Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BL8727

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-03-2010
Datum publicatie
24-03-2010
Zaaknummer
200905678/1/H3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ1844, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 november 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland een aanvraag van de vereniging Honk- en Softbal Vereniging Drachten Diamonds voor een reclamevergunning afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Gst. 2010, 84 met annotatie van A.G.A. Nijmeijer
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200905678/1/H3.

Datum uitspraak: 24 maart 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de vereniging Honk- en Softbal Vereniging Drachten Diamonds, gevestigd te Drachten,

appellante,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden van 22 juni 2009 in zaak nrs. 09/926 en 09/927 in het geding tussen:

de vereniging Honk- en Softbal Vereniging Drachten Diamonds

en

het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 november 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland een aanvraag van de vereniging Honk- en Softbal Vereniging Drachten Diamonds voor een reclamevergunning afgewezen.

Bij besluit van 3 april 2009 heeft het college het door Drachten Diamonds daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 22 juni 2009, verzonden op 23 juni 2009, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden het door Drachten Diamonds daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Drachten Diamonds bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 augustus 2009, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 februari 2010, waar Drachten Diamonds, vertegenwoordigd door W. Eilering, voorzitter, en H. Heins, penningmeester, en het college, vertegenwoordigd door mr. J.H. Jonker, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1.1, aanhef en onder k, van de Algemene Plaatselijke Verordening van Smallingerland 2005 (hierna: de APV) wordt onder handelsreclame verstaan iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.

Ingevolge artikel 4.4.2, eerste lid, is het verboden zonder vergunning van het college op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is.

Ingevolge het vijfde lid, kan een vergunning bedoeld in het eerste lid worden geweigerd:

a. indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

b. in het belang van de verkeersveiligheid;

c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast door gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak;

(…).

2.1.1. Volgens paragraaf 3.8 van de notitie buitenreclame 1994 (hierna: de notitie) is uitbreiding van de reclamefaciliteiten voor sportvelden ongewenst omdat de grond niet door de gemeente wordt verhuurd om naar buiten gerichte reclame mogelijk te maken en omdat deze vorm van reclame ook afwijkt van het voorgestelde beleid ten aanzien van de regulering van reclame op openbaar gebied. Het vermelden van de naam van de sportclub en hoofdsponsor bij de ingang wordt onder voorwaarden en vergunning wel toegestaan.

2.2. De aanvraag heeft betrekking op het aanbrengen van een bord op de achterzijde van een scorebord bij het sportterrein van Drachten Diamonds met onder andere de tekst "Yankee Doodle Stadium". De achterzijde van het scorebord is gericht naar de rijksweg A7 en het bord is niet bij de ingang van het sportterrein geplaatst. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het aangevraagde reclamebord niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand, bedoeld in artikel 4.4.2, vijfde lid, aanhef en onder a, van de APV. Dit standpunt heeft het college gebaseerd op de op de welstandsnota gestoelde adviezen van de welstandscommissie Hûs & Hiem (hierna: de welstandscommissie) van 12 november 2008 en 18 februari 2009. Voorts heeft het college aan de afwijzing ten grondslag gelegd dat het reclamebord in strijd is met paragraaf 3.8 van de notitie.

2.3. Drachten Diamonds betoogt dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat haar aanvraag geen betrekking heeft op handelsreclame maar op de naamsaanduiding van haar sportcomplex, Yankee Doodle Stadium, en dat artikel 4.4.2, eerste lid, van de APV gelet daarop niet van toepassing is.

2.3.1. Dit betoog faalt. Yankee Doodle is ook de naam van een restaurantketen met vestigingen in Drachten en Assen. Het aangevraagde reclamebord vermeldt niet alleen de naam Yankee Doodle Stadium maar bevat ook het logo van de restaurantketen. Het reclamebord prijst derhalve ook de restaurantketen aan. Niet in geschil is dat Drachten Diamonds hiervoor een financiële vergoeding ontvangt. Gelet hierop heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat het reclamebord handelsreclame bevat als bedoeld in artikel 1.1, aanhef en onder k, van de APV, zodat daarvoor een vergunning was vereist. Het college was gehouden op de ingediende aanvraag te beslissen en heeft deze terecht getoetst aan artikel 4.4.2, vijfde lid, van de APV.

2.4. Drachten Diamonds betoogt voorts dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat het college het onjuiste toetsingskader heeft gehanteerd. Zij voert aan dat de wettelijke basis voor welstandstoetsing is gelegen in de artikelen 12 en 12a van de Woningwet. Uit deze artikelen volgt volgens haar dat het college had moeten beoordelen of het reclamebord in ernstige mate in strijd is met de redelijke eisen van welstand. Het college heeft ten onrechte als toetsingsmaatstaf gehanteerd of het reclamebord niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand, aldus Drachten Diamonds.

2.4.1. Dit betoogt faalt eveneens. Vaststaat dat het reclamebord geen bouwwerk is in de zin van de Woningwet. Dit betekent dat niet de Woningwet op haar aanvraag van toepassing is maar, zoals ook volgt uit hetgeen onder 2.3.1 is overwogen, de APV. Ingevolge artikel 4.4.2, vijfde lid, van de APV, kan een reclamevergunning worden geweigerd indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Het college heeft de aanvraag van Drachten Diamonds dan ook terecht aan dit criterium getoetst.

2.5. Het beroep van Drachten Diamonds op het gelijkheidsbeginsel is door de voorzieningenrechter terecht en op goede gronden afgewezen, reeds omdat het in dit verband door haar genoemde tenniscentrum Veneboer geen aanvraag voor een reclamevergunning heeft gedaan. Het kan dan ook niet worden aangemerkt als een gelijk geval.

2.6. Drachten Diamonds betoogt dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat het college ten onrechte de notitie heeft betrokken bij de beoordeling van haar aanvraag. Deze notitie kan volgens haar niet worden aangemerkt als een uitwerking van de redelijke eisen van welstand. Het hanteren van deze notitie is volgens haar in strijd met het limitatieve stelsel van weigeringsgronden van artikel 4.4.2, vijfde lid, van de APV. Voor zover het college deze notitie bij de beoordeling heeft mogen betrekken, heeft de voorzieningenrechter miskend dat het door haar aangevraagde reclamebord niet in strijd is met de notitie, aldus Drachten Diamonds.

2.6.1. Anders dan Drachten Diamonds betoogt, valt niet in te zien dat het college bij de beoordeling of het reclamebord in strijd is met de redelijke eisen van welstand, naast de toetsing aan de welstandsnota zoals uitgevoerd door de welstandscommissie, niet tevens heeft mogen toetsen aan het beleid voor buitenreclame zoals neergelegd in de notitie. Zoals ter zitting door het college is medegedeeld is de notitie vastgesteld ter uitwerking van de criteria van de APV. De Afdeling is met de voorzieningenrechter van oordeel dat deze notitie mede is vastgesteld met het oog op redelijke eisen van welstand.

Volgens paragraaf 3.8 van de notitie is uitbreiding van de reclamefaciliteiten voor sportvelden ongewenst. Het college heeft zich in het besluit op bezwaar op het standpunt gesteld dat het doel van het reclamebeleid is om terughoudend met reclame om te gaan en op die manier de kwaliteit van het openbaar gebied en van voor publiek toegankelijke plaatsen te waarborgen. Voor reclame op sportvelden geldt dat slechts de namen van de sportvereniging en de hoofdsponsor op de weg of openbaar gebied mogen zijn gericht, mits de naam- en reclameborden bij de toegangen van de sportterreinen worden geplaatst. Dit komt volgens het college de ruimtelijke kwaliteit ten goede.

De Afdeling is met de voorzieningenrechter van oordeel dat het college zich in redelijkheid op dit standpunt heeft kunnen stellen. Nu het scorebord, waarop het reclamebord dient te worden bevestigd, niet bij de toegang van het sportterrein staat, voldoet de reclame niet aan het in de notitie neergelegde beleid. Dat in paragraaf 3.4 van de notitie staat dat op de kruising A7-Zuiderhogeweg, welke kruising zich vlak naast de locatie van het scorebord bevindt, onvoldoende van Drachten wordt gemerkt, en dat daar volgens deze paragraaf een reclamezuil kan worden geplaatst, maakt dit niet anders. Het college heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat niet paragraaf 3.4 op het reclamebord van toepassing is maar paragraaf 3.8, welke als onderwerp heeft reclame op sportvelden. Het door Drachten Diamonds gewenste reclamebord voldoet derhalve niet aan de vereisten van deze paragraaf.

2.7. Uit het voorgaande volgt dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het reclamebord in strijd is met de notitie en derhalve niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand als bedoeld in artikel 4.2.2, vijfde lid, aanhef en onder a, van de APV. Het college heeft de aanvraag in overeenstemming met de notitie in redelijkheid kunnen afwijzen. De vraag of de voorzieningenrechter terecht heeft geoordeeld dat het college zijn in bezwaar gehandhaafde afwijzing van de aanvraag tevens heeft mogen baseren op de adviezen van de welstandscommissie behoeft derhalve geen bespreking meer.

2.8. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, voorzitter, en mr. T.M.A. Claessens en mr. C.W. Mouton, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.J.A. Idema, ambtenaar van Staat.

w.g. Konijnenbelt w.g. Idema

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2010

512.