Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BM0206

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-04-2010
Datum publicatie
07-04-2010
Zaaknummer
200905272/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 maart 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer (hierna: het college) geweigerd aan [wederpartij] een lichte bouwvergunning te verlenen voor het plaatsen van een dakkapel in het achterdakvlak van de woning op het perceel [locatie 1] te [plaats] (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200905272/1/H1.

Datum uitspraak: 7 april 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 9 juni 2009 in zaak nr. 08/7219 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 maart 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer (hierna: het college) geweigerd aan [wederpartij] een lichte bouwvergunning te verlenen voor het plaatsen van een dakkapel in het achterdakvlak van de woning op het perceel [locatie 1] te [plaats] (hierna: het perceel).

Bij besluit van 8 oktober 2008 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 9 juni 2009, verzonden op 10 juni 2009, heeft de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 8 oktober 2008 vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 juli 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 14 augustus 2009.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 maart 2010, waar het college, vertegenwoordigd door T.H. van Donge, werkzaam bij de gemeente, en [wederpartij], vertegenwoordigd door mr. J.M. Stedelaar, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De in het bouwplan van [wederpartij] voorziene dakkapel (hierna: de dakkapel) heeft een breedte van 4,20 m en een schuin aflopend dakvlak en wordt geplaatst in het achterdakvlak van de woning op het perceel.

Het geschil is beperkt tot de vraag of de dakkapel voldoet aan redelijke eisen van welstand.

2.2. Het college heeft aan het besluit tot weigering bouwvergunning te verlenen het advies van de Stichting Welstandszorg Noord-Holland, commissie Haarlemmermeer (hierna: de welstandscommissie) van 5 maart 2008 mede ten grondslag gelegd. De welstandscommissie heeft zich op het standpunt gesteld dat het bouwplan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand, omdat niet aan de Welstandsnota Haarlemmermeer juni 2004 (hierna: de Welstandsnota) wordt voldaan. De welstandscommissie heeft daartoe overwogen dat de aangevraagde dakkapel te breed is. Het belendende pand, [locatie 2], heeft een dakkapel met een breedte van 3,60 m. De commissie kan niet instemmen met de aanvraag, tenzij de dakkapel wordt uitgevoerd conform de dakkapel op het belendende pand.

2.3. In de Welstandsnota staan als uitgangspunten van het welstandsbeleid voor dakkapellen vermeld dat het plaatsen van een dakkapel nooit ten koste mag gaan van de karakteristiek van het schuine dak en dat de gemeente bij meerdere dakkapellen op één doorgaand dak streeft naar een herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Een eerste aanvraag voor een dakkapel op een dakvlak van gekoppelde woningen zal de standaardoptie zijn voor de volgende aanvragen. Hiermee wordt bedoeld, dat indien een eerste dakkapel op het dakvlak van gekoppelde woningen is geplaatst, deze als trendsettend moet worden gezien voor volgende dakkapellen welke op hetzelfde (doorlopende) dakvlak van deze gekoppelde woningen worden geplaatst. Deze zullen gelijk of zeer verwant dienen te zijn aan de eerste aanvraag. De plaats en hoogte ten opzichte van de verdiepingsvloer dient altijd gelijk te zijn.

Verder is in de Welstandsnota bepaald dat als er geen standaardoptie is, een dakkapel in ieder geval voldoet aan redelijke eisen van welstand indien wordt voldaan aan specifieke criteria.

2.4. Het college betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college bij het bestreden besluit terecht ervan is uitgegaan dat de dakkapel op de woning [locatie 2], zoals daarvoor bouwvergunning is verleend, moet worden aangemerkt als de standaardoptie in de zin van de Welstandsnota en derhalve bepalend is voor latere aanvragen om bouwvergunning. Volgens het college is daarmee, anders dan de rechtbank heeft overwogen, voldoende gemotiveerd waarom de gerealiseerde dakkapel op de woning [locatie 2], die is gebouwd in afwijking van de verleende bouwvergunning, niet als standaardoptie moet worden beschouwd. Indien de gerealiseerde dakkapel op de woning [locatie 2] als standaardoptie wordt beschouwd en daarmee aanvragen om bouwvergunning voor identieke dakkapellen moeten worden verleend, zal wat betreft genoemde dakkapel wellicht het bestaan van zicht op legalisering moeten worden aangenomen en daartegen niet zonder meer handhavend kunnen worden opgetreden, aldus het college.

2.4.1. Vaststaat dat het college in 1991 bouwvergunning heeft verleend voor het op het achterdakvlak van de woning [locatie 2] plaatsen van een dakkapel met een breedte van 3,60 m. Het betreft het doorgaande dakvlak van gekoppelde woningen aan de Willemsbos. De woning [locatie 1] behoort daar ook toe. Vaststaat dat de dakkapel op de woning [locatie 2], in afwijking van de verleende bouwvergunning, is uitgevoerd met een breedte van ongeveer 3,90 m.

Het college heeft terecht de dakkapel, waarvoor een onaantastbare bouwvergunning is verleend, als standaardoptie in de zin van de Welstandsnota aangemerkt. De vergunde dakkapel moet worden geacht in overeenstemming te zijn met redelijke eisen van welstand. Ten aanzien van een zonder bouwvergunning gerealiseerde dakkapel heeft een toetsing aan welstand niet plaatsgevonden. Een redelijke uitleg van de Welstandsnota brengt met zich, dat waar in de Welstandsnota een aangevraagde dakkapel wordt genoemd, redelijkerwijs een aangevraagde en vergunde dakkapel bedoeld is. Omdat de in het bouwplan voorziene dakkapel ongeveer 60 cm breder is dan de vergunde dakkapel, heeft het college de in het bouwplan voorziene dakkapel als niet gelijk en niet zeer verwant aan de standaardoptie mogen aanmerken. Het college heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de bouwvergunning moest worden geweigerd wegens strijd met welstand. De rechtbank is derhalve ten onrechte tot een andere conclusie gekomen.

2.5. Het hoger beroep is gegrond. Aan hetgeen het college overigens heeft aangevoerd, wordt niet toegekomen. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van [wederpartij] tegen het besluit van 8 oktober 2008 van het college alsnog ongegrond verklaren.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 9 juni 2009 in zaak nr. 08/7219;

III. verklaart het door [wederpartij] bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, en mr. J.A. Hagen en mr. J.C. Kranenburg, leden, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, ambtenaar van Staat.

w.g. Polak w.g. Van Heusden

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 april 2010

163-627.