Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BK9955

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-01-2010
Datum publicatie
20-01-2010
Zaaknummer
200902404/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 6 maart 2009, kenmerk 2008-013254, heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Ede (hierna: de raad) bij besluit van 3 juli 2008 vastgestelde bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Natuurgebied Veluwe: herziening recreatieterreinen" (hierna: het plan).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200902404/1/R2.

Datum uitspraak: 20 januari 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Second Home B.V., gevestigd te Wekerom, gemeente Ede,

2. [appellant sub 2], wonend te [woonplaats],

appellanten,

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 maart 2009, kenmerk 2008-013254, heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Ede (hierna: de raad) bij besluit van 3 juli 2008 vastgestelde bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Natuurgebied Veluwe: herziening recreatieterreinen" (hierna: het plan).

Tegen dit besluit hebben de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Second Home B.V. (hierna: Second Home) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 mei 2009, en [appellant sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 mei 2009, beroep ingesteld. Second Home heeft haar beroep aangevuld bij brief van 11 juni 2009.

Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede namens de raad een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

[appellant sub 2] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 december 2009, waar Second Home, vertegenwoordigd door mr. E.H.M. Harbers, advocaat te Arnhem, [appellant sub 2], vertegenwoordigd door J.J. van Voorst, en het college, vertegenwoordigd door P.G.A.L. Evers, ambtenaar in dienst van de provincie, zijn verschenen. Voorts is als partij gehoord de raad, vertegenwoordigd door drs. M. Riemersma, ambtenaar in dienst van de gemeente.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO), gelezen in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht, rust op het college de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen - te onderzoeken of het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij dient het college rekening te houden met de aan de raad toekomende vrijheid om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Daarnaast heeft het college er op toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

2.2. Met het plan wordt beoogd het beleid met betrekking tot natuur en verblijfsrecreatie op het Veluwemassief, zoals geformuleerd in de Nota Veluwe 2010 en het Reconstructieplan voor de Veluwe, vast te leggen. Het plan heeft betrekking op alle recreatiebedrijven die liggen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Artikel 30-herziening Natuurgebied Veluwe van de gemeente Ede".

Het beroep van Second Home

2.3. Second Home exploiteert het recreatiepark Berkenrhode en stelt dat ten onrechte goedkeuring aan het plan is verleend nu het park, anders dan in het voorontwerp en ontwerpplan, niet geheel in het plan is opgenomen en daaraan niet de bestemming "Verblijfsrecreatie" is toegekend. Hierdoor blijft op het zuidwestelijke deel van het park de bestemming "Multifunctioneel Bos" rusten, hetgeen niet overeenkomt met de bestaande situatie. Het argument van de raad dat het park ligt binnen een door de provincie aangewezen krimpgebied is volgens Second Home onjuist.

2.3.1. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat de bij het ontwerp ter inzage gelegde plankaart 14 ten onrechte ook het zuidwestelijke deel van het park omvatte dat in strijd met het voorheen geldende plan voor verblijfsrecreatie werd gebruikt. Bij de vaststelling van het plan heeft de raad deze plankaart ingetrokken en gesteld dat dit deel van het park in een krimpgebied ligt.

2.3.2. Het college stelt zich op het standpunt dat een herinrichting of uitbreiding van het park moet worden afgewogen in het kader van het groei- en krimpbeleid. Volgens het college ligt het park binnen een zoekgebied recreatiecluster en wordt Second Home in dat licht bezien ten onrechte benadeeld ten opzichte van andere recreatiebedrijven in het plangebied. Het college heeft geen goedkeuring onthouden aan enig deel van het plan nu de raad heeft toegezegd het plan op dit punt te zullen herstellen.

2.3.3. In de schriftelijke uiteenzetting van de raad naar aanleiding van het ingestelde beroep stelt de raad dat een reparatieplan zal worden vastgesteld met een nieuwe plankaart voor het terrein. Hierbij wordt het park opgenomen in de groei- en krimpregeling.

2.3.4. De groei- en krimpregeling is in het plan opgenomen door aan een aantal gebieden de aanduiding "wijzigingsbevoegdheid uitbreiding verblijfsrecreatie van toepassing" toe te kennen. Met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid kan, indien aan de daaraan verbonden voorwaarden wordt voldaan, de bestemming worden gewijzigd in een verblijfsrecreatieve bestemming. Nu het college het standpunt heeft ingenomen dat de gronden van Second Home ook deze aanduiding hadden dienen te krijgen maar hieraan geen gevolgen zijn verbonden, is het bestreden besluit in zoverre genomen in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.

De enkele toezegging van de raad een reparatieplan op te stellen ten behoeve van Second Home maakt het plan en het besluit omtrent de goedkeuring niet rechtmatig.

2.3.5. Wat betreft het betoog van Second Home dat bij dit plan een verblijfsrecreatieve bestemming had moeten worden toegekend heeft het college zich op het standpunt kunnen stellen dat geen grond bestaat de keuze van de raad voor de gronden geen rechtstreekse verblijfsrecreatieve bestemming op te nemen onredelijk te achten. Hiertoe wordt van belang geacht dat het verblijfsrecreatieve gebruik dat van deze zuidwestelijke punt van het park wordt gemaakt in strijd is met de bestemming "Multifunctioneel Bos". Dat van gemeentewege tegen dit gebruik jarenlang niet handhavend is opgetreden brengt niet met zich dat om die reden de raad gehouden is, zonder nadere afweging, het strijdige gebruik als zodanig in het plan op te nemen.

2.3.6. De conclusie is dat hetgeen Second Home heeft aangevoerd aanleiding geeft voor het oordeel dat het plan in zoverre is vastgesteld in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient in zoverre wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb in samenhang met 10:27 van de Awb te worden vernietigd.

De Afdeling ziet voorts aanleiding om zelf voorziend goedkeuring te onthouden aan de plangrens, aangeduid op plankaart 13 B, voor zover het betreft de begrenzing aan de zuidwestelijke zijde van park Bredenrhode, ter hoogte van het in geding zijnde perceel.

Het beroep van [appellant sub 2]

2.4. [appellant sub 2] exploiteert het [recreatiepark] en stelt dat ten onrechte goedkeuring aan de planvoorschriften is verleend voor zover op het perceel van [recreatiepark] twee bedrijfswoningen zijn toegestaan in plaats van drie. [appellant sub 2] verwijst hierbij naar de in 1979 verleende bouwvergunning voor het pand aan de [locatie], waarna het pand is opgesplitst in twee woningen en als zodanig in gebruik is genomen. [appellant sub 2] wijst voorts op de inventarisatie ten behoeve van het plan waarbij is geconstateerd dat drie bedrijfswoningen aanwezig zijn en op het feit dat voor drie woningen onroerend zaakbelasting wordt geheven.

2.4.1. Het college stelt zich met de raad op het standpunt dat slechts bouwvergunning is verleend voor de plaatsing van een dakkapel en niet voor verbouwingen die leiden tot het opsplitsen van de woning. Voorts acht het college het, in navolging van de raad, onwenselijk drie bedrijfswoningen ter plaatse toe te staan, nu van een noodzaak daartoe niet is gebleken.

2.4.2. Voor het perceel van [recreatiepark] zijn blijkens de Lijst verblijfsrecreatie, bij het plan gevoegd als bijlage 1, twee dienstwoningen opgenomen. Deze lijst maakt volgens artikel 3, onder bb, van de planvoorschriften, deel uit van de voorschriften.

Ingevolge artikel 1, onder n van de planvoorschriften wordt onder bedrijfs-/dienstwoning verstaan: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die uitsluitend bedoeld is voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van de grond ter plaatse van het gebouw of het terrein, noodzakelijk moet worden geacht.

2.4.3. Het feit dat in de dienstwoning aan de [locatie] twee gezinnen wonen dwingt niet tot het toestaan van drie dienstwoningen ter plaatse. De planvoorschriften verzetten zich immers niet tegen het gebruik van de dienstwoning voor bewoning door meerdere gezinnen. Het gebruik van de woning aan de [locatie] kan daarom ook onder dit plan worden voortgezet.

Het college heeft zich in dit verband voorts in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de aanwezigheid van in totaal twee bedrijfswoningen ten behoeve van de bedrijfsmatige exploitatie van [recreatiepark] voldoende zijn. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de grootte van het park [recreatiepark] niet vergt dat drie bedrijfswoningen ter plaatse noodzakelijk zijn.

2.4.4. De conclusie is dat hetgeen [appellant sub 2] heeft aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep van [appellant sub 2] is ongegrond.

Proceskosten

2.5. Het college dient voor Second Home op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld. Ten aanzien van [appellant sub 2] bestaat geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Second Home B.V. gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Gelderland van 6 maart 2009, kenmerk 2008-013254, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan de plangrens, aangeduid op plankaart 13 B, voor zover het betreft de begrenzing aan de zuidwestelijke zijde van park Bredenrhode, ter hoogte van het in geding zijnde perceel;

III. onthoudt goedkeuring aan het onder II genoemde planonderdeel;

IV. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 6 maart 2009 voor zover het betreft het onder II genoemde planonderdeel;

V. verklaart het beroep van [appellant sub 2] ongegrond;

VI. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Gelderland tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Second Home B.V. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 676,99 (zegge: zeshonderdzesenzeventig euro en negenennegentig eurocent), waarvan een gedeelte groot € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro) is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VII. gelast dat het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Second Home B.V. het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 297,00 (zegge: tweehonderdzevenennegentig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, voorzitter, en mr. G.N. Roes en drs. W.J. Deetman, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Langeveld, ambtenaar van Staat.

w.g. Drupsteen

voorzitter w.g. Langeveld

ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2010

317-608.