Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BK9942

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-01-2010
Datum publicatie
20-01-2010
Zaaknummer
200904108/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 november 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oost-Gelre (hierna: het college) aan [appellant] een reguliere bouwvergunning verleend voor het plaatsen van twee beluchtingsroosters in de zijgevel op het perceel [locatie] te [plaats].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200904108/1/H1.

Datum uitspraak: 20 januari 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 27 mei 2009 in

zaak nr. 08/1762 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Oost-Gelre.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 november 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oost-Gelre (hierna: het college) aan [appellant] een reguliere bouwvergunning verleend voor het plaatsen van twee beluchtingsroosters in de zijgevel op het perceel [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 1 september 2008 heeft het college het door de Vereniging van Eigenaren "De Raepenburgh" (hierna: de VvE) daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard, het besluit van 23 november 2007 herroepen, en aangekondigd een definitief heroverwegingsbesluit te nemen indien voor het bouwplan een vrijstellingsprocedure ingevolge artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) zal zijn voltooid.

Bij uitspraak van 27 mei 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Zutphen (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 juni 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 20 juni 2009.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak op 15 december 2009 ter zitting aan de orde gesteld.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Lichtenvoorde Centrum" (hierna: het bestemmingsplan) rust op het perceel de bestemming "Winkels".

Ingevolge de op de plankaart vermelde omschrijving van de gebruiksdoeleinden, is de bestemming "Winkels" omschreven als "het winkelbedrijf waaronder tevens wordt verstaan horecabedrijven en bankinstellingen met woningen in 2 of 3 bouwlagen in gesloten bebouwing". Ingevolge de op de plankaart vermelde uitgewerkte bepalingen betreffende de bebouwing, is ter plaatse van de bestemming "Winkels" uitsluitend de volgende bebouwing toegestaan:

- winkelgebouwen in 2 of 3 bouwlagen; op de 2e en 3e bouwlaag woningen en kantoren toegestaan;

- winkelbebouwing, alsmede bijbehorende kantoren, magazijnen, werkplaatsen en garages;

- andere bouwwerken.

2.2. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college in het besluit op bezwaar niet heeft kunnen volstaan met het enkele herroepen van het besluit van 23 november 2007. Het college had daarvoor een nieuw besluit in de plaats moeten stellen.

2.2.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 11 juni 2008 in zaak nr. 200707224/1), vloeit uit het karakter van de bezwaarschriftprocedure voort dat, indien het bestuursorgaan na heroverweging tot de conclusie komt dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven, het bestuursorgaan niet mag volstaan met al dan niet gedeeltelijke gegrondverklaring van het bezwaar, maar het onjuist bevonden besluit moet herroepen en zo nodig een nieuw besluit daarvoor in de plaats moet stellen. Wanneer het nemen van een vervangend besluit niet dadelijk mogelijk is, omdat alsnog een wettelijk voorgeschreven procedure dient te worden doorlopen, waarmee geruime termijn kan zijn gemoeid, geldt deze verplichting niet.

De rechtbank heeft terecht en op juiste gronden overwogen dat deze situatie zich in dit geval voordeed. Aangezien het nog niet direct mogelijk was een vervangend besluit te nemen, heeft het college mogen volstaan met een herroeping van het besluit van 23 november 2007, onder verwijzing naar de te starten vrijstellingsprocedure als bedoeld in artikel 19 van de WRO. Het betoog faalt.

2.3. [appellant] betoogt voorts dat de rechtbank heeft miskend dat het gebruik van het perceel in overeenstemming is met de bestemmingsplanvoorschriften. Volgens [appellant] dient gebruik als uitzendbureau te worden gelijkgesteld met gebruik als winkel. Een vrijstellingsprocedure was volgens [appellant] dan ook niet noodzakelijk en de verleende bouwvergunning had in stand moeten blijven.

2.3.1. Het begrip "winkel" is in de bestemmingsplanvoorschriften niet gedefinieerd. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het college aansluiting heeft mogen zoeken bij de betekenis die aan dit begrip in het algemeen spraakgebruik wordt gegeven en terecht tot de conclusie is gekomen dat een uitzendbureau niet onder dit begrip valt. Het gebruik als uitzendbureau is derhalve niet in overeenstemming is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Het betoog faalt.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, ambtenaar van Staat.

w.g. Bijloos w.g. Van Heusden

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2010

163-640.