Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BL0745

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-01-2010
Datum publicatie
27-01-2010
Zaaknummer
200905217/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij brief van 5 juni 2008 heeft het dagelijks bestuur van de deelgemeente IJsselmonde (hierna: het dagelijks bestuur) aan Stichting Restauratie Adriaen Jansz-Kerk (hierna: de Stichting) medegedeeld dat ten behoeve van het ontwikkelingsbedrijf Rotterdam op 19 december 2007 van rechtswege bouwvergunning is verleend voor het plaatsen van een toegangspoort en het vernieuwen van een kademuur op het perceel aan de Willem van Geldersraat en de Kasteelweg te Rotterdam (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200905217/1/H1.

Datum uitspraak: 27 januari 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de stichting Stichting Restauratie Adriaen Jansz-Kerk te IJsselmonde, gevestigd te Rotterdam,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 4 juni 2009 in zaak nr. 08/4981 in het geding tussen:

de stichting Stichting Restauratie Adriaen Jansz-Kerk te IJsselmonde

en

het dagelijks bestuur van de deelgemeente IJsselmonde.

1. Procesverloop

Bij brief van 5 juni 2008 heeft het dagelijks bestuur van de deelgemeente IJsselmonde (hierna: het dagelijks bestuur) aan Stichting Restauratie Adriaen Jansz-Kerk (hierna: de Stichting) medegedeeld dat ten behoeve van het ontwikkelingsbedrijf Rotterdam op 19 december 2007 van rechtswege bouwvergunning is verleend voor het plaatsen van een toegangspoort en het vernieuwen van een kademuur op het perceel aan de Willem van Geldersraat en de Kasteelweg te Rotterdam (hierna: het perceel).

Bij besluit van 21 oktober 2008 heeft het dagelijks bestuur van de deelgemeente IJsselmonde (hierna: het dagelijks bestuur) het door de Stichting daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 4 juni 2009, verzonden op 8 juni 2009, heeft de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) het door de Stichting daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de Stichting bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 juli 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 13 augustus 2009.

Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 januari 2010, waar de Stichting, vertegenwoordigd door [voorzitter], en [secretaris], en bijgestaan door mr. A.J. Oskam, advocaat te Rotterdam, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. C.W. van der Wal-de Jong, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De Stichting betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college haar bezwaar vanwege het ontbreken van een rechtstreeks betrokken belang bij het besluit van 19 december 2007 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zij voert daartoe aan dat zij wel als belanghebbende bij het besluit dient te worden aangemerkt, omdat de Adriaen Jansz-Kerk naast het perceel is gelegen en werkzaamheden op het perceel van invloed zijn op het grondwaterpeil, met verzakking van de kerktoren als gevolg.

2.2. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

2.3. Ingevolge het derde lid worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

2.4. Voor de vraag of een rechtspersoon belanghebbende is als bedoeld in artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Awb, is bepalend of de rechtspersoon krachtens zijn statutaire doelstelling en blijkens zijn feitelijke werkzaamheden een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken algemeen of collectief belang in het bijzonder behartigt.

2.5. Blijkens artikel 2 van haar statuten, zoals die luidden ten tijde van de besluitvorming, stelt de Stichting zich ten doel: "het propageren van- en het bijeenbrengen van gelden voor de restauratie tot behoud van de Adriaen Jansz-Kerk te Rotterdam-IJsselmonde."

Voorts is niet in geschil dat de feitelijke werkzaamheden van de Stichting bestaan uit het begeleiden van de restauratie van het kerkgebouw, het daadwerkelijk inschakelen van de bouwers voor het uitvoeren van restauratiewerkzaamheden, het inspannen voor het behoud van het kerkgebouw, waartoe bijvoorbeeld metingen in het kerkgebouw worden verricht teneinde te bezien of de kerk "in beweging" is, alsmede het in de toekomst faciliteren van de restauratie van het kerkorgel.

2.5.1. De Stichting is geen eigenaar of gebruiker van de Adriaen Jansz-Kerk, maar zet zich in voor de restauratie van deze kerk. De statutaire doelstelling van de Stichting is daartoe ook beperkt en de feitelijke werkzaamheden moeten ook in dit beperkte kader worden gezien. Tegen deze achtergrond moet worden geoordeeld dat het belang van de Stichting niet rechtstreeks is betrokken bij het plaatsen van een toegangspoort inclusief hekwerk en het gedeeltelijk vernieuwen van de kademuur. De omstandigheid dat het dagelijks bestuur de Stichting op de hoogte heeft gebracht van de aanvraag om bouwvergunning en haar bezwaar in een andere procedure met betrekking tot de sloopvergunning voor de naast de kerk gelegen pastorie inhoudelijk heeft beoordeeld, betekent niet dat het de Stichting toch als belanghebbende in deze procedure moest aanmerken. Evenmin leidt de omstandigheid dat de statuten inmiddels zijn verruimd tot een ander oordeel, nu de statuten zoals die golden ten tijde van de besluitvorming van toepassing zijn. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat niet valt in te zien dat de Stichting het rechtstreeks bij het besluit van 19 december 2007 betrokken belang krachtens haar statutaire doelstelling en blijkens haar feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigt in de zin van artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Awb.

Het betoog faalt derhalve.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Lodder

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2010

17-564.