Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BL7802

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-03-2010
Datum publicatie
17-03-2010
Zaaknummer
200906127/1/H2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 maart 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zutphen (hierna: het college) aan de gemeente Zutphen een vergunning (hierna: de kapvergunning) verleend voor het kappen van elf populieren aan de Keucheniusstraat ter hoogte van het zwembad te Zutphen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2010/323 met annotatie van A.T. Marseille
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200906127/1/H2.

Datum uitspraak: 17 maart 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

stichting Bomenstichting Zutphen en omstreken, gevestigd te Zutphen,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 30 juni 2009 in zaak nr. 08/1547 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van Zutphen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 maart 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zutphen (hierna: het college) aan de gemeente Zutphen een vergunning (hierna: de kapvergunning) verleend voor het kappen van elf populieren aan de Keucheniusstraat ter hoogte van het zwembad te Zutphen.

Bij besluit van 7 augustus 2008 heeft het college het daartegen door de stichting Bomenstichting Zutphen en omstreken (hierna: de Bomenstichting Zutphen) gemaakte bezwaar, onder aanvulling van de motivering, ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 30 juni 2009, verzonden op 6 juli 2009, heeft de rechtbank Zutphen (hierna: de rechtbank) het daartegen door de Bomenstichting Zutphen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de Bomenstichting Zutphen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 14 augustus 2009, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het college en de Bomenstichting Zutphen hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 februari 2010, waar de Bomenstichting Zutphen, vertegenwoordigd door mr. F.F. Scheffer, advocaat te Deventer, bijgestaan door [bestuurslid], en het college, vertegenwoordigd door mr. F.M. Kuipers en G.H. Kolenbrander, beiden ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Kapverordening Zutphen 2004 (hierna: de Kapverordening) is het verboden zonder vergunning van het college houtopstand te vellen of te doen vellen.

Ingevolge artikel 8 kan het college de vergunning weigeren op grond van:

a. de natuurwaarde van de houtopstand;

b. de landschappelijke waarde van de houtopstand;

c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;

f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.

2.2. Het college heeft aan het besluit op bezwaar van 7 augustus 2008, waarbij het besluit van 19 maart 2008 is gehandhaafd, ten grondslag gelegd, samengevat weergegeven, dat een boomdeskundige van de gemeente tijdens een visuele inspectie heeft geconstateerd dat de populieren langs de Keucheniusstraat veel dood hout laten vallen en dat deze deskundige daarom heeft geadviseerd de bomen, ter waarborging van de veiligheid van de weggebruiker, te kappen. Het college heeft bij het besluit van 7 augustus 2008 aan de kapvergunning de verplichting verbonden dat ter plaatse tien essen moeten worden herplant en daarin vermeld dat een ander gedeelte van de Keucheniusstraat al met deze boomsoort is beplant.

Het college heeft in hoger beroep een in zijn opdracht door Cobra boomadviseurs B.V. (hierna: Cobra) opgesteld advies 'Beoordeling elf populieren Keucheniusstraat Zutphen' (hierna: het Cobra-advies) van 18 januari 2010 overgelegd. Daarin is vermeld, samengevat weergegeven, dat de populieren naar schatting 55 jaar oud zijn en vrijwel allemaal symptomen van aftakeling vertonen, bestaande uit het uitzakken van takken, veelvuldig uitbreken van takken en een verminderde conditie van de bomen. De bomen hebben volgens Cobra een biologische levensverwachting van meer dan tien jaar, maar gezien de gebreken en risico's een beheertechnische levensverwachting van minder dan vijf jaar. Volgens het Cobra-advies is het risico op letsel en schade aan weggebruikers in de directe omgeving van de bomen hoog. Cobra heeft geadviseerd de populieren te kappen.

2.3. De Bomenstichting Zutphen heeft in bezwaar een door de landelijk Bomenstichting opgesteld advies 'Beoordeling kapplan populieren Zutphen' overgelegd. Daarin is vermeld, samengevat weergegeven, dat de populieren in een brede berm op ruime afstand van de weg staan en weliswaar achterstallig onderhoud hebben, maar met vakkundig onderhoud naar schatting nog veertig jaar kunnen worden behouden. Volgens het advies is takbreukgevoeligheid een kenmerk van populieren en daarom onvoldoende reden om de bomen te kappen.

In reactie op het Cobra-advies heeft de Bomenstichting Zutphen in hoger beroep een reactie overgelegd van de landelijke Bomenstichting, waarin deze haar eerdere advies handhaaft. De Bomenstichting Zutphen stelt in haar eigen reactie op het Cobra-advies dat daaruit niet volgt dat de bomen gekapt moeten worden, omdat dit advies onvoldoende is gemotiveerd en Cobra niet heeft onderzocht op welke wijze de bomen kunnen worden behouden.

2.4. De Bomenstichting Zutphen betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college het besluit van 7 augustus 2008 onvoldoende heeft gemotiveerd en daaraan een onvolledige belangenafweging ten grondslag heeft gelegd. Zij voert aan, samengevat weergegeven, dat het college voor de inspectie van de bomen ten onrechte geen gebruik heeft gemaakt van de "Visual Tree Assessment" (VTA)-methode en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de bomen een matige gezondheid hebben. Volgens de Bomenstichting Zutphen zijn de populieren grote beeldbepalende bomen die intrinsiek gezond zijn en met voldoende onderhoud en een jaarlijkse inspectie nog dertig tot veertig jaar meekunnen. Het college heeft volgens de Bomenstichting Zutphen de gezondheidstoestand van de individuele bomen niet onderzocht en daarom onvoldoende gemotiveerd dat de gezondheid van de bomen matig is. Volgens de Bomenstichting Zutphen heeft het college verder het beeldbepalende karakter van de bomen onvoldoende meegewogen bij de belangenafweging. De Bomenstichting Zutphen voert voorts aan, samengevat weergegeven, dat handhaven van de populieren geen gevaar oplevert voor het verkeer op de Keucheniusstraat. Zij stelt dat de populieren in een berm van tien meter breed, op een afstand van acht meter langs die straat staan en dat de kroon van de bomen een doorsnede heeft van ongeveer vijftien meter. De rechtbank heeft dit aspect volgens de Bomenstichting Zutphen onvoldoende bij haar oordeel betrokken. Volgens de Bomenstichting Zutphen staan op veel plaatsen populieren van ongeveer veertig jaar oud langs wegen zonder dat dit gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid. Zij wijst erop dat nabij de Keucheniusstraat, langs de vijver, ook populieren staan met daaronder een fietspad, zonder dat sprake is van gevaar voor fietsers.

2.4.1. Het betoog faalt. Daarbij neem de Afdeling in aanmerking dat een boomdeskundige van de gemeente op basis van een visuele inspectie heeft geadviseerd de populieren te kappen, omdat deze bomen van matige kwaliteit zijn, door ouderdom zijn aangetast en wegens risico op takbreuk gevaar opleveren voor weggebruikers op de Keucheniusstraat. Dit advies is bevestigd in het Cobra-advies. De Bomenstichting Zutphen heeft niet aannemelijk gemaakt dat die adviezen onjuist zijn. Ter zitting is voorts van de zijde van de gemeente toegelicht dat de populieren tussen de één en negen meter vanaf de Keucheniusstraat staan en dat de takken van die bomen over die straat hangen, waardoor gevaar voor het wegverkeer bestaat.

Het college heeft aan het belang van de verkeersveiligheid op de Keucheniusstraat een groter gewicht kunnen hechten dan aan het belang van de beeldbepalende waarde van de rij populieren. Het college heeft daarom in redelijkheid de kapvergunning kunnen verlenen. De rechtbank is tot hetzelfde oordeel gekomen.

2.5. De Bomenstichting Zutphen betoogt voorts dat de rechtbank ten onrechte het besluit van 7 augustus 2008 niet heeft vernietigd, omdat aan de kapvergunning geen plicht om nieuwe bomen te planten is verbonden. Zij voert aan, samengevat weergegeven, dat de rechtbank heeft overwogen in de verleende vergunning geen verplichting tot herplant te kunnen ontdekken. Volgens de Bomenstichting Zutphen had de rechtbank niet op grond van een toezegging van het college dat tien nieuwe essen zullen worden herplant, aan dit gebrek in het besluit voorbij mogen gaan.

2.5.1. In de aanvraag om kapvergunning is vermeld dat tien essen (Fraxinus excelsior 'Weshofs Glorie') zullen worden herplant. In het besluit van 19 maart 2008 is vermeld dat de bomen worden vervangen door tien essen. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat hierin geen verplichting tot herplant valt te lezen. Zoals is vermeld in 2.2 heeft het college echter bij het besluit van 7 augustus 2008 aan de kapvergunning de verplichting verbonden dat tien essen moeten worden herplant.

Het betoog faalt.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H. Oranje, ambtenaar van Staat.

w.g. Bijloos w.g. Oranje

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 maart 2010

507.