Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BL5989

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-02-2010
Datum publicatie
01-03-2010
Zaaknummer
201001837/2/V3
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vovo / toewijzing / minderjarige / ontbreken voogdijvoorzieningen in Malta / interim measures / uitzetting op korte termijn

De vreemdeling, die minderjarig is, heeft in het kader van zijn verzoek om voorlopige voorziening, gelezen in samenhang met het door hem ingediende hoger-beroepschrift, onder meer gewezen op het ontbreken van voogdijvoorzieningen in Malta en op een tweetal door de president van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens getroffen interim measures, waaronder één in een Nederlandse zaak.

Nu aan de vreemdeling bovendien is aangekondigd dat hij op zeer korte termijn zal worden uitgezet ziet de voorzitter aanleiding het verzoek toe te wijzen. Daarbij is in aanmerking genomen dat ambtshalve tot opheffing of wijziging van de te treffen voorlopige voorziening kan worden overgegaan en dat met het oog daarop partijen worden uitgenodigd om op dinsdag 2 maart 2010 te 14.00 uur op een zitting bij de voorzitter te verschijnen.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 8:81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JV 2010/154
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201001837/2/V3.

Datum uitspraak: 23 februari 2010

Raad van State

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Zwolle, van 18 februari 2010 in zaak nrs. 09/44573 en 09/44574 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

de staatssecretaris van Justitie.

1. Procesverloop

Bij besluit van 1 december 2009 heeft de staatssecretaris van Justitie (hierna: de staatssecretaris) een aanvraag van [de vreemdeling] (hierna: de vreemdeling) om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.

Bij uitspraak van 18 februari 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Zwolle, voor zover thans van belang, het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 19 februari 2010, hoger beroep ingesteld.

Voorts heeft de vreemdeling de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

2. Overwegingen

2.1. Het verzoek is er op gericht te voorkomen dat de vreemdeling wordt uitgezet gedurende de behandeling van het ingestelde hoger beroep.

2.2. De vreemdeling, die minderjarig is, heeft in het kader van zijn verzoek om voorlopige voorziening, gelezen in samenhang met het door hem ingediende hoger-beroepschrift, onder meer gewezen op het ontbreken van voogdijvoorzieningen in Malta en op een tweetal door de president van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens getroffen interim measures, waaronder één in een Nederlandse zaak.

Nu aan de vreemdeling bovendien is aangekondigd dat hij op zeer korte termijn zal worden uitgezet ziet de voorzitter aanleiding het verzoek toe te wijzen. Daarbij is in aanmerking genomen dat ambtshalve tot opheffing of wijziging van de te treffen voorlopige voorziening kan worden overgegaan en dat met het oog daarop partijen worden uitgenodigd om op dinsdag 2 maart 2010 te 14.00 uur op een zitting bij de voorzitter te verschijnen.

2.3. De staatssecretaris dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. treft de voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist;

II. veroordeelt de staatssecretaris van Justitie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,00 (zegge: vierhonderdzevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H. Vonk, ambtenaar van Staat.

w.g. Claessens

voorzitter

w.g. Vonk

ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2010

345.

Verzonden: 23 februari 2010

Voor eensluidend afschrift,

de secretaris van de Raad van State,

mr. H.H.C. Visser