Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BL7788

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-03-2010
Datum publicatie
17-03-2010
Zaaknummer
200906126/1/H1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 juni 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Raalte (hierna: het college) [appellante] gelast om het zonder bouwvergunning op het perceel [locatie] te [plaats], gemeente Raalte (hierna: het perceel) opgerichte bouwwerk te verwijderen en verwijderd te houden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200906126/1/H1.

Datum uitspraak: 17 maart 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats], gemeente Raalte,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 12 augustus 2009 in zaak nr. 08/2164 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van Raalte.

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 juni 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Raalte (hierna: het college) [appellante] gelast om het zonder bouwvergunning op het perceel [locatie] te [plaats], gemeente Raalte (hierna: het perceel) opgerichte bouwwerk te verwijderen en verwijderd te houden.

Bij besluit van 10 november 2008 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 12 augustus 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad (hierna: de rechtbank) het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 augustus 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 9 september 2009.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 februari 2010, waar het college, vertegenwoordigd door P.B.M. Droste, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het besluit van 24 juni 2008 aan haar [echtgenoot] is gericht, terwijl het besluit van 10 november 2008 aan haar is geadresseerd.

2.1.1. Het college heeft de last aan [echtgenoot] als eigenaar van het perceel opgelegd. [appellante], gebruiker van het bouwwerk, waar de last op ziet, kon als belanghebbende bij dat besluit daartegen bezwaar maken. Bij het op het door haar gemaakte bezwaar genomen besluit is de aan de last verbonden begunstigingstermijn verlengd. De rechtbank heeft met juistheid daarin geen nieuwe, nu aan haar opgelegde, last gelezen.

Het betoog faalt.

2.2. [appellante] heeft verder hetgeen zij in bezwaar en beroep naar voren heeft gebracht herhaald en ingelast in het hoger beroepschrift. Zij heeft aldus niet betoogd, dat en waarom de aangevallen uitspraak ter zake van die punten onjuist is. Het aangevoerde kan daarom niet tot vernietiging van die uitspraak leiden.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Van Heusden

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 maart 2010

163-642.