Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BL7739

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-03-2010
Datum publicatie
17-03-2010
Zaaknummer
200908097/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 augustus 2009, nr. 10, heeft de raad van de gemeente De Marne (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Leens - Winkelcentrum Centrum-1" (hierna: het plan) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200908097/2/R1.

Datum uitspraak: 10 maart 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats], gemeente De Marne, handelend onder de naam [bedrijf], en anderen,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente De Marne,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 25 augustus 2009, nr. 10, heeft de raad van de gemeente De Marne (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Leens - Winkelcentrum Centrum-1" (hierna: het plan) vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [verzoeker] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 oktober 2009, beroep ingesteld. Tevens hebben zij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De raad heeft bij zijn verweerschrift gevoegd een bijlage 2 (Quickscan exploitatieverkenning van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PAS B.V. van 8 augustus 2007), een bijlage 3 (Taxatierapport […] van 25 juni 2009) en een bijlage 4 (een brief van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid […] inzake toerekening infrastructuur aan ontwikkelaar met bijlagen van 25 juni 2009). Daarbij heeft hij voor deze stukken verzocht om geheimhouding, als bedoeld in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Bij beslissing van 20 januari 2010 heeft een andere kamer van de Afdeling het verzoek om geheimhouding ten aanzien van bijlagen 2 en 3 ingewilligd en ten aanzien van bijlage 4 gedeeltelijk ingewilligd. De betrokken partijen is gevraagd om toestemming om mede op grondslag van de geheim te houden informatie in de bijlagen 2, 3 en 4 uitspraak te doen.

[verzoeker] en anderen hebben toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb.

[verzoeker] en anderen hebben nadere stukken ingebracht.

De raad heeft bij brief van 22 januari 2010 het deel van bijlage 4 voor zover het verzoek om geheimhouding niet is ingewilligd opnieuw toegezonden met de mededeling dat het verzoek om geheimhouding als bedoeld in artikel 8:29 van de Awb zich daar niet meer over uitstrekt.

De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 januari 2010, waar [verzoeker] en anderen in persoon en bijgestaan door mr. J.P. Hoegee en mr. E.W.F. Schothanus, beiden advocaat te Nijmegen, en de raad, vertegenwoordigd door mr. W.R. van der Velde, advocaat te Groningen, en H.A.J. Dijkstra, ambtenaar in dienst van de gemeente De Marne, zijn verschenen. [partij] is, met kennisgeving, niet verschenen ter zitting.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan voorziet in een planologische regeling voor een nieuwe winkelconcentratie aan de Hoofdstraat en omgeving in Leens (hierna: de winkelconcentratie).

2.3. Bij uitspraak van 10 juni 2009, zaaknr. 200808122/1/R3, heeft de Afdeling het besluit van de raad betreffende de vaststelling van het bestemmingsplan "Leens-Winkelcentrum" vernietigd voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Centrum-1". Het beroep van onder meer [verzoeker] is bij die uitspraak gegrond verklaard omdat onvoldoende inzicht was geboden in de financiële uitvoerbaarheid van voornoemd plandeel. Met het onderhavige plan wordt beoogd in een nieuwe planologische regeling voor dit plandeel te voorzien.

2.4. [verzoeker] en anderen betogen allereerst opnieuw dat het plan leidt tot een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau in de gemeente De Marne.

2.4.1. Dit betoog kan niet tot inwilliging van het verzoek leiden. In voornoemde uitspraak van 10 juni 2009 heeft de Afdeling reeds geoordeeld dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat voor een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau door de komst van twee nieuwe supermarkten in Leens niet behoeft te worden gevreesd en is het beroep in zoverre ongegrond verklaard.

[verzoeker] en anderen hebben geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden, die zich na de eerdere uitspraak hebben voorgedaan, aangevoerd op grond waarvan moet worden geoordeeld dat niet meer kan worden uitgegaan van hetgeen in de voormelde uitspraak van de Afdeling ten aanzien van de duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau is overwogen. Het feit dat thans ook andere appellanten deelnemen aan de procedure betreft geen nieuw feit. Het thans overgelegde rapport Kruisweg Eenrum, Ulrum en Zoutkamp 2009: "Hoe lang moet ik in de toekomst reizen voor mijn dagelijkse boodschappen?" van 24 november 2009 van Adviesburo Kardol bevat geen nieuwe feiten en omstandigheden, die niet ook reeds in de vorige procedure aan de orde waren of konden komen, omdat de aan het rapport ten grondslag gelegde relevante feiten en omstandigheden niet zijn gewijzigd.

2.5. [verzoeker] en anderen betogen voorts dat de financiële uitvoerbaarheid van het plan nog altijd onzeker is en dat de raad de uitspraak van de Afdeling op dit punt niet in acht heeft genomen. Daartoe voeren zij aan dat het vermoeden van ongeoorloofde staatssteun nog altijd niet is weggenomen, nu wederom niet is gebleken dat bij de verkoop van de gronden aan Leyten een taxatie van de waarde van deze gronden heeft plaatsgevonden, zoals de Mededeling van de Commissie betreffende staatssteunelementen bij de verkoop van gronden en gebouwen door openbare instanties (PbEG 1997, C 209, blz. 3-5) (hierna: de Mededeling) die in geval sprake is van verkoop zonder onvoorwaardelijke biedprocedure voorschrijft. Met het laten uitbrengen van een nieuw taxatierapport, van de inhoud waarvan zij geen kennis hebben kunnen nemen, handelt de raad volgens [verzoeker] en anderen opnieuw in strijd met de Mededeling, nu deze taxatie niet voorafgaande aan de verkooponderhandelingen is verricht. Daarbij stellen [verzoeker] en anderen zich op het standpunt dat indien niet vóór de verkooponderhandelingen een taxatierapport is opgemaakt, een vermoeden van staatssteun slechts kan worden weggenomen indien een melding bij de Europese Commissie plaatsvindt en daarvan is in dit geval geen sprake.

Bovendien is nog altijd niet duidelijk of alle subsidies zonder welke het plan niet kan worden gerealiseerd inmiddels zijn verkregen en ontbreekt nog altijd een nadere onderbouwing van de verklaring dat de projectontwikkelaar bereid is het project tegen hogere kosten uit te voeren, aldus [verzoeker] en anderen.

2.5.1. In de toelichting bij het plan staat omtrent de grondwaarde vermeld dat per rapport van 8 augustus 2007 de aan de ontwikkelaar te verkopen grond is getaxeerd door bureau PAS te Veendam en dat de verkoopwaarde hierbij werd bepaald op 3,3 tot 3,5 miljoen euro. Voorts staat in de plantoelichting dat zekerheidshalve ten behoeve van het nieuwe bestemmingsplan Leens winkelcentrum Centrum - I een taxatierapport is opgesteld, waarbij de grondwaarde uitkomt op circa 2 miljoen euro. Het verschil met het eerdere rapport zit in de toerekening van kosten openbare ruimte die separaat berekend zijn. De aan de ontwikkelaar doorgerekende investeringen, die de gemeente heeft moeten maken in de openbare ruimte, zijn berekend door […], het ingenieursbureau dat in opdracht van de gemeente de bestekken heeft gemaakt voor het bouw- en woonrijpmaken van de openbare ruimte, aldus de plantoelichting.

2.5.2. Anders dan in de vorige procedure heeft de voorzitter, nu door partijen daarvoor toestemming is verleend, thans wel inzage gehad in de notitie betreffende een quickscan exploitatieverkenning van PAS B.V. , Consultancy & Interim van 8 augustus 2007. Tevens is kennis genomen van het Taxatierapport […] van 25 juni 2009, uitgebracht door twee bij de Nederlandse Vereniging van Makelaars NVM ingeschreven bedrijfsmakelaars, gevestigd te Winsum, respectievelijk Groningen, en van de onderliggende gegevens van […] over de toerekening aan de ontwikkelaar van de kosten van de openbare voorzieningen.

De beoordeling van de vraag of de Quickscan kan worden aangemerkt als een taxatie in de zin van de Mededeling door een onafhankelijke taxateur van onroerend goed, die voldoet aan de criteria van de Mededeling, waarbij de marktwaarde van de grond voorafgaande aan de verkooponderhandelingen is vastgesteld op grond van algemeen aanvaarde marktindicaties en taxatiecriteria, leent zich niet goed voor een voorlopige voorzieningenprocedure. De beoordeling van het door [verzoeker] en anderen in dit verband gehouden betoog dat indien de taxatie niet overeenkomstig de vereisten van de Mededeling is verricht vóór de verkooponderhandelingen een vermoeden van staatssteun alleen kan worden weggenomen door een melding bij de Europese Commissie te doen en niet door een taxatie achteraf te laten verrichten, leent zich ook niet goed voor een voorlopige voorzieningenprocedure. Deze procedure leent zich evenmin voor een diepgaand onderzoek naar het antwoord op de vraag of de kosten van (openbare) voorzieningen die worden toegerekend aan de winkelconcentratie en die in het taxatierapport van PAS niet separaat zijn berekend, wel deel hebben uitgemaakt van de door PAS getaxeerde verkoopwaarde van de grond. Dit dient door de Afdeling in de bodemprocedure te worden onderzocht.

2.6. Gelet op het vorenstaande en teneinde te voorkomen dat de inwerkingtreding van het plan tot onomkeerbare gevolgen leidt, wordt aanleiding gezien het verzoek om schorsing in te willigen. Daarbij zal worden bevorderd dat de bodemzaak door de Afdeling binnen afzienbare tijd zal worden behandeld.

2.7. De raad dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente De Marne van 25 augustus 2009, nr. 10;

II. veroordeelt de raad van de gemeente De Marne tot vergoeding van bij [verzoeker] en anderen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III. gelast dat de raad van de gemeente De Marne het door [verzoeker] en anderen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 297 (zegge: tweehonderdzevenennegentig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, ambtenaar van Staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Ouwehand

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2010

224