Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BK9030

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-01-2010
Datum publicatie
13-01-2010
Zaaknummer
200909371/2/H1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBUTR:2009:BK8026
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 april 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oudewater (hierna: het college) geweigerd [verzoeker] ontheffing en bouwvergunning te verlenen voor het uitbreiden van een woning aan de achterzijde en het bebouwen van de overkapping op het perceel [locatie] te Oudewater (hierna: het bouwplan).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200909371/2/H1.

Datum uitspraak: 13 januari 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 5 november 2009 in de zaken nrs. 09/2467 en 09/2468 in het geding tussen:

verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Oudewater.

1. Procesverloop

Bij besluit van 29 april 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oudewater (hierna: het college) geweigerd [verzoeker] ontheffing en bouwvergunning te verlenen voor het uitbreiden van een woning aan de achterzijde en het bebouwen van de overkapping op het perceel [locatie] te Oudewater (hierna: het bouwplan).

Bij besluit van 23 juni 2009 heeft het college dat besluit ingetrokken en geweigerd voor het bouwplan vrijstelling en bouwvergunning te verlenen.

Bij besluit van 28 juli 2009 heeft het college het door [verzoeker] tegen dat laatste besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 5 november 2009, verzonden op 10 november 2009, heeft de rechtbank Utrecht het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 4 december 2009, hoger beroep ingesteld. Voorts heeft hij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 7 januari 2010, waar [verzoeker] in persoon, bijgestaan door mr. S.G.A. de Boer, advocaat te Utrecht, en het college, vertegenwoordigd door mr. C.P.W. van den Berg en P.R. Schoemaker, beiden ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het verzoek strekt tot schorsing van het besluit van 28 juli 2009. Aan dat verzoek is ten grondslag gelegd dat met de bouwwerkzaamheden ter realisering van het bouwplan is aangevangen en verdere vertraging van deze werkzaamheden onnodige schade veroorzaakt.

2.2. Met het treffen van de verzochte voorziening kan het door [verzoeker] beoogde resultaat niet worden bereikt. Het schorsen van het besluit van 28 juli 2009 leidt er niet toe dat [verzoeker] over een bouwvergunning voor het realiseren van het bouwplan beschikt.

Voor zover uit het verhandelde ter zitting moet worden afgeleid dat [verzoeker] beoogt te verzoeken dat bij wijze van voorlopige voorziening voor recht wordt verklaard dat voor het bouwplan van rechtswege bouwvergunning is verleend, wordt overwogen dat de wet niet in de mogelijkheid van het geven van een verklaring voor recht voorziet, nu een getroffen voorziening slechts een voorlopig karakter heeft.

2.3. Nu voor het treffen van een voorziening, als verzocht, ook overigens geen aanleiding bestaat, dient het verzoek te worden afgewezen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.E.B. de Haseth, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. De Haseth

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2010

476.