Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BL8652

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-03-2010
Datum publicatie
24-03-2010
Zaaknummer
200908774/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 oktober 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Waalre Noord fase 1a" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200908774/2/R3.

Datum uitspraak: 15 maart 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker] en anderen, allen wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Waalre,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 1 oktober 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Waalre Noord fase 1a" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 november 2009, beroep ingesteld. [verzoeker] en anderen hebben hun beroep aangevuld bij brief van 4 december 2009.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 november 2009, hebben [verzoeker] en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 19 februari 2010, waar [verzoeker] en anderen, waarvan [verzoeker] en [verzoeker A] in persoon en bijgestaan door mr. F.K. van den Akker, advocaat te Eindhoven, en de raad, vertegenwoordigd door F.C. van Noort en mr. M. Foederer-Roels, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het bestemmingsplan ziet op de realisatie van 125 grondgebonden woningen en 25 appartementen in het gebied ten zuiden en zuidwesten van de kern van Waalre.

2.3. [verzoeker] en anderen betogen dat de Meerbergschelaan, waaraan hun woningen zijn gelegen, als enige ontsluitingsweg van het hele plangebied zal dienen. Een en ander zal, ook door de ligging daarvan, overlast met zich brengen, in het bijzonder in de vorm van inschijnend licht in de woning van [persoon]. De stelling van de raad dat slechts 30 van de nieuw te bouwen woningen zullen worden ontsloten via de Meerbergschelaan, is volgens hen onvoldoende onderbouwd. Verder had naar hun mening de verkeersafwikkeling van het plangebied beter kunnen geschieden door middel van een zogenoemde tweerichtingenrijloper in plaats van een smalle eenrichtingenrijloper langs de boulevard die aan de recreatieplas "Gat van Waalre" zal komen te liggen. Tot slot betogen zij dat zij het gerechtvaardigde vertrouwen konden hebben dat de Meerbergschelaan uitsluitend door aanwonenden zou worden gebruikt. Zij wijzen in dit verband op de Gebiedsvisie Waalre-Noord en op de informatiefolder, die Buro Ruimte voor Ruimte en de gemeente hebben verstrekt bij de verkoop van de woningen aan [verzoeker] en anderen, waarin de bewoners is verzekerd dat de Meerbergschelaan alleen door aanwonenden zou worden gebruikt.

2.4. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat de Meerbergschelaan slechts een beperkte rol zal hebben in de ontsluiting van de nieuwe woonwijk, omdat de verkeersafwikkeling via een rotonde op de Onze Lieve Vrouwendijk geschiedt. Slechts een deel van de nieuw te bouwen woonwijk zal via de Meerbergschelaan worden ontsloten. Het gaat hier volgens de raad om ongeveer 30 woningen. De capaciteit van de Meerbergschelaan is hiervoor ruim voldoende. Verder is, ter tegemoetkoming aan de bewoners van de Meerbergschelaan, voorzien in een smalle eenrichtingenrijloper langs de boulevard, terwijl deze eerder als onwenselijk werd beschouwd. Het aanleggen van een tweerichtingenloper is volgens de raad niet wenselijk, omdat deze dan voornamelijk als parkeergelegenheid door bezoekers van de boulevard en de recreatieplas zal worden gebruikt. Met betrekking tot de informatiefolder heeft de raad gesteld dat deze is afgegeven door Buro Ruimte voor Ruimte en niet de raad. Aangezien de raad als enige bevoegd is om het plan vast te stellen, hadden [verzoeker] en anderen aan de folder niet de waarde kunnen ontlenen die zij daaraan wensen toe te kennen.

2.5. Ter zitting heeft de raad gesteld dat niet 30 maar ongeveer 50 woningen worden ontsloten via de Meerbergschelaan, hetgeen tot gevolg heeft dat op deze weg de verkeersintensiteit met grofweg 150 extra verkeersbewegingen per etmaal toeneemt. Hij blijft nog altijd van mening dat de capaciteit van de weg hiervoor ruimschoots voldoende is. Verder is ter zitting gesteld dat de bouwwegen die in het plangebied zullen worden aangelegd, zullen aansluiten op de Heistraat en niet op de Meerbergschelaan. Deze wegen zullen ook na de realisatie van de woningen blijven bestaan, zodat ook via deze wegen de verkeersafwikkeling van het plangebied zal plaatsvinden. [verzoeker] en anderen hebben een en ander niet weersproken. Onder deze omstandigheden heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat niet voor ernstige verkeershinder dan wel andersoortige overlast van het verkeer op de als 30 km/u-weg ingerichte Meerbergschelaan behoeft te worden gevreesd. Voor zover de raad is afgeweken van hetgeen met betrekking tot de ontsluiting is aangegeven in de Gebiedsvisie Waalre-Noord, heeft de raad, gezien het voorgaande, voldoende gemotiveerd waarom hier voor gekozen is.

Verder heeft de raad aannemelijk gemaakt dat wanneer een tweerichtingenrijloper zal worden aangelegd, deze voor parkeren kan worden gebruikt. Hij heeft zich in redelijkheid op het standpunt gesteld dat dit gezien de nabijheid van de boulevard en de landschappelijke inpasbaarheid niet wenselijk is.

Ten aanzien van de toezegging aan [verzoeker] en anderen, overweegt de voorzitter dat de zinsnede in de verkoopbrochure van Ruimte voor Ruimte, inhoudende dat onder meer de straten alleen door aanwonenden zou worden gebruikt, niet een toezegging behelst van een daartoe bevoegd bestuursorgaan, zodat daaraan reds hierom niet de waarde kan worden gehecht die [verzoeker] en anderen daaraan wensen toe te kennen.

2.6. Gezien het bovenstaande dient het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening te worden afgewezen.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, ambtenaar van Staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Van Helvoort

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2010

45-361.