Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BL0732

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-01-2010
Datum publicatie
27-01-2010
Zaaknummer
200904985/1/M1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 mei 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders van Harenkarspel (hierna: het college) aan de vennootschap onder firma B-Four Agro V.O.F. (hierna: B-Four Agro) een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een akkerbouwbedrijf, tulpenbroeierij en biogasinstallatie op het perceel Heemtweg 5 te Warmenhuizen. Dit besluit is op 29 mei 2009 ter inzage gelegd.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 1:2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2010/258
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200904985/1/M1.

Datum uitspraak: 27 januari 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Warmenhuizen, gemeente Harenkarspel,

en

het college van burgemeester en wethouders van Harenkarspel,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 mei 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders van Harenkarspel (hierna: het college) aan de vennootschap onder firma B-Four Agro V.O.F. (hierna: B-Four Agro) een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een akkerbouwbedrijf, tulpenbroeierij en biogasinstallatie op het perceel Heemtweg 5 te Warmenhuizen. Dit besluit is op 29 mei 2009 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 juli 2009, beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 januari 2010, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. J.H.M. Verjans, en het college, vertegenwoordigd door K. van Beek en ing. H. Struiken Boudier, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting als partij gehoord B-Four Agro, vertegenwoordigd door mr. M.J. Smaling.

2. Overwegingen

2.1. Het college stelt zich op het standpunt dat het beroep van [appellant] niet-ontvankelijk moet worden verklaard. In dat verband voert het college aan dat de woning van [appellant] zodanig is gelegen dat daar geen milieugevolgen van de inrichting kunnen worden ondervonden, zodat [appellant] geen belanghebbende bij het bestreden besluit is.

2.1.1. Ingevolge artikel 20.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer kan, voor zover hier van belang, een belanghebbende tegen een besluit op grond van deze wet beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

2.1.2. Wanneer krachtens de Wet milieubeheer een vergunning voor het oprichten en het in werking hebben van een inrichting of een zogenoemde revisievergunning wordt verleend, zijn naast de aanvrager onder meer de eigenaren en bewoners van percelen waarop milieugevolgen van deze inrichting kunnen worden ondervonden, belanghebbenden.

2.1.3. De afstand van de woning van [appellant] tot de inrichting bedraagt ongeveer 930 meter. Gelet op deze afstand en op de aard van de inrichting is het niet aannemelijk dat ter plaatse van deze woning milieugevolgen van de inrichting kunnen worden ondervonden. De door [appellant] ter zitting naar voren gebrachte omstandigheden dat de inrichting in de kuststreek is gelegen en dat het terrein tussen de inrichting en de woning van [appellant] open is, maken dit niet anders. [appellant] is derhalve geen belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, zodat het beroep niet-ontvankelijk is.

2.2. Het beroep is niet-ontvankelijk.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Kreveld w.g. Sparreboom

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2010

195-625.