Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BL6246

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-03-2010
Datum publicatie
03-03-2010
Zaaknummer
200904941/1/H1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 februari 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roerdalen (hierna: het college) [appellant], [locatie] te [plaats], diverse lasten onder dwangsom opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200904941/1/H1.

Datum uitspraak: 3 maart 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 29 mei 2009

in zaak nr. 09/594 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Roerdalen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 26 februari 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roerdalen (hierna: het college) [appellant], [locatie] te [plaats], diverse lasten onder dwangsom opgelegd.

Bij besluit van 28 oktober 2008 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 29 mei 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Roermond (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 juli 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 6 augustus 2009.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 februari 2010, waar [appellant], bijgestaan door M.G. Rosenbrand, en het college, vertegenwoordigd door M. Heijnen, werkzaam bij de gemeente, en mr. M. BrĂ¼ll, advocaat te Helmond, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken.

2.2. Anders dan [appellant] betoogd is de rechtbank op goede gronden tot het juiste oordeel gekomen dat [appellant] niet binnen de termijn van zes weken beroep heeft ingesteld en dat niet is gebleken van een verschoonbare termijnoverschrijding.

2.3. Hetgeen [appellant] verder heeft aangevoerd biedt evenmin aanknopingspunten voor een ander oordeel dan dat van de rechtbank.

2.4. De aangevoerde gronden falen. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A.A.M. Boot, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Boot

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2010

202.