Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BM1764

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-04-2010
Datum publicatie
21-04-2010
Zaaknummer
200909122/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Het college heeft bij brief van 7 oktober 2009 aan de raad van de gemeente Oostzaan meegedeeld dat, nu niet tijdig is beslist over de goedkeuring van het door de raad bij besluit van 29 januari 2009 vastgestelde bestemmingsplan "Kom", een besluit tot goedkeuring wordt geacht te zijn genomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200909122/2/R1.

Datum uitspraak: 15 april 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Dirk van den Broek Supermarkten B.V., gevestigd te Oostzaan, en andere (hierna tezamen in enkelvoud: Dirk van den Broek),

verzoekers,

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland,

verweerder.

1. Procesverloop

Het college heeft bij brief van 7 oktober 2009 aan de raad van de gemeente Oostzaan meegedeeld dat, nu niet tijdig is beslist over de goedkeuring van het door de raad bij besluit van 29 januari 2009 vastgestelde bestemmingsplan "Kom", een besluit tot goedkeuring wordt geacht te zijn genomen.

Tegen het besluit van rechtswege heeft onder meer Dirk van den Broek bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 november 2009, beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State eveneens ingekomen op 26 november 2009, heeft Dirk van den Broek de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad en [belanghebbende] hebben nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 maart 2010, waar Dirk van den Broek, vertegenwoordigd door mr. C.A.H. van de Sanden, advocaat te Rotterdam, en [manager vastgoed], alsmede het college, vertegenwoordigd door mr. D. Westerwal, werkzaam bij de provincie, zijn verschenen. Verder is [belanghebbende] bijgestaan door mr. J.C. Ellerman, advocaat te Amsterdam, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het verzoek Dirk van den Broek heeft betrekking op het besluit van rechtswege voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan het plandeel met de bestemming "Gemengde doeleinden" voor het perceel Kerkbuurt 28-32. Dirk van den Broek voert aan dat ten onrechte een onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit ontbreekt.

2.3. Gebleken is dat voor de bouw van 13 appartementen en 4 winkels op het perceel Kerkbuurt 28-32 aan [belanghebbende] een vrijstelling van het voorheen geldende plan en bouwvergunning is verleend. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 maart 2010, heeft [belanghebbende] een rapport van BK Ruimte en Milieu B.V. overgelegd waarin wordt ingegaan op de gevolgen voor de luchtkwaliteit van het hiervoor genoemde concrete bouwplan. De voorzitter ziet geen aanleiding, zoals Dirk van den Broek heeft betoogd, het overgelegde rapport met het oog op een goede procesorde buiten beschouwing te laten.

2.4. Het college en de raad hebben zich onder verwijzing naar het overgelegde rapport op het standpunt gesteld dat het bestreden plandeel niet in strijd met het recht behoefde te worden geacht. Het tot dusverre door Dirk van den Broek aangevoerde geeft geen aanknopingspunt voor het oordeel dat het college en de raad zich ten onrechte op dit standpunt hebben gesteld. Daarbij neemt de voorzitter in aanmerking dat uit het overgelegde rapport volgt dat geen grenswaarden voor stikstofdioxide en zwevende deeltjes (PM10) worden overschreden. Voor zover Dirk van den Broek heeft betoogd dat het bestemmingsplan meer ruimtelijke ontwikkelingen omvat dan het bestreden plandeel, overweegt de voorzitter het volgende. Nu het verzoek van Dirk van den Broek zich uitsluitend uitstrekt over het bestreden plandeel, bestaat geen aanleiding in de onderhavige procedure de gevolgen van andere plan(onder)delen voor de luchtkwaliteit te bezien. Hetgeen Dirk van den Broek heeft aangevoerd, geeft verder geen aanknopingspunt voor het oordeel dat het college en de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat in het overgelegde rapport is uitgegaan van een bouwplan dat representatief is voor de maximale planologische mogelijkheden van het bestreden plandeel.

2.5. In hetgeen Dirk van den Broek voor het overige heeft aangevoerd, ziet de voorzitter geen aanknopingspunt voor schorsing van het bestreden plandeel.

2.6. Gezien het voorgaande ziet de voorzitter aanleiding het verzoek af te wijzen.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. B.S. Jansen, ambtenaar van Staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Jansen

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2010

399.