Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BM1768

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-04-2010
Datum publicatie
21-04-2010
Zaaknummer
200907917/1/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 november 2008 heeft het CBR geweigerd ten behoeve van [appellant] een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorvoertuigen van de categorieën B en E bij B in het rijbewijzenregister te registreren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200907917/1/H3.

Datum uitspraak: 21 april 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 9 september 2009 in zaak nr. 09/573 in het geding tussen:

[appellant]

en

de stichting Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: het CBR).

1. Procesverloop

Bij besluit van 11 november 2008 heeft het CBR geweigerd ten behoeve van [appellant] een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorvoertuigen van de categorieën B en E bij B in het rijbewijzenregister te registreren.

Bij besluit van 6 januari 2009 heeft het CBR het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 9 september 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 14 oktober 2009, hoger beroep ingesteld.

Het CBR heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 maart 2010, waar [appellant], in persoon, en het CBR, vertegenwoordigd door mr. M.C.A. van den Hil-van Vliet, werkzaam bij het CBR, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 97, eerste lid, van het Reglement rijbewijzen worden verklaringen van geschiktheid op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief door het CBR in het rijbewijzenregister geregistreerd ten behoeve van een ieder die voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen. Het CBR doet van deze registratie mededeling aan de aanvrager.

Ingevolge artikel 101, eerste lid, aanhef en onder a, is het CBR bevoegd te vorderen dat de aanvrager zich op eigen kosten laat keuren door een of meer door het CBR aangewezen artsen of andere deskundigen dan wel dat de aanvrager zich onderwerpt aan een technisch onderzoek, verricht door een door het CBR aangewezen deskundige, of aan een rijproef, afgenomen door een door het CBR aangewezen deskundige, indien de door de aanvrager overgelegde eigen verklaring dan wel, indien een geneeskundig verslag wordt vereist, het geneeskundig verslag daartoe aanleiding geeft.

Ingevolge artikel 103, eerste lid, registreert het CBR, indien de aanvrager naar haar oordeel voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen ten aanzien van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie of rijbewijscategorieën waarop de aanvraag betrekking heeft, in het rijbewijzenregister ten behoeve van de aanvrager voor die categorie of categorieën een verklaring van geschiktheid.

Ingevolge artikel 2 van de Regeling eisen geschiktheid 2000 worden de eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage.

Hoofdstuk 7.6 van de bijlage is getiteld "Doorbloedingsstoornissen van de hersenen".

Ingevolge dit hoofdstuk omvatten doorbloedingsstoornissen van de hersenen beroerten (hersenbloeding of herseninfarct, ook wel CVA), TIA's (transient ischemic attacks), verwijdingen van slagaders (aneurysmata) en andere vaatmisvormingen van de hersenvaten.

Ingevolge paragraaf 7.6.1.2., voor zover thans van belang, is men na een beroerte ongeschikt voor rijbewijzen van groep l voor een periode van zes maanden. Na die termijn is een specialistisch rapport vereist, opgesteld door een neuroloog of een revalidatiearts. Bij afwezigheid van geestelijke of lichamelijke functiestoornissen bestaat geschiktheid voor onbepaalde tijd. Als er functiestoornissen aanwezig zijn volgt een rijtest met een deskundige op het gebied van de praktische geschiktheid (van de desbetreffende afdeling van het CBR). Bij een positieve rijtest is de maximale geschiktheidstermijn vijf jaar. Het CBR heeft voor de rijtest een uitvoerig protocol.

2.2. [appellant] heeft op 14 mei 2008 een aanvraag ingediend tot registratie van een verklaring van geschiktheid ten behoeve van een rijbewijs voor categorie B. Op het bij de aanvraag gevoegde geneeskundige verslag is aangetekend dat [appellant] in 2007 een CVA heeft gehad. Op grond van deze aantekening heeft het CBR gevorderd dat [appellant] zich liet keuren door een neuroloog. Naar aanleiding van het keuringsrapport van de neuroloog, waarin onder meer staat vermeld dat [appellant] een wat onzekere trage indruk maakt en dat het de neuroloog verstandig lijkt dat [appellant] ook nog gezien wordt door een rijinstructeur, heeft het CBR vervolgens gevorderd dat [appellant] zich onderwierp aan een rijtest. Op 17 september 2008 heeft [appellant] een rijtest afgelegd. Deze rijtest is door een deskundige praktische rijgeschiktheid van het CBR (hierna: de deskundige) als onvoldoende beoordeeld. Na het volgen van enkele rijlessen heeft [appellant] op 6 november 2008 de rijtest herhaald. Deze rijtest is door de deskundige ook als onvoldoende beoordeeld. Uit het door de deskundige opgestelde rapport van 6 november 2008 volgt onder meer dat [appellant] de auto matig en enigszins houterig bestuurt, onvoldoende reageert op waarnemingen in het verkeer en problemen heeft met de waarneming, de aandachtsverdeling en het overzicht in het verkeer. De deskundige heeft twee maal ingegrepen omdat [appellant] met forse snelheid op fietsers afreed en niet uitweek en twee maal gewaarschuwd omdat hij door een rood verkeerslicht dreigde te rijden. Verder heeft [appellant] niet gereageerd op een groen verkeerslicht, met te hoge snelheid over drempels gereden en op onjuiste wijze voorgesorteerd. Het CBR heeft vervolgens bij in bezwaar gehandhaafd besluit van 11 november 2008 geweigerd ten behoeve van [appellant] een verklaring van geschiktheid in het rijbewijzenregister te registreren.

2.3. [appellant] voert aan dat het rapport van de deskundige praktische rijgeschiktheid ondeugdelijk is, omdat in het rapport onjuiste gegevens met betrekking tot de verkeersdeelname zijn opgenomen. Volgens hem heeft hij nimmer op fietsers ingereden en was er voldoende ruimte om hen in te halen. Verder is volgens hem onjuist dat hij twee maal door een rood verkeerslicht dreigde te rijden.

2.3.1. Het CBR was bevoegd te vorderen dat [appellant] zich onderwierp aan een rijtest, nu het keuringsrapport van de neuroloog daartoe aanleiding gaf. De door [appellant] afgelegde rijtesten zijn door de deskundige onvoldoende bevonden. Nu hij van mening is dat het rapport van de deskundige onjuistheden bevat, had het op zijn weg gelegen een herkeuring aan te vragen bij het CBR. Op de mogelijkheid daartoe heeft het CBR in het besluit van 11 november 2008 gewezen. De enkele ontkenning door [appellant] van enige in het rapport opgenomen bevindingen is onvoldoende voor het oordeel dat het CBR dat rapport niet heeft mogen gebruiken als grondslag van het besluit. Bovendien zijn in het rapport niet slechts de door [appellant] betwiste bevindingen opgenomen, maar bevat het rapport ook andere bevindingen ter ondersteuning van de conclusie dat het resultaat van de rijtesten onvoldoende is.

Gelet op de onvoldoende resultaten van de rijtesten heeft de rechtbank terecht overwogen dat het CBR op goede gronden heeft besloten tot weigering van registratie van een verklaring van geschiktheid in het rijbewijzenregister ten behoeve van [appellant].

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. de Leeuw-van Zanten, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. De Leeuw-van Zanten

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 april 2010

97-640.