Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BM0204

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-04-2010
Datum publicatie
07-04-2010
Zaaknummer
200906462/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 mei 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Wolfhezerweg-Duitsekampweg 2009" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200906462/1/R3.

Datum uitspraak: 7 april 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Renkum,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 27 mei 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Wolfhezerweg-Duitsekampweg 2009" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 augustus 2009, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 maart 2010, waar [appellant], bijgestaan door [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door ing. A. Ruiter en drs. ir. S. van der Meer, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet in een juridische-planologische regeling voor twee nieuwe woningen en een bestaand transportbedrijf langs de Duitsekampweg, ten noorden van de kern van Wolfheze. Voorts wordt met het plan beoogd de herstucturering van het ter plaatse aanwezige tuincentrum mogelijk te maken.

2.2. [appellant] betoogt dat de raad ten onrechte het plandeel met de bestemming "Wonen" heeft vastgesteld dat betrekking heeft op het perceel [locatie] (hierna: het perceel). In dit verband voert hij aan dat het plangebied blijkens de beleidskaart ruimtelijke structuur uit het streekplan Gelderland 2005 (hierna: het streekplan) gelegen is in de Ecologische Hoofdstructuur (hierna: EHS). [appellant] voert aan dat de raad ten onrechte is uitgegaan van de begrenzing van de EHS, zoals die uit themakaart 17 van het streekplan blijkt. Ook voert [appellant] aan dat de raad ten onrechte vooruit is gelopen op het besluit van provinciale staten van Gelderland (hierna: provinciale staten) tot herbegrenzing van de EHS. Daarbij komt dat in het herbegrenzingsbesluit het perceel ten onrechte buiten de EHS is gelaten en dat naar zijn mening aan de herbegrenzing van de EHS geen zorgvuldige belangenafweging ten grondslag ligt. Voorts heeft de raad geen rekening gehouden met de gevolgen van de voorziene woningen voor het nabijgelegen Natura 2000-gebied en het leefgebied van vleermuizen, zo voert [appellant] aan. Tot slot voert [appellant] aan dat het nut en de noodzaak van de voorziene woningen niet is gebleken.

2.3. De raad stelt zich op het standpunt dat hij aansluiting heeft kunnen zoeken bij themakaart 17 van het streekplan. De omstandigheid dat provinciale staten twee kaarten hebben vastgesteld, die wat betreft de begrenzing van de EHS niet met elkaar overeenkomen, kan de raad niet worden aangerekend. Ook stelt de raad dat hij ervan heeft kunnen uitgaan dat het perceel buiten de begrenzing van de EHS zou worden gelaten. Voorts stelt de raad dat het herbegrenzingsbesluit van provinciale staten in de onderhavige procedure niet meer aan de orde kan komen. Daarnaast heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat de functieverandering geen negatieve effecten zal hebben op het nabijgelegen Natura 2000-gebied "Veluwe" alsmede dat ter plaatse geen vaste rust- en/of verblijfplaatsen van strikt beschermde diersoorten aanwezig zijn en er geen negatieve effecten zijn voor de vaste vliegroutes van vleermuizen. Tot slot meent de raad dat de voorziene woningen in overeenstemming zijn met het regionale woonbeleid.

2.4. Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de raad het provinciaal beleid omtrent de EHS dat is neergelegd in het streekplan als gemeentelijk beleid heeft toegepast bij de vaststelling van het plan. Voorts is gebleken dat de raad aansluiting heeft gezocht bij het nieuwe beleid van provinciale staten omtrent de begrenzing van het EHS-verwevingsgebied.

De Afdeling stelt vast dat de begrenzing van de EHS is aangegeven op zowel themakaart 17 als op de beleidskaart ruimtelijke structuur van het streekplan die beide een streekplanstatus hebben. Met de raad wordt voorts vastgesteld dat op de kaarten het EHS-verwevingsgebied ter plaatse van het perceel niet overeenkomen. De raad heeft deze discrepantie reeds kenbaar gemaakt aan provinciale staten.

Blijkens de gedingstukken was ten tijde van het bestreden besluit de procedure tot een partiƫle streekplanherziening gaande en was in dit kader op 19 november 2008 de nieuwe begrenzing van de EHS voorlopig vastgesteld. Niet in geschil is dat het perceel bij de nieuwe begrenzing niet meer in het EHS-verwevingsgebied was voorzien. Met de streekplanherziening is beoogd de EHS meer robuust te maken en bij het vaststellen van de nieuwe begrenzing van het EHS-verwevingsgebied hebben provinciale staten overwogen dat de gronden die buiten de begrenzing van dit gebied zijn gebracht voor de samenhangende structuur niet meer noodzakelijk worden geacht.

De Afdeling overweegt dat de raad, anders dan [appellant] stelt, zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het perceel bij de streekplanherziening niet ten onrechte buiten de begrenzing is gelaten. Daarbij heeft de raad in aanmerking kunnen nemen dat aan het perceel onder het vorige bestemmingsplan een bedrijfsbestemming was toegekend, alsmede dat op het deel van het perceel ten noorden van de voorziene woningen reeds een bouwvlak was voorzien ten behoeve van bedrijfsbebouwing. Daarnaast acht de Afdeling van belang dat dit plandeel is gelegen in een lint van woonbebouwing langs de Wolfhezerweg.

Gelet op het voorgaande valt niet in te zien dat de raad in redelijkheid geen aansluiting heeft kunnen zoeken bij het nieuwe beleid van provinciale staten omtrent de begrenzing van het EHS-verwevingsgebied ter plaatse van het perceel.

Voorts heeft [appellant] geen gegevens aangedragen die twijfel oproepen aan het door de raad middels het rapport

"Flora- en faunarapportage, Wolfhezerweg-Duitsekampweg te Wolfheze, gemeente Renkum" van 10 april 2009, onderbouwde standpunt dat de functieverandering geen negatieve effecten zal hebben voor het nabijgelegen Natura 2000-gebied "Veluwe" en voor de vaste rust- en verblijfplaatsen dan wel vaste vliegroutes van vleermuizen.

2.5. In het "Regionaal plan 2005-2020 stadsregio Arnhem Nijmegen" (hierna: het regionaal plan) is het woonbeleid voor de regio Arnhem-Nijmegen neergelegd. In het kader van het regionaal plan is, met het oog op de grote vraag naar woningen, het "consessiebeleid KAN 2004" ontwikkeld. In dit verband is onder meer bepaald dat voor de periode 2005 tot 2010 voor KAN-gemeenten geen beperkingen geldt in het per gemeente aantal te bouwen woningen. Voorts zijn er in dit verband bebouwingscontouren getrokken waarbinnen gemeenten zelf bepalen hoeveel woningen gebouwd worden.

2.6. Tussen partijen is niet in geschil dat de voorziene woningen niet in strijd zijn met het regionaal woonbeleid. Voorts is niet in geschil dat de voorziene woningen binnen voornoemde bebouwingscontour zijn gelegen. De Afdeling overweegt dat de raad geen aanleiding heeft behoeven te zien om van het regionale beleid af te wijken. Niet aannemelijk is geworden dat de bouw van de voorziene woningen, vanwege het ontbreken van de vraag naar woningen in de regio, overbodig is.

2.7. De conclusie is dat hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plandeel met de bestemming "Wonen" dat betrekking heeft op het perceel, strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van Staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Matulewicz

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 april 2010

45-629.