Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BL6190

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-02-2010
Datum publicatie
03-03-2010
Zaaknummer
200906961/2/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 september 2008 heeft verzoeker (hierna: het college) een verzoek van [wederpartij] om openbaarmaking van informatie gedeeltelijk afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200906961/2/H3.

Datum uitspraak: 24 februari 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de

Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), hangende de hoger beroepen van onder meer:

het college van gedeputeerde staten van Flevoland,

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle van 10 augustus 2009 in zaak nr. 08/2114 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te [woonplaats],

en

verzoeker.

1. Procesverloop

Bij besluit van 4 september 2008 heeft verzoeker (hierna: het college) een verzoek van [wederpartij] om openbaarmaking van informatie gedeeltelijk afgewezen.

Bij besluit van 4 november 2008 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, voor zover het de motivering betreft en voor het overige ongegrond.

Bij uitspraak van 10 augustus 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Zwolle (hierna: de rechtbank) het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat het college met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen opnieuw op het gemaakte bezwaar beslist.

Tegen deze uitspraak heeft onder meer het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 september 2009, hoger beroep ingesteld. Voorts heeft het bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 januari 2010, de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 februari 2010, waar het college, vertegenwoordigd door mr. drs. M.M.H. Brinke-Schulte, advocaat te Lelystad, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat het college in afwachting van de uitspraak op de ingestelde hoger beroepen niet opnieuw op het door [wederpartij] gemaakte bezwaar hoeft te beslissen.

Uitvoering geven aan de uitspraak van de rechtbank kan tot onomkeerbare gevolgen leiden. Gelet op de overwegingen ervan, kan dat meebrengen dat het college gegevens openbaar maakt, waarvan het openbaarmaking heeft geweigerd. Dit kan niet ongedaan worden gemaakt. Niet op voorhand is buiten twijfel dat het door het college ingestelde hoger beroep ongegrond zal worden verklaard, althans dat uiteindelijk zal blijken dat het college onverkort aan het verzoek van [wederpartij] tegemoet moest komen. De zaak zal op 6 april 2010 ter zitting worden behandeld. Gelet op het vorenstaande en op de betrokken belangen, waarbij niet is gebleken van gewichtige belangen van de zijde van [wederpartij] die zich tegen toewijzing van het verzoek verzetten, ziet de voorzitter aanleiding na te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat het college van gedeputeerde staten van Flevoland geen nieuw besluit op het bezwaar van [wederpartij] hoeft te nemen, voordat de Afdeling op de hoger beroepen heeft beslist.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van der Smissen, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Van der Smissen

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2010

419.