Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BL4124

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-02-2010
Datum publicatie
17-02-2010
Zaaknummer
200902684/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 februari 2009, kenmerk 2008-016153, heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Bronckhorst (hierna: de raad) bij besluit van 28 augustus 2008 vastgestelde bestemmingsplan "De Bleek Vorden".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200902684/1/R2.

Datum uitspraak: 17 februari 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 20 februari 2009, kenmerk 2008-016153, heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Bronckhorst (hierna: de raad) bij besluit van 28 augustus 2008 vastgestelde bestemmingsplan "De Bleek Vorden".

Tegen dit besluit hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 14 april 2009, beroep ingesteld.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 januari 2010, waar [appellanten], vertegenwoordigd door ing. G.J. Pelgrum, en het college, vertegenwoordigd door P.G.A.L. Evers, ambtenaar in dienst van de provincie, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting de raad, vertegenwoordigd door mr. G.H. Knoef-Vruggink, ambtenaar in dienst van de gemeente, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO), gelezen in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht, rust op het college de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen - te onderzoeken of het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij dient het college rekening te houden met de aan de raad toekomende vrijheid om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Daarnaast heeft het college erop toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

2.2. Het plan voorziet in de aanleg van een parkeervoorziening aan de zuidzijde van de Bleek te Vorden, de aanleg van groenvoorzieningen en de versterking van de ecologische verbindingszone langs de noordelijke oever van de Vordense Beek. Onder het vorige plan had het plangebied in hoofdzaak de bestemming "Groene dorpsruimte I". Deze bestemming liet onder andere volkstuinen, speeldoeleinden, groenvoorzieningen, agrarisch grondgebruik en ontsluitende voet- en fietspaden toe.

2.3. [appellanten] richten zich tegen de goedkeuring van het plandeel met de bestemmingen "Verkeer (V)" en "Groen (G)", dat betrekking heeft op hun perceel binnen het plangebied (hierna: het perceel) en vooral tegen de parkeervoorziening.

[appellanten] stellen dat zij onevenredig in hun belangen worden geschaad en dat de gemeente Bronckhorst in het verleden diverse kansen heeft laten liggen om een parkeervoorziening op andere percelen mogelijk te maken, onder meer door het doorverkopen van gronden die de gemeente van hun rechtsvoorgangers had gekocht.

Voorts voeren zij aan dat de uitgangspunten uit de "Centrumvisie Vorden, nota van uitgangspunten" september 2003 (hierna: de Centrumvisie), die aan het plan ten grondslag liggen, niet meer actueel zijn.

Bovendien voeren zij aan dat er voldoende andere mogelijkheden zijn voor het plangebied, die beter aansluiten op bestaand gebruik en die ook beter zijn voor de ontwikkeling van nieuwe natuur. Zo zou aan hun wensen worden voldaan en wordt tevens het huidige minder fraaie uitzicht op de centrumbebouwing weggenomen.

2.4. Het college stelt zich op het standpunt dat het door de gemeente gevoerde grondbeleid geen toetsingsgrond vormt in het kader van de goedkeuring van een bestemmingsplan. De Centrumvisie is volgens het college wel een toetsingsgrond, nu het plan een concrete uitwerking hiervan betreft. Het college heeft de Centrumvisie destijds van positief advies voorzien. Voorts stelt het college zich met de raad op het standpunt dat het plangebied geen geschikte locatie is voor een woonbestemming of een combinatie van wonen en werken.

2.5. De omstandigheid dat, zoals gesteld door [appellanten], de gemeente Bronckhorst in het verleden diverse kansen zou hebben laten liggen om in een oplossing van de parkeerproblemen te voorzien, kan in deze procedure niet aan de orde komen, en eveneens niet de in het verleden uitgevoerde grondtransacties. Thans staat slechts de aanvaardbaarheid van het voorliggende plan ter beoordeling.

2.5.1. Blijkens de plantoelichting ligt de Centrumvisie ten grondslag aan het plan. [appellanten] hebben niet aannemelijk gemaakt dat de uitgangspunten van de Centrumvisie niet meer actueel zouden zijn. Als reden om dit aan te nemen hebben zij uitsluitend het tijdsverloop tussen het vaststellen van de Centrumvisie en het vaststellen van het plan gegeven.

In de Centrumvisie is uiteengezet dat het centrumgebied een meer verkeersluw karakter dient te krijgen en dat daar alleen nog gelegenheid voor kort parkeren zal zijn. Derhalve is elders ruimte voor lang parkeren nodig. Voorts is één van de uitgangspunten van de Centrumvisie het handhaven van de relatie tussen het dorpscentrum en het groene open beekdal, welke relatie van grote waarde wordt geacht. Het plan beoogt langs de Bleek voldoende parkeerruimte voor langparkeerders aan te leggen, omzoomd door bomen, en daarnaast de wandelroute langs het beekdal landschappelijk waardevol in te passen. Tevens wordt een natuurvriendelijke oeverzone aan de beekbedding toegevoegd. In de plantoelichting wordt voorts benadrukt dat bij de vaststelling van de Centrumvisie is uitgesproken dat woningbouw in de oeverzone niet in de rede ligt, maar juist het behoud van dit structuurbepalende stedelijke groenelement. Overigens is het beleid uit de Centrumvisie bevestigd in de "Structuurvisie bebouwd gebied" van de gemeente Bronckhorst van 26 februari 2009.

Het belang van [appellanten] is één van de belangen die bij de belangenafweging over de inrichting van het plangebied dienden te worden betrokken.

Gelet op de doelstellingen die de raad voor het plangebied heeft en gezien de huidige bestemming van het perceel, heeft het college zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de belangen van [appellanten] niet zo zwaarwegend zijn dat deze doorslaggevend geacht moesten worden.

2.5.2. Het bestaan van alternatieven kan voorts op zichzelf geen grond vormen voor het onthouden van goedkeuring aan het plan. Het karakter van de besluitvorming omtrent de goedkeuring brengt immers mee dat alternatieven daarbij in beginsel eerst aan de orde behoeven te komen indien blijkt van ernstige bezwaren tegen het voorgestane gebruik waarop het plan ziet. Het college heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat deze situatie zich in dit geval niet voordoet.

2.6. De conclusie is dat hetgeen [appellanten] hebben aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep is ongegrond.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H.E. Troost, ambtenaar van Staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Troost

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2010

234-605.