Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BL8706

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-03-2010
Datum publicatie
24-03-2010
Zaaknummer
200904858/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 januari 2007 heeft het college aan het Islamitisch Cultureel en Educatief Centrum Sirat (hierna: Sirat) vrijstelling van het bestemmingsplan, ontheffing van de in de Bouwverordening van de gemeente Nieuwegein (hierna: de Bouwverordening) gestelde parkeernorm en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een cultureel ontmoetingscentrum op het perceel Prof. Dr. Hesselaan 4 te Nieuwegein (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200904858/1/H1.

Datum uitspraak: 24 maart 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

Bewonersvereniging Oud Jutphaas, gevestigd te Nieuwegein, en

[appellant A], [appellante B] en [appellant C], allen wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht van 20 mei 2009 in de zaken nrs. 07/1864, 07/1883 en 07/1885 in het geding tussen:

appellanten

en

het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein.

1. Procesverloop

Bij besluit van 9 januari 2007 heeft het college aan het Islamitisch Cultureel en Educatief Centrum Sirat (hierna: Sirat) vrijstelling van het bestemmingsplan, ontheffing van de in de Bouwverordening van de gemeente Nieuwegein (hierna: de Bouwverordening) gestelde parkeernorm en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een cultureel ontmoetingscentrum op het perceel Prof. Dr. Hesselaan 4 te Nieuwegein (hierna: het perceel).

Bij besluit van 2 juni 2007 heeft het het door appellanten (hierna: de bewonersvereniging en anderen) daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 20 mei 2009, verzonden op 28 mei 2009, heeft de voorzieningenrechter, voor zover thans van belang, het door de bewonersvereniging en anderen daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben de bewonersvereniging en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 juli 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 28 juli 2009.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De bewonersvereniging en anderen hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 februari 2010, waar de bewonersvereniging en anderen, vertegenwoordigd door mr. W.M.M. Janssen en ing. S.M. le Noble, en het college, vertegenwoordigd door drs. M. van Rijbroek, drs. M. Broersma en ing. T.J. Baars, allen ambtenaar in dienst bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar Sirat, vertegenwoordigd door M. Acharki, verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het bouwplan voorziet in de oprichting van een gebouw ten behoeve van een cultureel ontmoetingscentrum met daarin een moskee en zogenoemde multifunctionele ruimtes. Het is wat betreft de hoogte van de koepel in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Jutphaas-Wijkersloot" (hierna: het bestemmingsplan). Om realisering ervan niettemin mogelijk te maken heeft het college hiervan krachtens artikel 22, eerste lid, onder a, van de planvoorschriften vrijstelling verleend. Ingevolge die bepaling kan het college vrijstelling verlenen voor het afwijken van de voorgeschreven maten ten aanzien van dakhellingen, goothoogten, nokhoogten, bouwperceelgrensafstanden en bebouwde oppervlakten met ten hoogste 10 %.

2.2. Het betoog van de bewonersvereniging en anderen dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar alternatieve locaties voor het bouwplan, faalt.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 8 oktober 2008 in zaak nr. 200800767/1), dient het bestuursorgaan te beslissen op de aanvraag, zoals die is ingediend. Indien het plan op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts tot het onthouden van medewerking nopen, indien op voorhand duidelijk is dat door de verwezenlijking van die alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren.

De voorzieningenrechter heeft terecht dat door de bewonersvereniging en anderen niet aannemelijk gemaakt geacht. Het college heeft een onderzoek naar vijftien mogelijke locaties gedaan. Dit heeft tot de conclusie geleid dat het perceel de geschiktste locatie is. Het betoog van de bewonersvereniging en anderen dat het Nijpelsplantsoen een alternatief is, waarmee een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren, heeft het college weersproken door te stellen dat dit plantsoen onderdeel uitmaakt van de hoofdgroenstructuur Wijkersloot en daarom niet als bouwlocatie in aanmerking komt. Dat is niet bestreden.

Voor zover de bewonersvereniging en anderen in dit verband nog hebben aangevoerd dat de lijst met alternatieven pas na het besluit van 9 januari 2007 openbaar is gemaakt, het college niet adequaat heeft gereageerd op vragen van een gemeentelijke politieke partij om een visie te geven op de suggestie om het cultureel ontmoetingscentrum op de locatie Nijpelsplantsoen te realiseren en geen tijdige, juiste en volledige informatieverstrekking en communicatie aan omwonenden heeft plaatsgevonden, leidt dat niet tot het daarmee beoogde resultaat, omdat het college de voor het verlenen van vrijstelling voorgeschreven procedure heeft gevolgd, waarbij de bewonersvereniging en anderen hun zienswijzen en bezwaren tegen het bouwplan naar voren hebben kunnen brengen.

2.3. Ingevolge artikel 2.5.30, eerste lid, van de Bouwverordening moet, indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Deze ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of de bewoning van het gebouw, waarbij rekening moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per openbaar vervoer.

Ingevolge het vierde lid, aanhef en onder b, kunnen burgemeester en wethouders daarvan ontheffing verlenen, voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.

2.3.1. Het college heeft krachtens die laatste bepaling ontheffing verleend, omdat een deel van de benodigde parkeergelegenheid zich niet bevindt in, op of onder het ontmoetingscentrum, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat centrum behoort, maar in de directe omgeving daarvan.

2.3.2. De bewonersvereniging en anderen betogen dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat het college in redelijkheid geen ontheffing heeft kunnen verlenen, omdat ten behoeve van het cultureel ontmoetingscentrum niet wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Het is volgens hen bij het verlenen van de ontheffing ten onrechte uitgegaan van een mogelijk bezoekersaantal van 135, terwijl, gelet op de omvang van het centrum, met een bezoekersaantal van 331 rekening moet worden gehouden. Voorts zullen volgens hen, behalve het gebruik van het ontmoetingscentrum als gebedsruimte, meer activiteiten in het ontmoetingcentrum plaatsvinden die een verkeersaantrekkende werking hebben. Verder stellen zij dat medewerkers van het nabijgelegen kinderdagverblijf Bibelot en ouders die hun kinderen brengen en halen meer gebruik van de beschikbare parkeerplaatsen zullen maken, dan het college heeft aangenomen en dat parkeren langs de Prof. Dr. Hesselaan ongewenst is, omdat dit de doorgang voor voertuigen van hulpverleners belemmert.

2.3.3. De voorzieningenrechter heeft in het door de bewonersvereniging en anderen in beroep aangevoerde terecht geen grond gezien voor het oordeel dat het college zich bij de berekening van het maximum aantal bezoekers niet mocht baseren op bezettingsgraadklasse B3, als bedoeld in tabel 1 van artikel 1.1 van het Bouwbesluit, zoals het heeft gedaan. Toepassing van deze bezettingsgraadklasse, gerelateerd aan het gebruiksoppervlakte van het ontmoetingscentrum van 675 m², leidt tot een maximaal aantal bezoekers van 135. Voorts heeft het college met door Sirat verstrekte gegevens toegelicht, waarom het heeft aangenomen dat het maximaal aantal verwachte bezoekers op hoogtijdagen 120 zal zijn. Dit aantal is gebaseerd op ervaringen, door Sirat opgedaan bij de thans in gebruik zijnde locatie aan de Hildo Kropstraat en de verwachting dat na realisering van het bouwplan niet meer dan een geringe toename van het aantal bezoekers zal plaatsvinden. Sirat heeft ter zitting nader toegelicht dat het huidige ledenbestand 80 is, al jaren geen groei heeft plaatsgevonden en een inventarisatie onder de Marokkaanse gemeenschap in Nieuwegein tot de conclusie heeft geleid dat vanuit die gemeenschap weinig belangstelling bestaat om zich na realisering van het cultureel ontmoetingscentrum bij Sirat aan te sluiten. Anders dan de bewonersvereniging en anderen betogen, biedt de gestelde omstandigheid dat het huidige aantal volwassen en gelovige Marokkaanse inwoners in Nieuwegein 1072 is, geen grond voor het oordeel dat het college niet op deze van Sirat ontvangen informatie mocht afgaan. Wat betreft de stelling van de bewonersvereniging en anderen dat meer activiteiten zullen plaatsvinden die een verkeersaantrekkende werking hebben, heeft Sirat toegelicht op welke wijze de diverse ruimtes in het cultureel ontmoetingscentrum gebruikt zullen worden. Op de eerste verdieping zijn twee ruimtes voorzien die uitsluitend voor het gebed gebruikt zullen worden. De op de begane grond voorziene ruimtes zijn bedoeld voor onder meer het geven van les en trainingen. Volgens Sirat zullen de bezoekers van deze ruimtes die verlaten als het gebed plaatsvindt en zich naar de gebedsruimtes begeven. Gelet hierop, heeft de voorzieningenrechter met juistheid aannemelijk geacht dat de gebedsruimtes en de multifunctionele ruimtes meestal niet tegelijkertijd gebruikt zullen worden en van de overige activiteiten daarom geen extra verkeersaantrekkende werking te verwachten is.

Voorts heeft de voorzieningenrechter met juistheid overwogen dat het college bij de vaststelling van de parkeerbehoefte aansluiting mocht zoeken bij de brochure "ASVV 2004 - Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom" (hierna: ASVV) van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, waarin voor een zogenoemd religiegebouw wordt uitgegaan van 0,1-0,2 parkeerplaats per zitplaats. Het college is bij de berekening van de parkeerbehoefte uitgegaan van 0,2 parkeerplaats per bidplaats. Uitgaande van maximaal 135 bezoekers, komt het vereiste aantal parkeerplaatsen voor het cultureel ontmoetingscentrum op 27. Aan de verleende ontheffing heeft het college ten grondslag gelegd dat het naast het cultureel ontmoetingscentrum gelegen parkeerterrein, na uitbreiding en herschikking daarvan, 26 parkeerplaatsen biedt en uit tellingen blijkt dat in de directe omgeving van het cultureel ontmoetingscentrum ongeveer 40 openbare parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Daarnaast kan volgens het college in de directe omgeving op nog meer plaatsen worden geparkeerd. Gezien die op zichzelf niet gemotiveerd weersproken motivering, heeft de voorzieningenrechter in het in beroep aangevoerde terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid ontheffing ten behoeve van het bouwplan heeft kunnen verlenen. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat de bewonersvereniging en anderen weliswaar hebben gesteld dat op doordeweekse dagen ongeveer negen parkeerplaatsen van het naastgelegen parkeerterrein door medewerkers van kinderdagverblijf Bibelot zullen worden gebruikt en tweemaal per dag gedurende een korte periode een aantal parkeerplaatsen door ouders die kinderen komen brengen en halen, maar zij niet aannemelijk hebben gemaakt dat ook in de daarmee gepaard gaande parkeerbehoefte niet kan worden voorzien in de openbare ruimte. Voorts heeft de voorzieningenrechter met juistheid niet aannemelijk gemaakt geacht dat parkeren langs de Prof. Dr. Hesselaan een belemmering zal vormen voor de doorgang van voertuigen van hulpdiensten, nu op dit moment reeds langs deze weg wordt geparkeerd en niet aannemelijk is gemaakt dat dit problemen meebrengt.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, en mr. J.A. Hagen en mr. A.B.M. Hent, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.A.B. Montagne, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Montagne

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2010

374-552.