Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BL6208

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-03-2010
Datum publicatie
03-03-2010
Zaaknummer
200905196/1/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 mei 2009 heeft de burgemeester van Heerhugowaard (hierna: de burgemeester) aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Waerdse Tempel Exploitatie B.V. (hierna: de Waerdse Tempel) vergunning verleend voor het organiseren van het evenement 'Luna Pop festival' voor maximaal 3.000 bezoekers op zondag 7 juni 2009 van 13.00 uur tot 22.00 uur op het buitenterrein van de Waerdse Tempel, Strand van Luna 1 te Heerhugowaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Milieurecht Totaal 2010/791
JOM 2010/404
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200905196/1/H3.

Datum uitspraak: 3 maart 2010.

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], beiden wonend te Heerhugowaard,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar van 5 juni 2009 in zaak nrs. 09/1347 en 09/1348 in het geding tussen:

[appellanten]

en

de burgemeester van Heerhugowaard.

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 mei 2009 heeft de burgemeester van Heerhugowaard (hierna: de burgemeester) aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Waerdse Tempel Exploitatie B.V. (hierna: de Waerdse Tempel) vergunning verleend voor het organiseren van het evenement 'Luna Pop festival' voor maximaal 3.000 bezoekers op zondag 7 juni 2009 van 13.00 uur tot 22.00 uur op het buitenterrein van de Waerdse Tempel, Strand van Luna 1 te Heerhugowaard.

Bij uitspraak van 5 juni 2009, verzonden op 10 juni 2009, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar (hierna: de voorzieningenrechter), voor zover thans van belang, het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 14 juli 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brieven van 28 oktober 2009 en 4 januari 2010.

De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 januari 2010, waar [appellanten], in persoon, en de burgemeester, vertegenwoordigd door J. Christiaans, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1.4, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Heerhugowaard (hierna: de APV) kunnen aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

Ingevolge artikel 2.2.2, eerste lid, is het verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

Ingevolge het tweede lid kan de vergunning worden geweigerd in het belang van:

a. de openbare orde;

b. het voorkomen of beperken van overlast;

c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen;

d. de zedelijkheid of gezondheid.

2.2. Voorop gesteld wordt dat de burgemeester de aanvraag om een evenementenvergunning aan de hand van de in artikel 2.2.2, tweede lid, van de APV limitatief opgesomde weigeringsgronden diende te beoordelen.

Gelet op dit beoordelingskader kan in dit geding niet aan de orde komen of de Waerdse Tempel milieuvergunningplichtig is, omdat die vergunning geen voorwaarde is voor het verlenen van een evenementenvergunning. Ook de vraag of de evenementenvergunning strookt met de structuurvisie 'Herziening structuurplan Heerhugowaard-Zuid' van 24 februari 2009 blijft om deze reden buiten beschouwing.

2.3. [appellanten] betogen dat de voorzieningenrechter met het oordeel dat het 'Luna Pop festival' een incidenteel plaatsvindende activiteit is, heeft miskend dat in 2009 in het betrokken gebied meer dan de op grond van het evenementenbeleid toegestane zes grote evenementen plaatshebben. Zij stellen dat de burgemeester enige van deze evenementen ten onrechte niet als een groot evenement heeft aangemerkt.

2.3.1. Op grond van het evenementenbeleid van Heerhugowaard, neergelegd in de notitie 'Evenementen in goede harmonie', door de gemeenteraad vastgesteld op 30 oktober 2007 en door de burgemeester als beleid gehanteerd, worden in het recreatiegebied Park van Luna jaarlijks maximaal zes grote evenementen toegestaan. Volgens de notitie wordt onder een groot evenement in ieder geval verstaan een evenement waar de burgemeester meer dan 500 bezoekers dan wel deelnemers verwacht alsmede onder andere muziekevenementen/festiviteiten met muziek of sportevenementen waarbij versterkte muziek ten gehore wordt gebracht. Uitgangspunt bij het evenementenbeleid is dat aan de Waerdse Tempel per jaar maximaal drie vergunningen voor het organiseren van een groot evenement in het Park van Luna worden verstrekt. Wanneer geen andere organisatoren zich voor het organiseren van een groot evenement in dit gebied melden, heeft de Waerdse Tempel de mogelijkheid meer van deze evenementen te organiseren. In een evenementenkalender wordt bekendgemaakt welke evenementen op een bepaald terrein zullen plaatsvinden. De gemachtigde van de burgemeester heeft ter zitting bij de Afdeling uitleg gegeven over de verschillende in het hogerberoepschrift genoemde evenementen die volgens de evenementenkalender in 2009 in het Park van Luna worden georganiseerd en die volgens [appellanten] alle grote evenementen zijn. Hierbij heeft de gemachtigde onweersproken gesteld dat rechtens onaantastbaar is komen vast te staan dat het 'Skefe Luna Beach soccer'-festival geen groot evenement als bedoeld in het evenementenbeleid is. Voorts heeft de gemachtigde verklaard dat het festival 'Sterren van Hollandia' onderdeel uitmaakt van een samenhangend meerdaags evenement, dat als één groot evenement wordt beschouwd. De Afdeling acht met deze uitleg aannemelijk gemaakt dat in het betrokken gebied in 2009 niet meer dan zes grote evenementen hebben plaatsgevonden. Het betoog van [appellanten] mist derhalve feitelijke grondslag.

2.4. [appellanten] betogen voorts dat de voorzieningenrechter met het oordeel dat geen grond bestaat voor de veronderstelling dat de aan de verleende vergunning verbonden geluidsvoorschriften zullen worden overtreden, eraan is voorbijgegaan dat de met de vergunning toegestane maximale geluidswaarden volgens de nota 'Evenementen met een luidruchtig karakter' van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de VROM-Inspectie), van januari 1996, ernstige overlast voor omwonenden opleveren.

2.4.1. Het betoog faalt. In de nota van de VROM-Inspectie is, gelet op het algemeen maatschappelijk of cultureel belang dat met grootschalige evenementen wordt gediend, een geluidsbelasting vanwege de evenementen van 70 à 75 dB(A) in de dag- en avondperiode als toelaatbaar aangemerkt.

De burgemeester heeft dan ook in redelijkheid geluidgrenswaarden van onderscheidenlijk 70 dB(A) voor de dagperiode tussen 13.00 en 19.00 uur en 65 dB(A) voor de avondperiode tussen 19.00 en 22.00 uur aan de onderhavige vergunning kunnen verbinden. Daarbij geldt dat, zoals de voorzieningenrechter met juistheid heeft overwogen, onder meer naar aanleiding van de door [appellanten] ingediende zienswijzen, het muzikale gedeelte van het evenement, dat oorspronkelijk buiten zou plaatsvinden, naar binnen is verplaatst. Reeds hierom kan het betoog van [appellanten] dat uit een rapport van de firma dBControl van 29 september 2008 volgt dat bij muziekevenementen die buiten plaatshebben de in het evenementenbeleid opgenomen geluidsnormering onder druk staat, niet slagen.

De voorzieningenrechter is derhalve terecht tot het oordeel gekomen dat de burgemeester de evenementenvergunning in redelijkheid aan de Waerdse Tempel kon verlenen. Dat, zoals [appellanten] betogen, het gemeentebestuur als subsidiegever aan de Waerdse Tempel belang heeft bij een goedlopende exploitatie van de inrichting, kan, wat daarvan ook zij, niet leiden tot het oordeel dat deze omstandigheid voor de burgemeester redengevend is geweest voor de verlening van de vergunning.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. S.F.M. Wortmann en mr. D. Roemers, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Altena w.g. Klein

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2010.

97-598.