Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BL4119

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-02-2010
Datum publicatie
17-02-2010
Zaaknummer
200806446/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 juni 2008, kenmerk 2008-34288, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Wormerland (hierna: de raad) bij besluit van 22 april 2008 vastgestelde bestemmingsplan

"Poort van Wormer".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200806446/1/R2.

Datum uitspraak: 17 februari 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te [plaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 juni 2008, kenmerk 2008-34288, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Wormerland (hierna: de raad) bij besluit van 22 april 2008 vastgestelde bestemmingsplan

"Poort van Wormer".

Tegen dit besluit heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 augustus 2008, beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De raad heeft nadere stukken ingediend.

Parteon Projectontwikkeling Holding B.V. en PPO 22 B.V., respectievelijk kantoorhoudende te Wormerveer en te Zaandam, hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 januari 2010, waar [appellante], bijgestaan door mr. S.P.M. Schaap, advocaat te Enschede, en het college, vertegenwoordigd door mr. M.S. Mehilal, advocaat te 's-Gravenhage, zijn verschenen.

Voorts zijn ter zitting de raad, vertegenwoordigd door S. Bukman, ambtenaar in dienst van de gemeente, en K. van 't Veer, en Parteon Projectontwikkeling Holding B.V. en PPO 22 B.V., vertegenwoordigd door ing. P.J.M. Koopman en ing. M.P.G. Mooijman, en bijgestaan door mr. F. Spijker, advocaat te Amsterdam en mr. D.A. Cleton, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. [appellante] heeft geen zienswijze bij de raad naar voren gebracht.

2.2. Ingevolge de artikelen 54, tweede lid, aanhef en onder d, en 56, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 27 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) en artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht, kan beroep slechts worden ingesteld tegen het besluit tot goedkeuring van het college door de belanghebbende die tegen het ontwerpplan tijdig een zienswijze bij de raad naar voren heeft gebracht.

Dit is slechts anders voor zover de raad bij de vaststelling van het plan daarin wijzigingen heeft aangebracht ten opzichte van het ontwerp, dan wel indien een belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij niet tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht.

Geen van deze omstandigheden doet zich voor. Bij de vaststelling van het plan heeft de raad weliswaar wijzigingen aangebracht ten opzichte van het ontwerp, maar dit betreft wijzigingen in de artikelen 11, 13 en 19 van de planvoorschriften. Deze planonderdelen zijn door [appellante] in de bedenkingen en in beroep niet bestreden. Voor zover [appellante] wijst op de wijziging die in de plantoelichting is aangebracht met betrekking tot het aspect geluid, overweegt de Afdeling dat de plantoelichting geen onderdeel is van het plan, zodat de wijziging niet het plan betreft. De Afdeling volgt niet het betoog dat uit een oogpunt van gevreesde beperkingen voor de bedrijfsvoering als gevolg van de geluidregelgeving geen aanleiding bestond om tegen de in het ontwerpplan voorziene woningbouwmogelijkheden een zienswijze in te dienen maar dat eerst het vastgestelde plan in dat opzicht aanleiding vormde om te ageren.

In hetgeen is aangevoerd ziet de Afdeling derhalve geen aanleiding voor het oordeel dat [appellante] redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij geen zienswijze heeft ingediend.

2.3. Het beroep is niet-ontvankelijk.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H.E. Troost, ambtenaar van Staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Troost

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2010

234-605.