Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BL3309

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-02-2010
Datum publicatie
10-02-2010
Zaaknummer
200907694/2/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 september 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weert (hierna: het college) aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het aanbouwen van een keuken/tuinkamer, hobbyruimte en overdekt terras en het verbouwen van de woning (hierna: het bouwplan) op het perceel [locatie] te [plaats].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200907694/2/H1.

Datum uitspraak: 4 februari 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekster], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 24 augustus 2009 in zaak nr. 08/1708 in het geding tussen:

[verzoekster]

en

het college van burgemeester en wethouders van Weert.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 september 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weert (hierna: het college) aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het aanbouwen van een keuken/tuinkamer, hobbyruimte en overdekt terras en het verbouwen van de woning (hierna: het bouwplan) op het perceel [locatie] te [plaats].

Bij uitspraak van 24 augustus 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Roermond (hierna: de rechtbank) het door [verzoekster] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van vernietigd.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 5 oktober 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 3 november 2009.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Bij besluit van 20 oktober 2009 heeft het college vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het bouwplan, zoals door [vergunninghouder] aangepast.

Bij brief, bij de rechtbank ingekomen op 15 december 2009 en, na doorzending door de rechtbank, bij de Raad van State ingekomen op 8 januari 2010, heeft [verzoekster] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 januari 2010, waar [verzoekster], bijgestaan door mr. R.H.A. ter Huurne, en het college, vertegenwoordigd door mr. H.L.M.G. Creemers, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is daar [vergunninghouder] als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het verzoek strekt ertoe het besluit van 20 oktober 2009 bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen, totdat in de bodemprocedure zal zijn beslist.

2.3. Ter zitting is onweersproken komen vast te staan dat [vergunninghouder], kort na verlening van de tweede bouwvergunning, rond 26 oktober 2009 op eigen risico is begonnen met uitvoering van het bouwplan. Voorts is niet in geschil dat de bouw ten tijde van de indiening van het verzoek om voorlopige voorziening reeds in vergevorderde staat verkeerde en thans nagenoeg gereed is. Gelet hierop dient een voorlopige voorziening, zoals verzocht, in dit geval geen redelijk doel, mede in aanmerking genomen dat de behandeling van de bodemzaak ter zitting reeds zal plaatsvinden op 20 april 2010.

2.4. Het verzoek dient, wegens gebrek aan spoedeisend belang, te worden afgewezen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, ambtenaar van Staat.

w.g. Polak w.g. Hanrath

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2010

392.