Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BL9313

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-03-2010
Datum publicatie
29-03-2010
Zaaknummer
200907872/1/V1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ9542, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

COa / artikel 17 van de Rva 2005 / buitengewone kosten / toestemming vooraf

In dit geval heeft Makano International bij brieven van 7 en 16 juli 2008 de vreemdeling op de hoogte gesteld van de resultaten van de contra expertise inzake taalanalyse fase 1 en medegedeeld dat eerst met de uitvoering van de contra expertise inzake taalanalyse fase 2 kan worden aangevangen, nadat het COa een verzoek van de vreemdeling om vergoeding van de daarmee gemoeide kosten zal hebben toegewezen. De vreemdeling heeft niet gesteld dat de stichting NIDOS, de toenmalige vertegenwoordiger van de vreemdeling of de huidige gemachtigde van de vreemdeling evenbedoeld verzoek bij het COa heeft ingediend. Dat dit, naar van de zijde van de vreemdeling wordt gesteld, het gevolg is van een miscommunicatie tussen de stichting NIDOS en de huidige gemachtigde van de vreemdeling, moet voor rekening en risico van de vreemdeling blijven. Voorts heeft hij niet gesteld dat zich een noodsituatie, als bedoeld artikel 17, derde lid, van de Rva 2005, heeft voorgedaan, waarin geen mogelijkheid bestond tot het indienen van een verzoek om toestemming van het COa. Gelet hierop heeft het COa in dit geval het verzoek van de vreemdeling om vergoeding van de contra expertise inzake taalanalyse fase 2 terecht afgewezen. Dit heeft de rechtbank niet onderkend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JV 2010/184
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200907872/1/V1.

Datum uitspraak: 22 maart 2010

Raad van State

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

het Centraal Orgaan opvang asielzoekers,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Roermond, van 5 oktober 2009 in zaak nr. 09/9861 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

het Centraal Orgaan opvang asielzoekers.

1. Procesverloop

Bij besluit van 13 maart 2009 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: het COa) een verzoek van [de vreemdeling] (hierna: de vreemdeling) om vergoeding van kosten in verband met het laten uitvoeren van een taalanalyse op de voet van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (hierna: de Rva 2005) afgewezen. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 5 oktober 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Roermond (hierna: de rechtbank), het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat het COa een nieuw besluit op het verzoek neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het COa bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 13 oktober 2009, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

De vreemdeling heeft een verweerschrift ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: de Wet COa) is het COa onder meer belast met de materiële en immateriële opvang van asielzoekers.

Ingevolge het tweede lid kan de minister van Justitie (hierna: de minister) het COa taken, als bedoeld in het eerste lid, opdragen met betrekking tot andere categorieën vreemdelingen.

Ingevolge artikel 12 kan de minister regels stellen met betrekking tot verstrekkingen aan asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen, als bedoeld in artikel 3, tweede lid.

Krachtens deze bepaling heeft de minister de Rva 2005 vastgesteld.

In artikel 3 van de Rva 2005 is bepaald aan welke categorieën asielzoekers of daarmee gelijk te stellen categorieën vreemdelingen door het COa opvang wordt geboden.

Ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onder g, omvat de opvang in een opvangvoorziening in elk geval betaling van buitengewone kosten.

Ingevolge artikel 17, eerste lid, kan een asielzoeker een vergoeding ontvangen voor buitengewone kosten, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel g, die hij heeft gemaakt.

Ingevolge het tweede lid, zijn buitengewone kosten noodzakelijke kosten die vanwege hun aard of hoogte in redelijkheid niet geacht kunnen worden door de asielzoeker zelf te worden betaald.

Ingevolge het derde lid, worden buitengewone kosten slechts betaald voor zover vooraf door het COa aan de asielzoeker toestemming is verleend voor het maken van deze kosten, met uitzondering van kosten die voortvloeien uit noodsituaties waarin geen mogelijkheid bestond tot het verzoeken om toestemming.

2.2. In de toelichting op artikel 17 van de Rva 2005 (Stcrt. 2005, nr. 24, pag. 17) staat vermeld dat het COa, zo mogelijk voor het plaatsvinden van de situatie waaruit voor de asielzoeker buitengewone kosten voortvloeien, aan de betrokken asielzoeker toestemming dient te hebben gegeven voor het maken van deze kosten. Op deze wijze wordt voorkomen dat een asielzoeker kosten maakt waarvan naderhand blijkt dat zij niet voor betaling door het COa in aanmerking komen. Indien de toestemming niet vooraf is gegeven zal het COa deze kosten slechts behoeven te betalen, indien het wegens zeer dringende redenen niet mogelijk was voorafgaand aan het maken van de kosten toestemming te geven, zoals in de situatie waarin de asielzoeker acuut hulp nodig heeft.

2.3. Volgens paragraaf 2.1 van de Handleiding Vergoeding Buitengewone Kosten op grond van artikel 17 van de Rva 2005 van het COa (hierna: de Handleiding) worden buitengewone kosten slechts vergoed voor zover vooraf door het COa aan de asielzoeker toestemming is verleend voor het maken van deze kosten. Slechts indien het wegens een noodsituatie niet mogelijk was om het COa vooraf toestemming te vragen, bijvoorbeeld in de situatie waarin de asielzoeker zeer dringend hulp nodig heeft, zal tot vergoeding worden overgegaan, mits aan de overige voorwaarden wordt voldaan. In alle andere gevallen, dat wil zeggen indien niet vooraf om toestemming is verzocht, zal het COa niet overgaan tot het vergoeden van de kosten.

2.4. Bij brief van 22 mei 2008, verzonden op 30 mei 2008, heeft de staatssecretaris van Justitie de vreemdeling op de hoogte gesteld van zijn voornemen om een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen af te wijzen. Aan dat voornemen is een rapport taalanalyse ten grondslag gelegd.

Bij brief van 1 juli 2008, per fax aan Makano International verzonden, heeft het COa een verzoek van de vreemdeling om vergoeding van kosten in verband met het laten uitvoeren van een contra expertise inzake taalanalyse fase 1 toegekend.

Bij onderscheiden brieven van 7 en 16 juli 2008 heeft Makano International de vreemdeling op de hoogte gesteld van de resultaten van de contra expertise inzake taalanalyse fase 1 en medegedeeld dat eerst met de uitvoering van de contra expertise inzake taalanalyse fase 2 kan worden aangevangen, nadat het COa een verzoek van de vreemdeling om vergoeding van de daarmee gemoeide kosten zal hebben toegewezen.

Bij brief van 4 november 2008 heeft de vreemdeling bij Makano International geïnformeerd naar de stand van zaken met betrekking tot het vervolg op fase 1 van de contra expertise inzake taalanalyse.

Op 17 december 2008 is Makano International in afwachting van en vooruitlopend op een opdracht van de vreemdeling tot voortzetting van de contra expertise dan wel toestemming van het COa aangevangen met de uitvoering van de contra expertise inzake taalanalyse fase 2.

Bij per e-mail verzonden bericht van 22 januari 2009 heeft Makano International de vreemdeling naar aanleiding van evenvermelde brief van 4 november 2008 medegedeeld dat de contra expertise inzake taalanalyse fase 2 is afgerond, maar dat het rapport terzake niet aan hem kan worden verzonden, omdat van de vreemdeling geen verzoek om voortzetting van het taalonderzoek is ontvangen en van het COa geen toestemming is ontvangen om de kosten hiervoor te maken.

Bij brief van 2 februari 2009 heeft de vreemdeling het COa verzocht om alsnog toestemming te verlenen voor het maken van kosten in verband met de contra expertise inzake taalanalyse fase 2 en deze toestemming rechtstreeks naar Makano International te verzenden.

Bij besluit van 13 maart 2009 heeft het COa dit verzoek afgewezen, omdat deze kosten reeds zijn gemaakt voordat het COa hiervoor toestemming heeft verleend.

2.5. In de grief klaagt het COa dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat, samengevat weergegeven, in dit geval, waarin de contra expertise reeds is verricht en het geven van een opdracht weinig zinvol te achten is, de betalingsverplichting voor de vreemdeling eerst is ontstaan door het verzoek om toezending van de resultaten van die contra expertise. De rechtbank heeft, door aldus te overwegen, volgens het COa een verkeerde uitleg aan artikel 17, derde lid, van de Rva 2005 gegeven.

2.5.1. Uit artikel 17, derde lid, van de Rva 2005, alsmede uit de toelichting daarop en het terzake door het COa gevoerde en in de Handleiding neergelegde beleid, volgt dat het COa buitengewone kosten, als bedoeld in dat artikel, slechts vergoedt, indien de asielzoeker vooraf aan het COa om toestemming heeft verzocht voor het maken van deze kosten en het COa deze toestemming ook heeft verleend. Indien de toestemming niet vooraf is gegeven zal het COa deze kosten slechts kunnen betalen, indien het voor de asielzoeker wegens zeer dringende redenen niet mogelijk was om voorafgaand aan het maken van de kosten toestemming te vragen, zoals in de situatie waarin de asielzoeker acuut hulp nodig heeft.

In dit geval heeft Makano International bij brieven van 7 en 16 juli 2008 de vreemdeling op de hoogte gesteld van de resultaten van de contra expertise inzake taalanalyse fase 1 en medegedeeld dat eerst met de uitvoering van de contra expertise inzake taalanalyse fase 2 kan worden aangevangen, nadat het COa een verzoek van de vreemdeling om vergoeding van de daarmee gemoeide kosten zal hebben toegewezen. De vreemdeling heeft niet gesteld dat de stichting NIDOS, de toenmalige vertegenwoordiger van de vreemdeling of de huidige gemachtigde van de vreemdeling evenbedoeld verzoek bij het COa heeft ingediend. Dat dit, naar van de zijde van de vreemdeling wordt gesteld, het gevolg is van een miscommunicatie tussen de stichting NIDOS en de huidige gemachtigde van de vreemdeling, moet voor rekening en risico van de vreemdeling blijven. Voorts heeft hij niet gesteld dat zich een noodsituatie, als bedoeld artikel 17, derde lid, van de Rva 2005, heeft voorgedaan, waarin geen mogelijkheid bestond tot het indienen van een verzoek om toestemming van het COa. Gelet hierop heeft het COa in dit geval het verzoek van de vreemdeling om vergoeding van de contra expertise inzake taalanalyse fase 2 terecht afgewezen. Dit heeft de rechtbank niet onderkend.

De grief slaagt.

2.6. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 13 maart 2009 alsnog ongegrond verklaren, nu uit het voorgaande voortvloeit dat de voorgedragen beroepsgronden falen.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Roermond, van 5 oktober 2009 in zaak nr. 09/9861;

III. verklaart het door de vreemdeling bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. B. van Wagtendonk en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.S.D. Ramrattansing, ambtenaar van Staat.

w.g. Lubberdink

voorzitter

w.g. Ramrattansing

ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 maart 2010

408.

Verzonden: 22 maart 2010

Voor eensluidend afschrift,

de secretaris van de Raad van State,

mr. H.H.C. Visser