Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BL0712

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-01-2010
Datum publicatie
27-01-2010
Zaaknummer
200901861/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 januari 2009, kenmerk 1434484, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten (hierna: de raad) bij besluit van 26 juni 2008 vastgestelde bestemmingsplan "Nederwetten" (hierna: het plan).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TBR 2010/45 met annotatie van H.J. de Vries
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200901861/1/R2.

Datum uitspraak: 27 januari 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de vennootschap onder firma Brasserie Café "De Kruik" v.o.f., gevestigd te Nuenen, gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten, waarvan de vennoten zijn [vennoot 1] en [vennoot 2], beiden wonend te [woonplaats], gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten,

appellante,

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 20 januari 2009, kenmerk 1434484, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten (hierna: de raad) bij besluit van 26 juni 2008 vastgestelde bestemmingsplan "Nederwetten" (hierna: het plan).

Tegen dit besluit heeft de vennootschap onder firma Brasserie Café "De Kruik" v.o.f. (hierna: De Kruik v.o.f.) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 maart 2009, beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, hebben de raad en [partijen] een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 december 2009, waar De Kruik v.o.f., vertegenwoordigd door [vennoot 1] en [vennoot 2], zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting als partij gehoord de raad, vertegenwoordigd door mr. B.A.P.M. Achterbergh, ambtenaar in dienst van de gemeente, en [partij].

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, gelezen in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), rust op het college de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen - te onderzoeken of het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij dient het rekening te houden met de aan de raad toekomende vrijheid om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Daarnaast heeft het college erop toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

2.2. Het plan betreft een grotendeels conserverende regeling voor het dorp Nederwetten.

2.3. Het beroep van De Kruik v.o.f., die een brasserie/café exploiteert in het pand Hoekstraat 52/54, richt zich tegen de goedkeuring van het plan, voor zover een strook grond aan de noordzijde van het perceel Hoekstraat 52/54 niet binnen het bouwvlak van dat perceel valt. De Kruik v.o.f. betoogt dat deze strook grond van het gemeentebestuur is aangekocht om daarop een opslag- en voorraadruimte te realiseren. Ter zitting heeft De Kruik v.o.f. nog betoogd dat de mogelijkheid van bebouwing op het aan te kopen perceel destijds door een wethouder en een ambtenaar van de gemeente is toegezegd. Voorts is in het plan ten onrechte niet erin voorzien dat op het westelijke deel van haar perceel buitenactiviteiten, in de vorm van midgetgolf, plaatsvinden. Hiertoe stelt De Kruik v.o.f. dat de midgetgolfbaan al jaren deel uitmaakt van het bedrijf en dat zij nooit van buren klachten heeft ontvangen.

2.4. Het college heeft goedkeuring verleend aan de desbetreffende plandelen en stelt zich op het standpunt dat de raad terecht de in geding zijnde beperkingen in het plan heeft kunnen aanbrengen. Ruime gebruiksmogelijkheden voor horeca en bijbehorende recreatieve voorzieningen kunnen, gelet op de intensiteit en de duur daarvan, leiden tot overlast voor nabijgelegen woningen, zo stelt het college.

2.5. De raad stelt zich op het standpunt dat door gedeeltelijke verkoop van gronden van een volwaardig midgetgolfterrein geen sprake meer is. Verder heeft de raad nader uiteengezet dat in de aanbiedingsbrief van 30 augustus 2004 aan de eigenaren van De Kruik v.o.f. is medegedeeld dat op het nog door hen aan te kopen stuk grond (dat wil zeggen het gedeelte aan de noordzijde van het perceel Hoekstraat 52/54) niet mocht worden gebouwd. Gelet op deze mededeling konden de eigenaren van De Kruik v.o.f. bij aankoop van de grond niet verwachten dat hierop meer voorraad- en opslagruimte kon worden gerealiseerd, zo stelt de raad.

2.6. Het perceel van De Kruik v.o.f. heeft in het plan de bestemming "Horeca". De genoemde gedeelten van het perceel aan de noordzijde en de westzijde, zijn tevens voorzien van de aanduiding "geen terras" en zijn niet opgenomen in het bouwvlak.

Ingevolge artikel 6.1 van de planvoorschriften, voor zover van belang, zijn de op de plankaart als "Horeca" aangewezen gronden onder meer bestemd voor horecavoorzieningen, recreatieve doeleinden, één en ander met de bijbehorende voorzieningen zoals terrassen, tuinen, erven, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen, paden.

Ingevolge artikel 6.2.2, onder a, van de planvoorschriften zijn recreatieve doeleinden uitsluitend toegestaan op de gronden gelegen aan Hoekstraat 52 en 54.

Ingevolge artikel 6.2.5 van de planvoorschriften zijn op de gronden aangeduid met "geen terras" geen buitenactiviteiten ten behoeve van bezoekers toegestaan, zoals bijvoorbeeld een terras, speelvoorzieningen of recreatieve voorzieningen.

Ingevolge artikel 6.3.2, onder a, van de planvoorschriften mogen gebouwen uitsluitend worden gesitueerd binnen het op de kaart aangegeven bouwvlak.

2.7. Over het betoog van De Kruik v.o.f. dat het vertrouwensbeginsel is geschonden, wordt overwogen dat de bevoegdheid tot het vaststellen van een bestemmingsplan niet bij een wethouder of een ambtenaar van de gemeente berust, maar bij de raad. De Kruik v.o.f. heeft niet aannemelijk gemaakt dat door of namens de raad verwachtingen zijn gewekt dat het plan in bebouwing op het aan te kopen perceel zou voorzien. Het college behoefde gelet hierop aan dit betoog geen overwegende betekenis toe te kennen.

2.8. Ter zitting heeft de raad verklaard dat de gebouwen vanwege stedenbouwkundige redenen binnen het bestaande bouwvlak dienen te worden geconcentreerd. De Kruik v.o.f. heeft, zoals ter zitting onweersproken is gesteld, binnen het bouwvlak uitbreidingsmogelijkheden die nog niet zijn ingevuld. De raad acht het vergroten van het bouwvlak vooralsnog niet wenselijk in verband met aspecten als verkeersaantrekkende werking en milieuzonering. De raad heeft ter zitting gesteld dat deze aspecten nader dienen te worden onderzocht, indien De Kruik v.o.f. haar bebouwing verder wil uitbreiden. De raad is dan bereid daarover te praten, indien er een goed onderbouwd (ondernemers)plan wordt ingediend. De Afdeling acht dit niet onredelijk. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat op het desbetreffende stuk grond buitenopslag ten behoeve van het bedrijf mogelijk is, omdat op deze gronden de bestemming "Horeca" rust.

2.8.1. De conclusie is dat hetgeen De Kruik heeft aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is in zoverre ongegrond.

2.9. In het vorige bestemmingsplan "Nederwetten, 1e herziening" is aan het westelijke perceelsgedeelte de bestemming "Midgetgolfterrein" toegekend. Gelet op de doeleindenomschrijving in artikel 17 van dat bestemmingsplan zijn de desbetreffende gronden bestemd voor recreatieve doeleinden ten dienste van een midgetgolfterrein. De raad heeft in het voorliggende bestemmingsplan de gronden voorzien van de aanduiding "geen terras", zodat wordt voorkomen dat daar een intensivering van het gebruik plaatsvindt. Op deze wijze tracht de raad te voorkomen dat de horecavoorziening in capaciteit vergroot, zodat de gevolgen wat betreft verkeer en milieuhinder beperkt blijven.

Vast staat dat door verkoop van gronden minder dan de helft van de oorspronkelijke midgetgolfbaan resteert. Ter zitting is onweersproken gesteld dat het resterende deel van de midgetgolfbaan nog steeds als zodanig in gebruik is. Er is in zoverre sprake van bestaand legaal gebruik. In het algemeen dient bestaand legaal gebruik dienovereenkomstig te worden bestemd, tenzij op basis van nieuwe inzichten dat gebruik niet langer in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en het belang bij de beoogde nieuwe bestemming zwaarder weegt dan de gevestigde rechten en belangen. Voorts dient aannemelijk te zijn dat het bestaande legale gebruik binnen de planperiode wordt beëindigd. Door de raad is niet aannemelijk gemaakt dat het bestaande legale gebruik binnen de planperiode zal worden beëindigd.

De stelling van de raad dat de bestemming "Midgetgolfterrein" niet meer passend was, omdat niet langer sprake is van een volwaardige midgetgolfbaan kan niet worden gevolgd. Niet is gebleken dat de zogenoemde volwaardigheid van de midgetgolfbaan deel uitmaakt van de vereisten vervat in artikel 17 of enige andere bepaling van de planvoorschriften van het vorige bestemmingsplan. Voorts valt niet in te zien waarom de (resterende) midgetgolfbaan niet als zodanig zou kunnen worden bestemd, aangezien niet aannemelijk is dat een dergelijke bestemming tot een onevenredige verkeersaantrekkende werking of overlast leidt voor de woningen Hoekstraat 56 en 58 of eventuele nieuwe woningen in de nabije omgeving. Dat de raad wil voorkomen dat het midgetgolfterrein voor allerlei buitenactiviteiten zowel overdag als 's avonds wordt gebruikt, hoeft er niet toe te leiden dat op het westelijke perceelsgedeelte alleen nog opslag ten behoeve van het bedrijf mogelijk is.

Niet duidelijk is of het college een afweging heeft gemaakt ten aanzien van deze aspecten. Door aan het desbetreffende plandeel desondanks goedkeuring te verlenen, heeft het college zijn besluit onvoldoende gemotiveerd.

2.9.1. De conclusie is dat hetgeen De Kruik v.o.f. heeft aangevoerd aanleiding geeft voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover het betreft de goedkeuring van het plandeel met de bestemming "Horeca"en de aanduiding "geen terras" met betrekking tot de gronden gelegen aan de westzijde van het perceel Hoekstraat 52/54, niet berust op een deugdelijke motivering. Het beroep is in zoverre gegrond, zodat het bestreden besluit op dit onderdeel dient te worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb.

2.10. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 20 januari 2009, kenmerk 1434484, voor zover het betreft de goedkeuring van het plandeel met de bestemming "Horeca" en met de aanduiding "geen terras" met betrekking tot de gronden gelegen aan de westzijde van het perceel Hoekstraat 52/54;

III. verklaart het beroep voor het overige ongegrond;

IV. gelast dat het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan de vennootschap onder firma Brasserie Café "De Kruik" v.o.f. het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 297,00 (zegge: tweehonderdzevenennegentig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H.E. Troost, ambtenaar van Staat.

w.g. Hoekstra w.g. Troost

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2010

234-612.