Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BL7718

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-03-2010
Datum publicatie
17-03-2010
Zaaknummer
200905408/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 mei 2009 heeft de raad van de gemeente Zwartewaterland het bestemmingsplan "Binnen de Veste" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200905408/2/R3.

Datum uitspraak: 9 maart 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoekers], allen wonend te [woonplaats], gemeente Zwartewaterland,

en

de raad van de gemeente Zwartewaterland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 mei 2009 heeft de raad van de gemeente Zwartewaterland het bestemmingsplan "Binnen de Veste" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 augustus 2009, beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 22 februari 2010, waar [verzoekers], van wie [verzoeker], bijgestaan door [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door drs. M.R. Pot en D.T. van der Zwaag, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het verzoek van [verzoekers] richt zich tegen de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeren in het groen (sv-pig)' die rust op de drie plandelen met de bestemming "Groen (G)" aan de Van Nahuyskade te Hasselt. Zij verzoeken om het plan op dit punt te schorsen, onder meer omdat de behoefte aan het gebruik van de gehele groenstrook voor parkeerplaatsen volgens hen ontbreekt.

2.3. De gemeente is eigenaresse van de gronden waarop de aanduiding rust waarop het verzoek betrekking heeft. Ter zitting heeft het gemeentebestuur verklaard dat het ten aanzien van deze gronden geen verzoek om verlening van een aanlegvergunning voor het aanbrengen van oppervlakteverhardingen in procedure zal brengen en dat evenmin andere werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van parkeerplaatsen zullen worden uitgevoerd voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Gelet hierop is de voorzitter van oordeel dat een spoedeisend belang tot het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt. Het verzoek daartoe wordt afgewezen.

De voorzitter wijst erop dat, mocht hangende het beroep toch aanvang worden gemaakt met de aanleg van parkeerplaatsen, [verzoekers] opnieuw een verzoek om voorlopige voorziening kunnen indienen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, ambtenaar van Staat.

w.g. Bartel w.g. Lap

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2010

288-618.