Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BK9905

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-01-2010
Datum publicatie
20-01-2010
Zaaknummer
200904200/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 april 2009 heeft de raad van de gemeente Zaltbommel (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Partiële herziening Waalbandijk -Oost en -Centrum" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200904200/1

Datum uitspraak: 20 januari 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], beiden wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Zaltbommel,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 april 2009 heeft de raad van de gemeente Zaltbommel (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Partiële herziening Waalbandijk -Oost en -Centrum" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellanten] (hierna in enkelvoud: [appellant]) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 juni 2009, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 november 2009, waar [appellant], en de raad, vertegenwoordigd door M. Bergens en F.H.P. Mellink, ambtenaren in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan ziet op het realiseren van een permanente ligplaats voor een rondvaartboot in de insteekhaven tussen de Veerweg en Molenwal.

2.2. [appellant] betoogt dat de raad ten onrechte heeft gekozen voor de insteekhaven tussen de Veerweg en Molenwal als locatie voor de ligplaats van de rondvaartboot. Hij stelt dat de keuze voor deze locatie overlast voor omwonenden met zich brengt. Daarbij komt dat de activiteiten die ter plaatse worden verricht naar aard en omvang te groot zijn voor die van een rondvaartboot hetgeen extra overlast met zich brengt, zo voert [appellant] aan. [appellant] wijst met name op parkeer-, stank- en geluidsoverlast als gevolg van de komst van passagiers. In dit verband voert [appellant] aan dat de raad geen representatief parkeer- en verkeersonderzoek heeft uitgevoerd. Verder wijst hij op de ruimtelijke uitstraling van de rondvaartboot. Naar zijn stellen heeft de raad tot op heden ook geen Havenverordening vastgesteld die het voorkomen van overlast moet garanderen. Voorts betoogt hij dat de huidige locatie van de ligplaats in de jachthaven tussen Bolwerk De Kat, Molenwal en Havendijk geschikter is. Volgens [appellant] ervaren omwonenden hier in mindere mate overlast als gevolg van de komst van passagiers. Aan het bestreden besluit ligt geen redelijke belangenafweging ten grondslag, aldus [appellant].

2.3. In de mede aan het bestreden besluit ten grondslag liggende notitie beantwoording zienswijzen heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat de keuze voor de locatie van de ligplaats tussen de Veerweg en Molenwal gebaseerd is op een integrale belangenafweging. Met deze keuze wordt tegemoet gekomen aan de wens van de raad om de haven meer te gebruiken voor toeristische en recreatieve doeleinden. Ook spelen stedenbouwkundige motieven een rol en de mate van overlast voor omwonenden door rondvaartactiviteiten. Daarnaast is volgens de raad uit onderzoek gebleken dat de extra vraag naar parkeerplaatsen gelet op het totale aanbod van parkeerplaatsen ter plaatse opgevangen kan worden. Volgens de raad blijft dit onderzoek, ondanks de omstandigheid dat dit uitgevoerd is buiten het zomerseizoen, representatief. Bovendien zal eind 2009 een havenverordening worden vastgesteld, die het voorkomen van overlast moet waarborgen, zo stelt de raad. Voorts stelt de raad zich op het standpunt dat de huidige locatie van de ligplaats van de rondvaartboot in de jachthaven minder geschikt is om het doel, dat bestaat uit het verlevendigen van de haven, te bereiken. In dit verband voert de raad aan dat de jachthaven bestemd is voor watersport en dat de jachthaven en haar voorzieningen in particuliere eigendom zijn.

2.4. In opdracht van de gemeente Zaltbommel heeft AGV-Movares een onderzoek uitgevoerd naar de parkeer- en verkeerssituatie in de omgeving van de voorziene ligplaats van de rondvaartboot. De resultaten van het onderzoek zijn neergelegd in het rapport "Rondvaartboot Zaltbommel, Een parkeer- en verkeersonderzoek" van februari 2009 (hierna: het rapport). In het rapport is een onderzoeksgebied met een straal van ongeveer 600 meter vanaf de voorziene ligplaats in aanmerking genomen. Volgens het rapport is doordeweeks overdag en op zaterdagen in het onderzoeksgebied sprake van een kritieke parkeersituatie die in de toekomst kan oplopen naar een problematische situatie. Volgens het rapport is inpassing van de rondvaartboot op de voorziene ligplaats mogelijk, indien uitgegaan wordt van het totale aanbod van parkeerplaatsen in het onderzoeksgebied dat over verschillende terreinen is verdeeld. De extra parkeervraag als gevolg van de inpassing van de rondvaartboot op de voorziene ligplaats kan vooral opgevangen worden op parkeerterreinen Rotterdamse Bol 1 en Beersteeg die in de uithoeken van het onderzoeksgebied gelegen zijn. Indien in de toekomst parkeerterrein Beersteeg verdwijnt en de ter plaatse aanwezige parkeerplaatsen niet worden gecompenseerd, zal de inpassing van de rondvaartboot op de voorziene ligplaats volgens het rapport tot parkeerproblemen leiden.

2.5. De Afdeling overweegt dat de raad niet inzichtelijk heeft gemaakt dat de bevindingen in het rapport een toereikende basis bieden voor de conclusie dat een verantwoorde inpassing van de rondvaartboot op de voorziene ligplaats mogelijk is. Hoewel volgens het rapport het totale aanbod van parkeerplaatsen in de extra vraag naar parkeerplaatsen kan voorzien, volgt uit het rapport tevens dat de parkeerdruk in de nabije omgeving van de voorziene ligplaats thans kritiek is en dat de parkeerdruk hier ter plaatse als gevolg van de inpassing van de rondvaartboot tot een problematische parkeersituatie kan leiden. Uit de stukken en ter zitting is niet gebleken op welke wijze de raad zich hiervan rekenschap heeft gegeven. In dit verband is van belang dat volgens het rapport het parkeren doorgaans zo dicht mogelijk bij de bestemming plaatsvindt, terwijl de beschikbare parkeerplaatsen zich juist in de uithoeken van het onderzoeksgebied bevinden. Dit is vooral het geval in de avonduren, waarbij het veiligheidsgevoel een belangrijke motief vormt voor de keuze van de parkeerlocatie. Daarnaast heeft de raad ter zitting in het midden gelaten welk aantal parkeerplaatsen zal terugkomen indien op parkeerterrein Beersteeg woningbouw wordt gerealiseerd en of deze parkeerplaatsen voor een ieder toegankelijk zullen zijn. Voorts is ter zitting gebleken dat ter plaatse van de Veerweg geen verkeersmaatregelen zijn getroffen om de overlast voor de bewoners ten gevolge van het parkeren van motorvoertuigen door derden, te beperken.

In het licht van het voorgaande behoeven de gronden voor het overige geen nadere bespreking.

2.6. De conclusie is dat hetgeen [appellant] heeft aangevoerd aanleiding geeft voor het oordeel dat het bestreden besluit niet berust op een deugdelijke motivering. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient wegens strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd.

2.7. De raad dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Zaltbommel van 23 april 2009;

III. veroordeelt de raad van de gemeente Zaltbommel tot vergoeding van bij [appellanten] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 352,99 (zegge: driehonderdtweeënvijftig euro en negenennegentig cent), waarvan een deel groot € 322,-- is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Zaltbommel aan [appellanten] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.W.M. Kooijman, ambtenaar van Staat.

w.g. Bartel w.g. Kooijman

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2010

177-629.