Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BL1801

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-02-2010
Datum publicatie
03-02-2010
Zaaknummer
200904628/1/H1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 april 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar (hierna: het college) aan Stichting Exodus Nederland (hierna: de stichting) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het veranderen van het gebouw op het perceel Herenweg 158 te Alkmaar (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2010, 346
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200904628/1/H1.

Datum uitspraak: 3 februari 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [plaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 19 mei 2009 in zaak

nr. 08/2607 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 april 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar (hierna: het college) aan Stichting Exodus Nederland (hierna: de stichting) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het veranderen van het gebouw op het perceel Herenweg 158 te Alkmaar (hierna: het perceel).

Bij besluit van 20 augustus 2008 heeft het college het door [appellant] daartegen ingestelde bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 19 mei 2009, verzonden op 20 mei 2009, heeft de rechtbank Alkmaar (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 juni 2009, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 januari 2010, waar [appellant], en het college, vertegenwoordigd door mr. M. Blom, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een persoon een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit.

2.2. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, bij het besluit van 22 april 2008. Hij voert aan dat de emotionele uitstraling van het gebruik van het gebouw voor opvang van (ex-)gedetineerden hem tot belanghebbende maakt. [appellant] betoogt in dit verband dat de rechtbank heeft miskend dat er tevens sprake is van gedetineerden die in het gebouw hun straf kunnen uitzitten, en niet alleen van ex-gedetineerden. Voorts is de woonafstand 200 meter en niet 325 meter, waar de rechtbank van uitging.

2.2.1. De afstand tussen de woning van [appellant] en het gebouw op het perceel is ruim 200 meter. Tussen de woning en het perceel ligt de randweg om Alkmaar. Gelet op het bouwplan, dat voorziet in het gebruik van het gebouw voor bewoning van zowel ex-gedetineerden als gedetineerden en dat geen ingrijpende wijzigingen aan de buitenkant van het gebouw omvat, wordt [appellant] bij een dergelijke afstand en gezien de situering van zijn woning ten opzichte van het gebouw niet geraakt in een belang dat rechtstreeks bij de verlening van de bouwvergunning is betrokken als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.

Gelet hierop heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat [appellant] niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.

Het betoog faalt.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van Staat.

w.g. Konijnenbelt w.g. Soede

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2010

270-642.