Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BL8754

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-03-2010
Datum publicatie
24-03-2010
Zaaknummer
201002484/2/H2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

penbare zitting gehouden op 16 maart 2010 om 11.45 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201002484/2/H2.

Datum uitspraak: 16 maart 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht van 18 februari 2010 in zaak nrs. 09/3830 en 09/3831 in het geding tussen:

[verzoekers]

en

het college van burgemeester en wethouders van Utrecht.

Procesverloop

Openbare zitting gehouden op 16 maart 2010 om 11.45 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. D.A.C. Slump voorzitter (vz.)

Ambtenaar van Staat: mr. J. Wieland

Verschenen:

[verzoeker], in persoon;

Het college, vertegenwoordigd door M. Akkersdijk en A. Wenning, beiden ambtenaar in dienst van de gemeente;

De gemeente Utrecht, vertegenwoordigd door M. Akkersdijk en A. Wenning, voormeld.

De voorzitter

wijst het verzoek af.

Daartoe wordt overwogen dat het college aan de verlening van de velvergunning bij besluit van 31 augustus 2009 drie onderzoeken ten grondslag heeft gelegd waaruit blijkt dat de vier populieren rondom het Vliegermonument aan de [locatie] te Utrecht, gelet op een te verwachten verhoogd risico op takbreuk, binnen nu en ongeveer vijftien jaar gekapt moeten worden. Het college heeft ter zitting uiteengezet dat het monument geen fundering heeft en dat de verzakking van het monument dan ook niet wordt veroorzaakt doordat de fundering is aangetast, maar onder meer doordat de wortels van de te vellen populieren de muren van het monument omhoog drukken. Gelet hierop is het behouden van de bomen in combinatie met het herstellen en verstevigen van de fundering geen alternatief om in de toekomst verzakking te voorkomen. De reƫle verwachting is dat na het herstel van het metselwerk de eerstkomende vijftig jaar geen noemenswaardig onderhoud meer hoeft te worden gepleegd aan het monument.

Gelet op het vorenstaande bestaat onvoldoende grond voor het oordeel dat, bij de gemaakte afweging tussen het behoud van de bomen - die anders dan [verzoeker] betoogt niet monumentaal zijn als bedoeld in het bomenbeleid van de gemeente Utrecht - en het vellen daarvan in verband met de restauratie van het monument, tot een andere uitkomst had moeten komen en bestaat evenzeer onvoldoende grond voor het oordeel dat op voorhand valt aan te nemen dat de Afdeling in de bodemprocedure de uitspraak van de voorzieningenrechter niet zal bevestigen, althans uiteindelijk zal blijken dat de velvergunning niet verleend had mogen worden. Hetgeen door [verzoeker] is aangevoerd biedt geen grond voor een ander oordeel.

w.g. Slump w.g. Wieland

voorzitter ambtenaar van Staat

502.