Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BK9941

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-01-2010
Datum publicatie
20-01-2010
Zaaknummer
200904575/1/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 oktober 2007 heeft de burgemeester van Zevenaar (hierna: de burgemeester) de aanvraag van de Stichting Zènderse Oranjesaatsie (hierna: Oranjesaatsie) om een evenementenvergunning voor het organiseren van festiviteiten op Koninginnedag 2008 afgewezen.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 6:5
Algemene wet bestuursrecht 6:6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JB 2010/52
AB 2010/193 met annotatie van L.J.A. Damen

Uitspraak

200904575/1/H3.

Datum uitspraak: 20 januari 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de stichting Stichting Zènderse Oranjesaatsie, gevestigd te Zevenaar,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 12 mei 2009 in zaken nrs. 08/1922, 08/2084 in het geding tussen:

de stichting Stichting Zènderse Oranjesaatsie

en

de burgemeester van Zevenaar.

1. Procesverloop

Bij besluit van 16 oktober 2007 heeft de burgemeester van Zevenaar (hierna: de burgemeester) de aanvraag van de Stichting Zènderse Oranjesaatsie (hierna: Oranjesaatsie) om een evenementenvergunning voor het organiseren van festiviteiten op Koninginnedag 2008 afgewezen.

Bij besluit van 25 april 2008 heeft de burgemeester, voor zover thans van belang, het door Oranjesaatsie tegen het besluit van 16 oktober 2007 gemaakte bezwaar gegrond verklaard, dat besluit herroepen en de aanvraag voor een evenementenvergunning afgewezen.

Bij uitspraak van 12 mei 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank) het door Oranjesaatsie ingestelde beroep tegen het uitblijven van het besluit op bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en heeft het tegen het besluit van 25 april 2008 ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Oranjesaatsie bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 juni 2009, hoger beroep ingesteld.

De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 december 2009, waar Oranjesaatsie, vertegenwoordigd door [voorzitter] en [secretaris], van Oranjesaatsie, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 6:6, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) kan een beroep niet-ontvankelijk worden verklaard indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het beroep, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

2.2. Oranjesaatsie heeft aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen het uitblijven van een besluit niet-ontvankelijk heeft verklaard.

2.2.1. Deze grond slaagt reeds niet omdat blijkens het proces-verbaal van de zitting bij de rechtbank de aanwezige bestuursleden van Oranjesaatsie desgevraagd hebben verklaard dat, nu de burgemeester hangende het beroep alsnog op de bezwaren heeft beslist, geen belang meer bestaat bij de beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank heeft derhalve met juistheid overwogen dat vanwege het ontbreken van het belang bij een beoordeling van de rechtmatigheid ervan het beroep niet-ontvankelijk is.

2.3. Oranjesaatsie heeft voorts aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen het besluit van 25 april 2008 niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat het beroep, dat door de penningmeester is ondertekend, niet op rechtsgeldige wijze namens Oranjesaatsie is ingesteld. Zij heeft primair aangevoerd dat artikel 11 van haar statuten zo moet worden geïnterpreteerd dat de penningmeester de bevoegdheid toekomt haar in en buiten rechte te vertegenwoordigen. Subsidiair heeft zij betoogd dat door het vertrek van de voorzitter een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 17 van de statuten, zodat de binnen het bestuur gemaakte afspraak dat de penningmeester als woordvoerder namens haar zal optreden in de vergunningskwestie, ten onrechte niet als rechtmatige vertegenwoordiging is aangemerkt door de rechtbank.

2.3.1. Ingevolge artikel 6 van de statuten van Oranjesaatsie, voor zover van belang, wordt in ontstane vacatures op de eerstvolgende bestuursvergadering door de zitting hebbende bestuursleden voorzien. Ingevolge artikel 9 kiest het bestuur uit zijn leden een voorzitter, een secretaris alsmede een penningmeester. Ingevolge artikel 11 wordt de stichting in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter met de secretaris of de penningmeester. Ingevolge artikel 17 beslist het bestuur in alle gevallen, waarin deze statuten noch het huishoudelijk reglement voorzien dan wel haar bepalingen onduidelijk worden geacht.

Het beroepschrift is namens Oranjesaatsie ondertekend door de penningmeester. De eis van ondertekening van het beroepschrift brengt met zich dat het beroepschrift alle handtekeningen van bestuurders van de rechtspersoon moet dragen die ingevolge de wet en de statuten zijn vereist voor vertegenwoordiging. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat daaraan in dit geval niet is voldaan. Voor een lezing van artikel 11 van de statuten zoals Oranjesaatsie die heeft bepleit, ziet de Afdeling, gelet op de bewoordingen van dat artikel en het feit dat in het uittreksel van de Kamer van Koophandel uitdrukkelijk staat vermeld dat de penningmeester gezamenlijk met andere bestuurders bevoegd is, geen aanknopingspunten. Evenmin acht de Afdeling, gelet op het bepaalde in de artikelen 6 en 9 van de statuten, het betoog van Oranjesaatsie dat door het vertrek van de voorzitter een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 17 van de statuten, juist.

Artikel 6:6 van de Awb bevat een bevoegdheid om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren als niet is voldaan aan artikel 6:5 van de Awb of aan enig ander bij wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het beroep. Van deze bevoegdheid kan echter alleen gebruik worden gemaakt indien de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 18 juni 2008 in zaak nr. 200706927/1). Blijkens het aan de Afdeling overgelegde dossier van de rechtbank en zoals ter zitting in hoger beroep door de voorzitter van Oranjesaatsie is bevestigd, heeft de rechtbank Oranjesaatsie niet in de gelegenheid gesteld het geconstateerde verzuim in de ondertekening van het beroepschrift te herstellen. Gelet hierop heeft de rechtbank ten onrechte in de door haar aangenomen onbevoegdheid van de penningmeester om namens Oranjesaatsie het beroep in te stellen aanleiding gezien het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.

2.4. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd, voor zover daarbij het beroep tegen het besluit van 25 april 2008 niet-ontvankelijk is verklaard. De Afdeling zal de zaak naar de rechtbank terugwijzen om door haar te worden behandeld en beslist met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen. Voor het overige dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.

2.5. De Afdeling zal de proceskosten in hoger beroep vaststellen. De rechtbank dient omtrent de vergoeding van deze kosten te beslissen. Ook over de proceskostenveroordeling in het beroep in eerste aanleg zal de rechtbank dienen te oordelen. De Afdeling ziet aanleiding om te bepalen dat het door Oranjesaatsie voor de behandeling van het hoger beroep gestorte griffierecht door de Secretaris van de Raad van State wordt terugbetaald.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 12 mei 2009 in zaken nrs. 08/1922, 08/2084, voor zover daarbij het beroep tegen het besluit van 25 april 2008 niet-ontvankelijk is verklaard;

III. wijst de zaak naar de rechtbank terug;

IV. bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;

V. stelt de door de stichting Stichting Zènderse Oranjesaatsie in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte kosten vast op een bedrag van € 129,10 (zegge: honderdnegenentwintig euro en tien cent), en bepaalt dat de rechtbank beslist omtrent de vergoeding van deze kosten;

VI. gelast dat de Secretaris van de Raad van State aan de stichting Stichting Zènderse Oranjesaatsie het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 447,00 (zegge: vierhonderdzevenenveertig euro) voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, en mr. K.J.M. Mortelmans en mr. C.H.M. van Altena, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, ambtenaar van Staat.

w.g. Polak w.g. Van Tuyll van Serooskerken

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2010

290.