft toegelicht dat de bescheiden van zijn voormalige bedrijf, dat in Nederland was gevestigd, ook in Nederland dienen te worden opgeslagen en dat dat daarom niet bij zijn woning in België kan.

2.8.2. Ter zitting is namens de raad aangegeven dat het plan er niet aan in de weg staat dat opstal [locatie 4] wordt gebruikt voor uitsluitend de opslag van vijf dozen met ordners met bescheiden van het voormalige bedrijf van [appellant] alsmede een kapotte computer en dat daartegen niet handhavend zal worden opgetreden. Een handhavingsbesluit dat mede was gericht op het staken van het gebruik van opstal [locatie 4] als administratiekantoor is ook ingetrokken omdat van de aanwezigheid van een dergelijk kantoor niet was gebleken. Gelet hierop behoeft hetgeen [appellant] in dit verband heeft betoogd omtrent het bestemmingsplan "Galder-Kerzel" geen bespreking meer.

2.9. De conclusie is dat hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan voor zover bestreden strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

2.10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. J.G.C. Wiebenga en mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, ambtenaar van Staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Ouwehand

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 april 2010

224.