Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BL3323

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-02-2010
Datum publicatie
10-02-2010
Zaaknummer
200904038/1/H1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 juni 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht (hierna: het college) afwijzend beslist op het verzoek van Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht (hierna: de stichting) om handhavend op te treden tegen de werkzaamheden aan de Europalaan (verbreden van de Europalaan) te Utrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200904038/1/H1.

Datum uitspraak: 10 februari 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Utrecht,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 7 mei 2009 in zaak nr. 08/1958 in het geding tussen:

de stichting Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht

en

het college van burgemeester en wethouders van Utrecht.

1. Procesverloop

Bij besluit van 15 juni 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht (hierna: het college) afwijzend beslist op het verzoek van Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht (hierna: de stichting) om handhavend op te treden tegen de werkzaamheden aan de Europalaan (verbreden van de Europalaan) te Utrecht.

Bij besluit van 11 november 2005 heeft het college het door de stichting daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 23 juni 2006 heeft de rechtbank Utrecht (hierna: de rechtbank) het door de stichting daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.

Bij besluit van 20 april 2007 heeft het college het door de stichting daartegen gemaakte bezwaar wederom ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 2 april 2008 heeft de rechtbank het door de stichting daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.

Bij besluit van 5 juni 2008 heeft het college het door de stichting daartegen gemaakte bezwaar wederom ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 7 mei 2009, verzonden op 11 mei 2009, heeft de rechtbank het door de stichting daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en dit besluit vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 juni 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 14 juli 2009.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 januari 2010, waar het college, vertegenwoordigd door mr. E. Rooke en W.F. Matser, beiden ambtenaar in dienst van de gemeente, bijgestaan door mr. R.J.G. Bäcker, advocaat te Rotterdam, en de stichting, vertegenwoordigd door drs. C. van Oosten, gemachtigde, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het geschil in hoger beroep beperkt zich tot de vraag of wegverhardingen bij het Europaplein in Utrecht zijn aangebracht in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Kanaleneiland" (hierna: het bestemmingsplan). De rechtbank heeft overwogen dat daarvan sprake is omdat de wegverhardingen zijn aangebracht op gronden met de bestemming "Groenvoorziening A" en daarvoor geen vrijstelling is verleend. Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de wegverhardingen op gronden met die bestemming zijn aangebracht. Volgens het college zijn de wegverhardingen aangebracht op gronden met de bestemming "Wegen" en op de plankaart nader aangeduid als "berm". Ingevolge die bestemming zijn wegverhardingen toegestaan zodat geen sprake is van strijd met het bestemmingsplan en, zo betoogt het college, terecht is geweigerd handhavend op te treden.

2.1.1. Het betoog slaagt. Tot aan de zitting bij de Afdeling kon slechts worden beschikt over geplastificeerde kopieën van de plankaart en kopieën daarvan, waarop de verschillen in de kleuren groen met en zonder zwarte stippen moeilijk zichtbaar zijn. Ter zitting van de Afdeling heef het college de originele plankaart getoond, op grond waarvan de Afdeling heeft kunnen vaststellen dat de in het geding zijnde wegverhardingen bij het Europaplein zijn aangebracht op gronden met de kleur groen zonder zwarte stippen. Blijkens de bij de plankaart behorende legenda betreft dit de bestemming "Wegen" met de aanduiding "berm". De rechtbank heeft derhalve ten onrechte vastgesteld dat de wegverhardingen zijn aangebracht op gronden waarop de bestemming "Groenvoorziening A" rust en sprake is van strijd met het bestemmingsplan. Nu vaststaat dat de wegverhardingen in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan, heeft het college terecht geweigerd daartegen handhavend op te treden omdat de bevoegdheid daartoe ontbrak.

2.2. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van de stichting tegen het besluit van 5 juni 2008 alsnog ongegrond verklaren.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 7 mei 2009 in zaak nr. 08/1958;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep tegen het besluit van 5 juni 2008 ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzitter, en mr. S.F.M. Wortmann en mr. J.A. Hagen, leden, in tegenwoordigheid van mr. V. van Dorst, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Van Dorst

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2010

357-552.